Posts tonen met het label Tomaat. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tomaat. Alle posts tonen

maandag 17 augustus 2015

Spaghetti alla puttanesca

"Wat eten jullie vanavond?"
"Spaghetti alla puttanesca"
"Spaghetti hoe?"
"Puttanesca."
"Dat betekent toch ....."
"Uhu inderdaad"

Niks zeggen en toch allebei weten waar je het over hebt. Dat is best knap.

Een tot de verbeelding sprekende naam voor een recept. De eenvoudige en razendsnel klare saus van tomaten, ansjovis,knoflook,  peper en kappertjes vindt zijn oorsprong in Napels.
Over de opmerkelijke naam doen verschillende verhalen de ronde. De dames van lichte zeden zouden zo weinig tijd hebben voor andere dingen dan mannen in hun bed lokken dat ook eventjes naar de markt lopen voor verse ingrediënten onhaalbaar was.
Daarom namen zij hun toevlucht tot lang houdbaar spul.
Andere versies zijn dat de sterke geur van de saus de mannen naar de bordelen lokten en ook een leuke dat ze om het wachten te veraangenamen een bordje van deze heerlijke pasta voorgeschoteld kregen.

Hoe het ook zij, het is een verrukkelijke saus. Ideaal voor drukke dagen want het staat in een wip op tafel.  Een andere wip jongens, een andere wip.




Je hebt nodig:

400 gram spaghetti - 3 teentjes knoflook - 3 gedroogde pepertjes - 100 gram pitloze olijven - blikje ansjovis - 2 blikken tomatenstukjes - 2 el kappertjes - 1 tl gedroogde oregano - zout en peper - verse basilicum - scheutje olijfolie

Zo maak je het:

Kook de spaghetti beetgaar.

Hak intussen de knoflook fijn en verkruimel de pepers. Voor een mildere versie haal je een stukje van de peper af en schud je de zaden eruit. Aangezien ik gedroogde santakapepers heb die behoorlijk vurig zijn gebruik ik 2 pepers zonder en 1 met zaadjes. Ik wil nog wel graag proeven wat ik eet namelijk.

Verwarm een scheutje olijfolie en bak hierin een minuut of drie zachtjes knoflook, pepers en gedroogde oregano. Zorg ervoor dat de knoflook niet bruin wordt.
Voeg de tomatenstukjes toe, schep alles door en laat aan de kook komen.

Snij de ansjovis in stukjes en voeg het samen met de olijven en kappertjes toe aan de saus.
Laat nu 10 à 15 minuten zachtjes pruttelen.

Schep de uitgelekte spaghetti erdoor. Verdeel over voorverwarmde borden, geef het nog een draai peper, bestrooi met gescheurde basilicum,  een drizzeltje olijfolie en smullen maar.

woensdag 13 mei 2015

Garnalen in pittige tomaten-paprikasaus met een Mexicaans tintje

Zo dames en heren, dat is even geleden he. Net als vorig jaar had mijn pc weer eens kuren. Hij zette zijn achterste behoorlijk tegen de krib aangezien hij aan een systeemherstel ook maling had.
Systeemherstel, hoop in bange dagen en dan op je scherm te zien krijgen 'systeemherstel kan niet worden uitgevoerd'. Lekker dan.
Dus kroop ik maar weer eens dieper in de krochten van dit vermaledijde ding. Deed schietgebedjes, stak kaarsjes op en opende na een paar avonden klooien bijna het raam om het kreng naar buiten te kieperen.
Er zijn ook nog andere dingen te doen en die me bezighouden niet waar.
Gelukkig wist ik me net op tijd in een zen-modus te wurmen. Met ongebruikelijk geduld struinde ik internet af, bekeek wat de foutcodes betekenden, zocht naar oplossingen, probeerde wat her en der en yes he he eindelijk daar was ie weer.
Net op het moment dat ik husband mededeelde: 'Nog 1 poging en dan ga ik iemand bellen hoor. Gek word ik ervan'
Innerlijke rust wordt beloond dat blijkt maar weer.

Mocht je denken dat we door al dit gedoe de afgelopen weken niks lekkers hebben gegeten dat is natuurlijk niet zo. Het boek Salmagundi van Sally Butcher is echt mijn beste vriend op het moment, zoveel recepten heb ik er al uitgemaakt. Ongekend voor mij.
Verder reisden we door de Mexicaanse keuken, maakte ik weer eens de goddelijke witlof met serranoham van Ottolenghi en liet sauzen pruttelen. Foto's? Nee dus. Zo zen was ik nu ook weer niet. Of er was geen licht genoeg meer of het was gewoon tot de laatste kruimel verslonden.

Maar deze heb ik wel voor jullie. Echt verrukkelijk met rijst of brood. Hoeveel pit je de saus wil geven, bepaal je zelf. Heel simpel een kwestie van het aantal pepers verminderen.
Manlief en ik zijn gek op garnalen dus kijken wij niet op een garnaaltje meer of minder. Mocht er nu toch wat overblijven dan heb je meteen een fijne lunch voor de volgende dag. Koud zijn ze namelijk ook erg lekker.



Voor de saus heb je nodig:

1 blik tomatenblokjes - 1 flinke tl tomatenpuree - 1 gele of groene paprika - 1 ui - 1 rode peper - 1 teentje knoflook - 1 tl gemalen komijn (djinten) - 1 tl gemalen koriander (ketoembar)- peper en zout - 1 el olie - eventueel klein beetje suiker.

Verder heb je nog nodig:

400 gram rauwe grote garnalen - 1 rode paprika - 1 à 2 rode pepers - 3 tomaten - stuk of 10 olijven met piment - 1 el kappertjes - 1/2 tl  gemalen komijn (djinten) -1 limoen - 1 ui - zout en peper

Zo maak je het:

Deel 1

Eerst aan de slag met de saus. Snipper de ui en knoflook.  Halveer de paprika, verwijder de zaadlijsten en verdeel de paprika in blokjes. Dat mag best een beetje grof.
Peper ook halveren, zaadjes plus lijsten eruit en de peper fijnhakken.  Zelf laat ik wat zaadjes zitten voor dat fijne spicy gevoel.

Verwarm de olie in een pannetje. Fruit hierin ui en paprika op middelmatig vuur tot ze zacht zijn.
Voeg knoflook, rode peper, komijn en koriander toe. Bak dit een minuut of 3 zachtjes mee.
Roer de tomaten puree erdoor, Bak ook dit nog een minuut of 3 zachtjes. Zo ontzuur je de tomatenpuree.
Trek het blik tomaten open en giet de hele boel erbij. Alles door elkaar roeren.
Zet het vuur wat hoger en kook de saus een kleine 10 minuten zachtjes tot het indikt. Breng op smaak met zout en peper en eventueel een beetje suiker.

Deel 2.

Pel de garnalen en verwijder de darmkanaaltjes. Ik snijd met een scherp mesje over de rug van garnaal en trek de onsmakelijke sliert er in een wip uit. Is even een klein klusje maar geloof me, die garnaal wordt er een stuk smakelijker van.
Dep ze goed droog en bewaar tot gebruik in de koelkast.

Snipper de ui, halveer de paprika, verwijder de zaadlijsten wederom en hak in blokjes. Hetzelfde met de rode pepers. Voor extra hitte laat je de zaadjes lekker zitten, anders mik je ze weg.
De tomaten snijd je in stukken, hoeft allemaal niet zo precies.Olijven ook even halveren.

Verwarm een eetlepel olie in een koekenpan. Fruit hierin ui en paprika tot ze zacht zijn.
Voeg nu de tomaten, rode pepers, olijven, kappertjes en komijn toe. Schep door elkaar en giet dan de eerder gemaakte saus (deel 1) erbij.  Husselen en zachtjes aan de kook brengen, laat 5 minuutjes pruttelen.
Even proeven en eventueel wat zout toevoegen.

Doe nu de garnalen erbij en stoof ze zachtjes mee tot ze roze zijn. Breng verder op smaak met een scheutje limoensap.

Dit recept, een beetje door mij aangepast,  is te vinden in het boek 'Mexicaans koken' onder de naam Garnalen Veracruz, een uitgave van Rebo uit het jaar?? Het jaar 0 durf ik niet te roepen maar het prijkt al zeker twintig jaar in mijn boekenkast. Als het er al geen 25 zijn.
Een aantal recepten heb ik op internet voor de grap eens vergelijken met kookschrijfsels van nu en wat blijkt? Ze zijn behoorlijk authentiek. Dat vind ik nou weer leuk.

Wie wat bewaart die heeft wat.



dinsdag 7 april 2015

Miniquiche met ricotta en tomaat

Wat boften we zondag toch met die heerlijke zon. Voor buiten lunchen was de tijd nog net niet rijp maar wat een vrolijke, feestelijke Paasdag.
Ik hou van Pasen, het is voor mij zo'n voorbode van kleur, wijd open deuren, de geur van net gemaaid gras, blote voeten, korte mouwen, buiten eten en buiten zijn.
Dat er soms snoeiharde tropische regens rondwaren met als gevolg volgelopen straten en tunnels, zwembad in de tuin en zoals het afgelopen jaar ook zwembad in de kelder, dat stoppen we gewoon heel ver weg,
Heerlijke lente, zalige zomer, laat de pret beginnen.

Eerste Paasdag is het hier altijd familiebrunchtijd. We trappen af met een dansende bubbel en daarna stuur ik grut met aanhang en neef en nicht de tuin in voor de nog steeds bestaande traditie eieren zoeken. Ja echt, dat moet. Zonder dat is het net niet helemaal echt Pasen volgens onze 26-jarige dochter. Zij hebben er lol in, wij hebben er lol in, mooier kan niet toch.

Traditiegetrouw bakte ik een stapel bagels. Heb nu het voor mij perfecte recept te pakken, joepie! Kookte eieren, van de kip en de kwartel, maakte een kipsalade met avocado, bakte cinnamonrolls, prakte een roomkaasdip, frutselde mini scotch eggs in elkaar, schoof beenham in de oven, kortom het was een bedrijvigheid van belang. Heerlijk, door drukte en andere zaken lang geleden.

En ik maakte miniquiches met ricotta, kaas, groene kruiden en wat tomaatjes. Om ze samen met de mini scotch eggs en wat kwarteleitjes te 'planten' in mijn Paastuintje. Pak gewoon een lekker groot dienblad, bekleed even met wat bakpapier, stort er een flinke hoeveelheid gemengde sla op, samen met cress en diverse scheuten.
Verdeel de quiches en wat je er verder op wil leggen een beetje nonchalant over de sla en zet het blad op tafel. Geef een dressing naar keuze  voor de salade er apart bij, anders wordt het zo'n natte zooi.




Later bedacht ik me dat het er pas echt als een tuintje had uitgezien als ik eetbare bloemen erbij had  gelegd. Die had ik dus niet, helaas pindakaas. En meteen een tip voor jullie :-)

Nu het recept voor de quiches. De mini scotch eggs vind je overigens hier. Vorig jaar testte ik ze al maar vergat ze vervolgens met Pasen te maken. Lekker slim.

Je hebt nodig voor 6 quiches:

120 gram bloem - 60 gram koude roomboter - 1 tl zout - 1 ei - 1 el zo koud mogelijk water. *Rusttijd van het deeg is minimaal 1 uur, langer is beter*

Voor de vulling:
4 eieren - 150 ml volle melk - 1 flinke tl Dijon mosterd - 4 eieren- 1 el fijngeknipte bieslook - 1 el klein gescheurde basilicum - 1 el fijn gehakte peterselie - 150 gram ricotta - 100 gram geraspte belegen kaas - 15 kerstomaatjes (verschillende kleuren zijn leuk) - zout en peper - 6 vormpjes met een doorsnede van 11 cm. Kleiner kan natuurlijk ook, dan heb je meer quiches ;-)

Zo maak je ze:

Snijd de boter in heel kleine stukjes. Klop een ei los. Zeef de bloem boven een kom. Zout en boter erbij.
Maak er met je vingertoppen een kruimelige toestand van. Niet kneden! Je kunt ook de keukenmachine met pulseknop gebruiken. Maar zeg nu zelf, het is een werkje van niks.

Giet het losgeklopte ei erbij plus een eetlepel water.
Vorm er met beide handen, terwijl je heel licht kneed een bal van het geheel. Ik stort het op mijn werkplek,, veeg alles met twee handen bij elkaar en druk het zachtjes tot een bal.

Verpak het in plastic folie en laat het minimaal een uur in de koelkast rusten. Nog gemakkelijker; maak het een dag van tevoren.

Verwarm de oven voor op 180 graden.

Klop 4 eieren los met de melk en mosterd. Meng er ricotta en geraspte kaas door om vervolgens de kruiden erdoor te scheppen. Maal er peper over en een klein beetje zout.
Halveer de tomaatjes.

Haal het deeg uit de koelkast

Vet 6 quichevormpjes in.

Bestuif je werkblad met wat bloem en rol het deeg uit tot een dunne lap.
Leg er een vormpje op met de onderkant naar boven. Maak met een mes een cirkel rondom de vorm.
Niet strak er op maar met ongeveer een centimeter speling.
Leg je deeglapje in de vorm, druk lichtjes aan en op naar het volgende vormpje.

Als je daarmee klaar bent, verdeel je de vulling over de vormpjes, legt er vier halve tomaatjes op en schuif je ze de oven in

Een klein half uurtje later zijn ze klaar. Check na 25 minuten even, iedere oven is anders zoals je weet.

Laat ze een beetje afkoelen en je haalt ze in een wip uit de vormpjes.
Zijn zowel, warm als koud erg lekker.



Het recept voor de quiches stond in een Margriet maar dan met hüttenkäse in plaats van ricotta. Het ging me niet zozeer om het recept, een quiche maken zit wel in het systeem,  maar om het bijbehorende idee. De quiches in een bedje van cress zetten. En dat bracht me dus naar mijn 'Paastuintje' .

Ook geschikt als lentetuintje, zomertuintje, herfst, laat je fantasie spreken!



woensdag 11 maart 2015

Over Salmagundi en Noorse vissalade

Wekelijks gaan er vele kookboeken door mijn handen en ik moet eerlijk bekennen dat ik over al die nieuwe uitgaven niet altijd even enthousiast ben. Onoverzichtelijke recepten, soms ronduit slechte lay-out, afgeraffelde indruk, een verkoopprijs die niet in verhouding staat tot de inhoud. Plak er maar een bekende kop op en het verkoopt wel, dat dus. Jammer, want voor vijf of meer euro minder zijn er soms, niet altijd, veel betere alternatieven. En ja dat vertel ik dan ook.
Ook spreekt logischerwijs niet ieder onderwerp mij aan. Of voegt het voor mij niet zoveel toe, kan ik er geen inspiratie uit halen. Heb ik niet zoveel met de auteur. Maar goed, smaken verschillen en dat mag ook. Iedere doelgroep zijn of haar favorieten. Da's mooi en zo blijft er ruimte voor allerlei schrijfsels en kooksels.

Over Salmagundi van Sally Butcher ben ik wel enthousiast, was ik al enthousiast aangezien ik de Engelse uitgave al kende. Een boek vol salades uit alle windstreken en evenzovele ingrediënten
Wat zo fijn is aan een salade, er zijn geen spelregels aan verbonden bij het samenstellen. Laat je fantasie de vrije  loop of laat je leiden door de inhoud van je koelkast en voorraadkast.
De mogelijkheden zijn oneindig en het is niet zo moeilijk om iedere keer een andere salade op tafel te toveren. Mocht de inspiratie eens verdwenen zijn dan helpt dit boek je zeker weer op weg.



De hoofdstukken in het boeken kregen de titel van het belangrijkste ingrediënt, wel zo overzichtelijk.
Denk aan Rijst, Pasta & Graan, Vis, Kaas, Vlees, Kruiden & Bladgroenten en Groente. . Fruitsalades en salade als toetje ontbreken ook niet net als een hoofdstuk gewijd aan dressing en dipsauzen. Om af te sluiten met toppings, de knappertjes, de extra mondvermaakjes om het zo maar eens uit te drukken.
Voor vegetariërs wellicht niet zo geschikt maar als je het eens kunt lenen van iemand... doen want er zijn ook hele mooie vlees- en visloze recepten in te vinden. Verder kan ik jullie een ander boek van deze auteur aanbevelen; 'Veggiestan'.

Sally Butcher vertelt graag. Over haar winkel in Peckham, producten, de herkomst en inspiratiebronnen van haar recepten, de smaakcombinaties. En natuurlijk legt ze uit waar Salmagundi nu eigenlijk voor staat. Een 17e- eeuwse Engelse benaming voor een salade waar zo'n beetje alles in is verwerkt wat maar groeit, loopt, zwemt en vliegt. Onze maaltijdsalade van nu dus, daar combineren we immers ook naar hartenlust ingrediënten.

Het afgelopen weekend (wat was het zalig weer!!)  kwamen er vrienden borrelen, een mooie gelegenheid om dit boek met zijn cover vol mozaïekjes eens te testen en vrienden plus husband voor proefkonijn te laten spelen.
Vonden ze helemaal niet erg.

Vrijdag maakte ik voor ons tweetjes uit Salmagundi een dragonsalade met gepaneerde kip.  Wat is dragon toch een waanzinnig lekker kruid met zijn lichte anijssmaak. Ik gebruik het veel te weinig maar daar gaat verandering in komen.
Voor bij de borrel koos ik een bietensalade met gember, mango en munt. Husband houdt helemaal niet van munt maar riep deze frisse, zomerse  salade uit tot winnaar.
Ook maakte ik een o zo simpele maar waanzinnig lekker roomkaasmengsel met uitgebakken en verkruimelde ontbijtspek, bieslook en limoensap. Blaadjes witlof erbij, crackers mag ook, smeren maar.

Toch geef ik jullie een ander recept, Noorse vissalade met mierikswortel. Heerlijk als gezellig voorgerechtje, onderdeel van andere hapjes, een buffetje of andere feestelijkheden.
Eenvoudig om te maken en je scoort er zeker te weten punten mee! Ik heb het overigens ietsiepietsie aangepast. Met name de hoeveelheid zure room, 2 1/2 dl vond ik echt iets too much.




Voor 4 à 6 personen heb je nodig:

250 gram kabeljauwfilet of andere stevige witvis -  150 gram gerookte forel - 2 blaadjes laurier - 2 sjalotjes - paar draadjes saffraan ( stuk of 5) - 2 eieren - 2 tomaten - 1 el appelciderazijn -  4 el zure room - 1 el geraspte mierikswortel ( of naar smaak, wij houden van de pittige scherpte maar dat geldt niet voor iedereen) - 2 el fijngehakte verse dille plus een beetje voor de garnering - zout en peper - 2 ferme sappige zoetzure augurken - ijsbergsla of little gem - 2 sneetjes zuurdesembrood, stevige volkoren of wat je zelf lekker vindt.

Zo maak je het:

Week de saffraan in 2 theelepels heet water.
Kook de eieren hard.
Snipper de sjalotjes en hak de dille fijn. Dit kun je allemaal doen als de kabeljauw in zijn waterbadje ligt of af ligt te koelen.

Leg de kabeljauw in een pan, giet er net zoveel koud water op tot het onderstaat. Leg er de blaadjes laurier bij. Laat het nu tegen de kook aan komen. Blijf erbij en pas op dat het niet gaat koken.
Laat zachtjes een minuut of 5 pocheren. Zet dan het vuur uit. Laat de vis in het hete water liggen, het gaart nu nog even door. Voel voorzichtig of het gaar is. Het moet nog stevig aanvoelen.
Schep het er met een schuimspaan uit, leg de vis op een bord en laat afkoelen.
De blaadjes laurier gooi je weg.

Verdeel de kabeljauw in stukjes en doe het samen met de gesnipperde sjalotjes in een kom.
Roer een dressing van het saffraanwater, de azijn en zure room. Vermeng met de fijngehakte dille, mierikswortel, zout en peper en schep het vervolgens door de vis.
Zet het nu afgedekt een uurtje in de koelkast. Langer mag ook.

Haal de vis uit de koelkast. Snijd de forel in stukjes en schep het erdoor. Proef even of er nog wat zout en peper bij moet.
Rooster vlak voor serveren het brood en snijd in 4 à 6 blokjes, beetje afhankelijk van hoe groot je plakken brood zijn.
Pel de eieren, gebruik zo'n handige eiersnijder voor mooie plakjes of een scherp mes.
Verdeel de tomaten in plakjes.

Verdeel de sla in handige eenhaps blaadjes of maak er als je het als voorgerecht serveert kommetjes van. Leg het op een schaal of bordjes.
Eerst komt het brood, daar leg je een plakje tomaat op, dan wat vissalade. Maak het af met een plakje ei, paar plakjes augurk en tot slot nog wat dille

Bron: Sally Butcher- Salmagundi, inspirerende salades uit het Midden-Oosten en verder. 2015,
272 blz, ISBN 978 90 452 0438 3, prijs 24,95

Dit boek is in eigen bezit, geen gesponsorde toestanden dus.




woensdag 7 januari 2015

Zuurkoolschotel met varkensvlees, paprika, pruimen en meer

Alweer een week onderweg in het nieuwe jaar. Na al het feestelijk gedoe de hoogste tijd voor gewone pot. Een pan vol zuurkool aangevuld met paprika, uien, varkensvlees, pruimen, tomatenblokjes en pittige cayennepeper, zoete en gerookte paprikapoeder.
Laten we de knoflook niet vergeten, het karwijzaad en of het niet op kan ook nog wat rookworst. Een variant op bigos dus, de beroemde Poolse zuurkoolschotel. Alleen noem ik het niet zo, het is een gevalletje 'geïnspireerd op' en ondanks dat bigos in net zoveel varianten bestaat als er Poolse fornuizen zijn waag ik het niet deze pan vol geurigheid zo te noemen.
Zo vermijd ik, lekker veilig, opgeheven en vermanend zwaaiende vingertjes.

Na een uurtje of drie in de oven is de zuurkool zijdezacht, het vlees mals en alle smaken tongstrelend met elkaar verbonden. Eet het met een gekookte pieper al kan het best zonder. Een snee knapperig brood om de saus op te vegen misstaat totaal niet.



Je hebt nodig voor 4 personen:

pond zuurkool - 1 rode paprika - 1 groene paprika - 2 uien - 2 teentjes knoflook - 10 gedroogde pruimen - 150 gram champignons - 1 blik tomatenblokjes - klein blikje tomatenpuree - 1 glas rode wijn - 250 à 300 gram niet al te mager varkensvlees - 250 gram rookworst - 1 tl karwijzaad - 1/2 el zoete paprikapoeder - 1 tl gerookte paprikapoeder - 1 tl cayennepeper - peper en zout - 2 el Worcestershiresaus - boter

Zo maak je het:

Verwarm de oven voor op 150 graden

Halveer de paprika's, verwijder de zaadlijsten en snijd in niet al te kleine stukken. Ook de uien mogen best in flinke stukken gesneden worden.
Knoflook snipperen. De pruimen, ik koop altijd die pruimen die je niet hoeft te wellen, halveren. Hetzelfde doe je met de champignons.
Snijd het varkensvlees in blokjes, bestrooi met peper en zout.

Verhit boter in een pan en braad hierin de stukjes varkensvlees samen met de cayennepeper rondom bruin. Paprika's, uien en karwijzaad mogen erbij, laat het een minuut of 5 zachtjes mee bakken.
Knoflook en champignons toevoegen plus de beide soorten paprikapoeder. Ik voeg die twee pas later toe om aanbranden te voorkomen, daar wordt paprikapoeder namelijk niet smakelijker van.
Schep alles goed door elkaar.

Tomatenpuree toevoegen, wederom alles husselen en een minuut of drie zachtjes bakken.
Afblussen met de rode wijn. Nogmaals vijf minuten sudderen.

Schep nu de zuurkool erdoor, leeg het blik tomatenblokjes boven de pan, mik de gehalveerde pruimen erbij, giet de Worcestershiresaus erin en schep de hele boel goed door elkaar.
Deksel op de pan en een uurtje of drie de oven in. Voeg na tweeënhalf uur plakjes rookworst toe.

Proef en voeg zo nodig nog wat cayennepeper toe, zout, gerookte paprikapoeder en wat worcestershiresaus. Laat een paar minuutje pruttelen en dan aan tafel!

maandag 13 oktober 2014

Stoofpotje met linzen, pastinaak, winterwortel ,aardappel en rookworst

De herfst, hij ruikt anders, de lucht voelt anders, de zon verwarmt anders. Zonnestralen vangen, koesteren. Het eerste blad valt, groen verkleurt naar bonte nazomerpracht. Donkere wolken razen voortgedreven door stormachtige wind over de stad en laten plensbuien vallen. Vakantiebruine voeten verstoppen zich in warme omhulsels, blote armen verdwijnen in mouwen. De verwarming mag lichtjes aan. De keuken vult zich met andere geuren, kruidige stoverijen walsen door het huis. Kommen met dampende soep om lang in te blazen in plaats van gehusselde salade.
Een nieuw seizoen met zijn eigen charme.

Daarom een stoofpotje vol geurige groente, peulvruchten  en kruiderijen om alvast te wennen. Met rookworst en spekjes maar die kun je gemakkelijk weglaten voor een vegetarische variant.



Je hebt nodig:

pastinaak van ongeveer 250 gram - 1 flinke winterwortel - 1 grote ui - 150 gram gedroogde groene linzen - 4 vastkokende aardappels -  2 teentjes knoflook - 1 blik tomatenblokjes - 100 gram spekblokjes - 1 rookworst naar keuze - 1/2 el grove mosterd - 1 takje  rozemarijn - 1 tl verse tijm - laurierblaadje -6 takjes peterselie -peper en zout - 1/4 liter rundvleesbouillon of groentebouillon

Zo maak je het:

Was de linzen grondig en kijk of er toevallig niet een steentje tussen zit. Zet op met zoveel water dat de linzen net onder staan. Knip een stukje van het takje rozemarijn af en stop het erbij. Breng aan de kook en laat het vervolgens zachtjes 25 à 30 minuten koken tot ze nog net een bite hebben.
De linzen worden namelijk straks bij de rest gevoegd en garen dan nog verder door. Anders worden ze papperig en dat is niet zo lekker. Ook kun je zo het kookproces beter controleren,

Hierbij moet ik nog even aantekenen dat ik Du Puy linzen gebruik, deze kleintjes hebben het voordeel dat ze lekker stevig blijven, mits niet doorgekookt natuurlijk. Probleem... ze blijven in Nederland erg lastig verkrijgbaar. Vraag me niet waarom want ze verdienen absoluut een plaatsje in de schappen. Zoeken via Google levert wel wat resultaat op en wellicht heb jij die ene geweldige delicatessenzaak in je buurt die ze verkoopt. Gebruik anders groene of bruine  linzen en lees goed de kooktijd, die verschilt namelijk nogal eens.

Schil de pastinaak en winterwortel en snijd in gelijke stukken, vooral niet te klein. Ui grof snijden.
Knoflook fijn snipperen.
Piepers schillen en in blokjes snijden.

Verwarm een braadpan en bak hierin de spekblokjes uit. Ui ,knoflook, 6 fijngesneden naaldjes rozemarijn plus tijm erbij, eventjes fruiten.
Winterwortel, pastinaak en aardappel toevoegen, even meebakken. Mosterd erbij en omscheppen. Giet de inhoud van het blik tomatenblokjes erover plus de bouillon. Laurierblaadje erbij, schep door en laat zachtjes sudderen tot de groente bijna gaar zijn. Dit duurt ongeveer een half uur. Giet er eventueel nog wat water bij als je het te droog vindt worden.

Tijd om de linzen en in plakjes gesneden rookworst toe te voegen en lekker warm te laten worden.
Hak de peterselie nog even fijn, roer de helft door het stoofpotje en gebruik de rest om na het opscheppen over het stoofpotje te strooien.

Natuurlijk kun je ook nog pompoen toevoegen of in plaats van de wortel gebruiken. Het is immers weer pompoenentijd!


donderdag 17 juli 2014

Bonensalade met gekarameliseerde ui en homemade gedroogde tomaatjes

Lekker hoor zo'n pot met zelf gedroogde tomaatjes en feta maar wat voor nuttige bestemming zullen we het eens geven. Behalve op brood leggen en zo uit de pot snoepen wat absoluut geen straf is.
Door een salade natuurlijk! Met knapperige sperziebonen en kleine zachte  flageolets uit het Franse land. Je koopt ze hier gewoon in blik. Gedroogd ben ik ze bij ons nog niet tegengekomen, wie een tip heeft mag het altijd spuien!

Voor een extra contrast doen we er ook nog gekarameliseerde uien bij, nog zoiets waar we hier geen genoeg van kunnen krijgen. Meestal maak ik meteen een dubbele hoeveelheid aangezien ze multi toepasbaar zijn en in de koelkast gemakkelijk een aantal dagen houdbaar.
Die uien zijn zalig op brood met oude kaas, bij gegrild vlees, op je broodje hamburger of door geroosterde groente. En dikke maatjes met bonen.
Weet je meteen hoe deze salade is ontstaan.

Een maaltijdsalade is het niet, het is echt bedoeld als bijgerecht.  En ook nog eens voor 2 personen. In een wip bouw je het natuurlijk om naar vier door simpelweg de hoeveelheden te verdubbelen.



Het recept voor de gedroogde tomaatjes met feta vind je hier. Je kunt natuurlijk ook een potje uit de winkel gebruiken. Koop dan wel die tomaten op olie. Vermeng het met wat feta, verse rozemarijn en tijm en laat het even staan zodat de smaken in kunnen trekken. Maar geloof me, zelf maken is leuker en niet geheel onbelangrijk veel lekkerder!

Je hebt nodig voor de gekarameliseerde uien:

500 gram uien - 25 gram roomboter - 1 el olijfolie -  3 el suiker - 75 ml appelciderazijn - 125 ml rode wijn - zout en peper - takje tijm

Maak de uien schoon en snijd ze in ringen. Verwarm boter met de olijfolie, leg de uien erin en bestrooi met suiker plus wat zout en peper. Rits de blaadjes van het takje tijm en doe ze er bij.. De boel omscheppen en nu op laag vuur zo'n drie kwartier zachtjes laten sudderen. Regelmatig omscheppen.
Nu azijn en rode wijn erdoor roeren en laat het nog een klein half uurtje zachtjes inkoken tot de vloeistof bijna helemaal opgenomen is door de uien.
Ja het duurt even maar dan heb je ook wat. Laat afkoelen tot lauw.

Verder heb je nodig:

250 gram sperziebonen - klein blikje flageolets - paar kleine takjes bonenkruid - peper en zout - scheutje olijfolie - spriets citroensap - paar eetlepels gedroogde tomaatjes met feta.

Maak de bonen schoon en kook ze met het bonenkruid beetgaar. Giet af in een vergiet en spoel meteen met koud water om verder garen tegen te gaan.
Laat de flageolets uitlekken. Hussel beide bonen door elkaar met een scheutje olijfolie, wat citroensap en breng op smaak met zout en peper. Strooi er nog wat verse bonenkruid over.
Een paar eetlepels gekarameliseerde uien erbij en een vrolijke schep tomaatjes met feta plus de olie.

Zoals gezegd kun je de uien die over zijn gemakkelijk een paar dagen in de koelkast bewaren. Schep het in een schone pot, draai het deksel erop en zet weg.  Koud smaken ze prima maar ook met opnieuw opwarmen hebben ze geen enkel probleem.

dinsdag 15 juli 2014

Homemade Gedroogde Tomaten met tijm, rozemarijn en feta

Zo af en toe fietsen er berichten voorbij waarbij ik me verbaas. Over mezelf welteverstaan. Vorige week was het weer eens raak. Tessa van I am Cooking with Love schoof een bakplaat vol kleine tomaatjes de oven in om te drogen.
Easy peasy, zo onwaarschijnlijk simpel om zelf te maken. Dus waarom is het dan in al die jaren nog nooit in me opgekomen om dat ook eens te doen. Waarom heb ik Tessa weer nodig om me te overtuigen van de noodzaak een zooi snacktomaatjes in huis te halen. Om die oven aan te zetten, de tomaten te halveren, te besprenkelen met olie en te bestrooien met blaadjes verse tijm en naaldjes rozemarijn.
Wie het weet mag het zeggen. Maar goed, het is gebeurd, primeur in huize Eetlust! Els heeft tomaatjes gedroogd. Ik geef mezelf maar een ferme schouderklop en sla me vervolgens tegen het hoofd vanwege jaren aan gemiste home made gedroogde tomaten.
En zoen ik Tessa.

Wacht geen dertig jaar zoals ik maar maak ze vandaag maar. Of morgen. Hooguit overmorgen. Ok?



Je hebt nodig:

500 gram snacktomaatjes/snoeptomaatjes/kerstomaatjes/ geef-het-beestje-maar-een-naamtomaatjes - 10 naaldjes rozemarijn - 2 takjes  tijm - 1 el olijfolie - een draai zwarte peper - een snufje zeezout.
Voor in de pot: extra vergine olijfolie - takje tijm - klein takje rozemarijn die je eventueel in een paar stukje knipt - 75 gram feta.

Zo maak je het:

Verwarm de oven voor tot 100 graden.

Halveer de tomaatjes en hussel het met een eetlepel olijfolie, blaadjes tijm, in stukjes geknipte rozemarijnnaaldjes, zeezout en wat zwarte peper.
Leg ze nu met de snijkant naar boven op een bakplaat. Schuif het de oven in en laat ze zo'n anderhalf tot twee uur drogen.
Bij mij zat het er een beetje tussenin.

Laat de tongstrelend zoete tomaatjes  afkoelen. Leg een laagje in een pot, verdeel er wat blokjes feta over plus wat tijm en rozemarijn, weer laagje tomaatjes, feta, tijm en rozemarijn. Eindig met een laagje tomaatjes, leg er een decoratief plus tevens smaakvol takje rozemarijn op en schenk er olijfolie op. Deksel erop, klaar.

Heerlijk door salade , op brood of gewoon zo uit de pot. Ik moet in ieder geval weer nieuwe voorraad maken.



vrijdag 11 juli 2014

Kruidige zwartoogboontjes met spinazie en tomaat

Zwartoogboontjes, black-eyed beans,cornille, fagioli occhio, lobia zo maar wat namen voor een wel heel leuke boon. Geen rare snijboon maar een olijkerd met een snoeperig zwart oogje. Een kleintje in de bonenfamilie en dan moet je wel wat uiterlijk vertoon tevoorschijn toveren om een beetje op te vallen niet waar.
Deze kereltjes smaken ook nog eens buitengewoon goed en houden wel van gevarieerd gezelschap.
Of je er nu een salade van maakt met bijvoorbeeld citroen en rucola, ze verwerkt in een stoofpotje, soep of lekker met rijst en flink wat peperig gedoe. Ze vinden het allemaal best.

Koop gewoon eens een zakje bij de toko of in de supermarkt als ze het daar hebben. De Turkse winkel heeft ze vast ook. Laat een uurtje of zes weken in ruim water. Spoel daarna goed af en speur naar eventuele ongerechtigheden. Je zult toch maar net dat ene over het hoofd geziene kiezeltje kraken. Je hoeft daar niet echt bang voor te zijn, het komt niet vaak voor maar jij zult maar die pechvogel zijn. Vandaar dus.
Vervolgens zet je ze weer op met water en kook je ze in ongeveer 40 minuten gaar. Het kan wat korter zijn of net wat langer. Gewoon controleren door een boontje in je mond te steken.
Laat uitlekken in een vergiet.

Vervolgens ga je natuurlijk verder met dit recept :-) Je kunt het serveren als bijgerecht voor vier personen maar ook met zijn tweetjes eten als hoofdgerecht. Dat laatste deden wij. Op de planning stond kip in kerrie-kokossaus. Normaal gesproken trek ik de bus rijst uit de kast om erbij te serveren maar ik was even rijstmoe. Geen zin. We hebben de rijst geen seconde gemist.




Deze hoeveelheid is voldoende voor 4 personen als bijgerecht en voor 2 als hoofdgerecht.

Je hebt nodig:

200 gram gedroogde zwartoogboontjes - 200 gram verse spinazie - 1 flinke tomaat - 1 ui -3 teentjes knoflook - 1 cm gember -  2 rode Spaanse pepers - 3 tl gemalen koriander (ketoembar) - 1 tl gemalen komijn (djinten) - 1 tl kurkuma - zout - scheutje olie

Zo maak je het:

Laat de boontjes zoals hierboven al beschreven een uurtje of 5 à 6 weken in ruim water. Giet ze vervolgens af, spoel nog even om en zet ze op met schoon water. Kook in 30 tot 40 minuten gaar maar niet tot pap.

Snipper de ui en de knoflook. Hak de gember en pepers fijn. Halveer de tomaat en verdeel in stukjes.

Verwarm een scheutje olie en fruit hierin de ui, knoflook, pepers en gember op niet te hoog vuur tot de uien glazig zijn.
Voeg koriander, komijn en kurkuma toe. Schep het goed door elkaar.

Nu de stukjes tomaat  erbij en laat de boel op laag vuur sudderen tot de tomaat zacht is.

Voeg boontjes toe, laat lekker warm worden om tot slot de spinazie erdoor te scheppen. Zodra de spinazie is geslonken is het klaar. Afhankelijk van je smaak nog wat zout toevoegen.

Lekker met hardgekookt ei en naan. Geef er rijst bij als je geen vlees eet.



vrijdag 20 juni 2014

Kip met azijn uit Venezuela - Pollo en Vinagre

Een heerlijk kipgerecht uit Venezuela, dat verklap ik maar meteen. Hebben jullie het al door dat ik bezig ben met een Zuid-Amerikaanse week? Voorwaar geen straf!
Bij azijn denk je misschien dat het wel een zure boel zal zijn. Fout! Door het stoven mengen alle smaken tot een glanzend geheel. Er zit natuurlijk niet alleen azijn in, ook citroensap en rode wijn. Zuren hebben de fijne eigenschap dat ze de malsheid bevorderen, daarom gaat er ook in onze hachee of bij onze sucadelappen altijd een scheut azijn bij. Paprika en tomaat maken dit gerecht uit Venezuela ietwat zoetzuur. Echt het proberen waard.

Gemakkelijk van tevoren klaar te maken, handig als je gasten krijgt of gewoon niet zoveel tijd hebt. Zelf ben ik fan van de oven, de temperatuur is constant, je dekt de braadslede af en gaan met die kip. Sudderen op het fornuis is de gebruikelijke manier maar ik kook op gas en zelfs de kleinste pit gaat te hard naar mijn zin. Vandaar dat ik stoofpotjes bijna altijd in de oven schuif. Je kunt voor dit recept ook gewoon je ovenbestendige braadpan in de oven zetten hoor.




Voor 4 personen heb je nodig:

4 kippenbouten - 4 el bloem -1 rode en 1 groene paprika - 2 tomaten - 1 ui - 4 teentjes knoflook - 2 el gehakte peterselie - 1 blik artisjokkenhartjes - 2 el witte wijnazijn - 120 ml rode wijn - sap van 1 citroen - 250 gram champignons - 1 laurierblaadje - peper en zout - 6 el olijfolie

Zo maak je het:

Oven voorverwarmen op 175 graden.

Verdeel de bouten in dij en drumstick. Voel met je vinger waar het gewricht zit, zet daar een scherp mes op en je snijd het super gemakkelijk door.
Bestrooi ze met zout en peper en haal ze licht door de bloem.

Verhit de olie in een grote braadpan. Bak de stukken kip op hoog vuur aan beide kanten goudbruin.

Terwijl de kip bakt halveer je de tomaten en haal je het zaad eruit. Je kunt ze eventueel ook ontvellen maar dat vind ik niet zo nodig.  Snijd in stukken. De paprika's ook doormidden snijden, zaadlijsten eruit en in flinke stukken snijden of reepjes. Knoflook en ui snipperen.

Zo, de kip is nu wel klaar. Haal ze uit de pan en leg alvast in een braadslede
Giet de olie uit de pan en veeg de pan even schoon. Wat nieuwe olie erin, vooral niet teveel.
Voeg tomaten, paprika, ui, knoflook plus het vocht van de artisjokken toe. De artisjokken nog niet!
Twee eetlepels witte wijnazijn erbij plus het laurierblaadje. Laat het nu tien minuten sudderen.

Tijd voor de rode wijn, citroensap en peterselie. Roer alles goed door elkaar.Breng verder op smaak met zout en peper en giet het over de kip.

Dek af met aluminiumfolie en schuif de kip de oven in. .
Voeg na een half uur de artisjokkenhartjes toe plus in plakjes gesneden champignons en  laat nog een kwartiertje afgedekt sudderen.

Zoals gezegd kun je dit gerecht ook gewoon op het fornuis maken. De stooftijd zal praktisch gelijk aan de oven zijn. Regelmatig even kijken en eventueel een plaatje eronder zetten als je een gasfornuis hebt.

Voor erbij maakte ik rijst met bonen, mais, ui en rode pepers. Ook stond er brood op tafel om heerlijk mee door de saus te vegen. Doen!


woensdag 18 juni 2014

Picadillo met stoofvlees

Nu het gros van de bevolking toch zijn blik op Zuid-Amerika heeft gericht vond ik het tijd om één van de kookboeken uit de kast te trekken. Dezelfde waaruit ook de Chileense maispastei komt. Oud en verschoten, valt half van ellende uit elkaar. Al vrij snel valt mijn oog op  picadillo, met een kruisje ernaast. Die heeft eerder op tafel gestaan. Ooit.
Een stoofpotje bomvol smaak. Ietwat bittere olijf, zoete rozijn, vurige peper, dat klinkt wederom verleidelijk. Die mag op deze winderige maandag in de herhaling. Zal best smaken op deze kille dag. Ik heb in ieder geval een vest tevoorschijn getrokken. Waaide bijna van mijn sokken zeg.
Mijn dappere peper- en tomatenplanten hielden moedig stand al heb ik er eentje even een steuntje in de rug moeten geven. Overal verschijnen knoppen, het bloeit er vrolijk op los. Over een tijdje kan ik los met jalapeño, sweet banana,  guitige cherrybombs en mijn nieuwe liefde tomatillo verde die qua grootte  met kop en schouders boven de rest uitsteekt.
Zo ver is het nog niet, eerst roeien met de aanwezige riemen en dat gaat natuurlijk uitstekend.

Picadillo wordt vaak met gehakt gemaakt.Gegeten van Puerto Rico tot Cuba en de Filipijnen. Je schept het over de rijst, vult er tortilla's mee maar het wordt ook gegeten met aardappels. Ieder land en iedere streek heeft zijn eigen picadillo.
Mijn recept is op basis van stoofvlees en linkt op die manier naar Mexico waar deze variant voorkomt.
Heb je niet zoveel tijd, gebruik dan gewoon gehakt dat je eerst rult, vervolgens voeg je  de inhoud van de ingrediëntenlijst toe en laat het zachtjes 45 minuten sudderen.



Voor 2 à 3 personen heb je nodig:

500 gram stoofvlees (riblap/hachee oid) - 1/4 bouillonblokje -1 grote ui - 2 rode pepers - 3 teentjes knoflook - 2 flinke vleestomaten - 1/2 tl gemalen komijn (djinten) - 1 tl oregano - 1/4 tl gemalen kruidnagel (een kruidnagel vijzelen of je gebruikt tjenkeh, te koop bij supermarkt en toko) -stuk of 10 met paprika gevulde olijven - 1/2 el azijn - 3 el rozijnen - zout en peper - olijfolie

Zo maak je het:

Snipper de ui en knoflook. Verwijder de zaadlijsten uit de rode pepers, hak in smalle stukjes.

Snijd het vlees in blokjes. Bestrooi met zout en peper en leg het in een stoofpan. Schenk er nu zoveel water op tot het net niet onderstaat.
Leg er de helft van de ui, rode peper en knoflook bij. Verkruimel wat van het bouillonblokje.
Breng aan de kook en laat vervolgens een uur of twee zachtjes sudderen tot het vlees zo gaar is dat het bijna uit elkaar valt. Het vocht is nu bijna verdampt.

Halveer de vleestomaten, schep het zaad eruit en verdeel de tomaten in kleine stukjes.
Verwarm wat olijfolie en fruit hierin de rest van de ui, knoflook en rode peper. Tomaten erbij en een minuut of vijf sudderen.
Nu nog even  gemalen kruidnagel, komijn, oregano en azijn  toevoegen en de boel lekker 10 tot 15 minuten laten pruttelen tot de tomaten zacht zijn.
Schep het nu bij het vlees samen met de olijven en rozijnen. Schep goed door elkaar voor een laatste sudderronde van 10 minuten.

Het recept heb ik hier en daar aangepast maar komt oorspronkelijk uit De Zuid- en Midden Amerikaanse Keuken, een uitgave in de serie De Wereld aan Tafel.



vrijdag 13 juni 2014

Maaltijdsalade met pittige kip, druiven en knapperige aardappelsticks

Braziiiiiiiiiiil, lalalalalala! Ja hoor het WK is begonnen. Ondanks mijn carnavalesk begin kan ik u meteen mededelen dat ik helemaal niks met voetbal heb. Weken voetbalpret zijn  aan mij niet besteed. Niet getreurd, het levert extra blogtijd op, onkruid wordt fanatieker verzameld en af en toe spiek ik met een half oog mee. Als Nederland speelt, de rest kan me gestolen worden. En zelfs dan he, ze moeten er wel een enorm spannende pot van maken om mij aan de buis gekluisterd te houden. 
Hopelijk vindt u mij nu nog steeds aardig.

En in plaats van een vette snack schotel ik ook nog eens een salade voor. Met akelig magere gegrilde kipfilet. Je moet maar zo denken, dan mag er 's avonds een bitterballetje extra in het frituur. Blijft de boel mooi in balans. Maar wel een salade met licht gezouten aardappelsticks. Dunne aardappelfrietjes op het groen? Waarom niet, we strooien allemaal wel een croutonnetje of wat over ons, meestal door mannen genoemde, knijnenvoer.
Zowel in Frankrijk als Canada troffen we wel eens chips op ons bord aan. Het lijkt vreemd maar is toch erg lekker. En ook op de salade werkt het, in plaats van de gebakken broodblokjes.

Om de kip te kruiden gebruikte ik een vlammend home made geschud mengseltje. Pak gewoon de kruiden die je het meest bekoren of pak nu een klein potje. Plus een trechter of vouw het even van een stukje papier, scheelt een enorme knoeiboel op je aanrecht. En ik spreek uit ervaring. Denken en doen lopen soms mijlenver uit elkaar...



Giet in het potje:
2 eetlepels paprikapoeder - 2 eetlepels chilipoeder - 1/2 eetlepel cayennepeper - 1 eetlepel gemalen zwarte peper - 1 eetlepel bruine suiker - 1/2 eetlepel knoflookpoeder - 1/4 eetlepel zout.

Deksel erop, schudden, klaar.

Voor een maaltijdsalade voor 2 personen:

300 gram sla naar keuze (het is WK dus uit een zakkie mag best) - 1/2 winterwortel - 1 gele paprika -stuk of 25 blauwe druiven - 10 kerstomaatjes het liefst in verschillende kleuren - 1 rode ui - 1 groene peper -200 gram kipfilet - gezouten aardappelsticks ( Zelf heb ik een zakje van Lay's gebruikt, die zijn niet zo gruwelijk zout)

Dressing: vermeng 2 el yoghurt met een halve el mayo, knip er tuinkruiden naar keuze door. Maak op smaak met zwarte peper en eventueel een snufje zout.

Zo maak je het:

Wrijf de kipfilet in met wat zout. Verhit een grillpan en grill om en om tot ze een gezellig streepje hebben. Per kant een minuut of vier à 5 maar niet op de allerhoogste stand. Rustig aan.
Haal de filet uit de pan en wrijf nu pas in met ongeveer een eetlepel van het kruidenmengsel.
Terug in de pan met het beest en beide kanten even goed schroeien. De kruiden vormen een korstje maar behouden smaak en verbranden niet.
Doe je dat vanaf het begin dan wordt het bitter en echt zoiets wil je niet op je bord.
Kip uit de pan en laat afgedekt liggen tot je gaat snijden.

Druiven wassen en uit laten lekken. Tomaatjes en paprika ook even wassen en droogdeppen. Zaadlijsten uit de paprika halen en maak van de paprika vervolgens blokjes. Een paar tomaatjes in plakjes, een paar gewoon halveren, wellicht een speels blokje. 
Rode ui in halve ringen. Wortel schrappen, over de lengte in dunne plakken schaven om ze vervolgens in smalle reepjes, julienne, te snijden. 
Halveer de groene peper, zaadjes eruit en snijd de peper in smalle halve ringetjes.

Pak een schaal en vermeng salade met de druiven, tomaatjes, wortel,  rode ui  en paprika. Klein beetje dressing erdoor en meng de boel. Verdeel het over 2 diepe borden.

Verdeel de kipfilet in plakken, drapeer het over de sla. Strooi bovenop wat aardappelsticks en zet de rest gerust op tafel. Maak af met de ringetjes groene peper.

Aan tafel! Vergeet de rest van de dressing niet mee te nemen. En natuurlijk een stukje brood.

woensdag 5 februari 2014

Casarecce Siciliane met venkel, tomaat en worst

Vorige week maakte één van de vriendinnen een heerlijke venkeltaart als onderdeel van ons 'Winterwalk' diner. Weer realiseerde ik me hoezeer ik deze groente waardeer. Dat licht anijzige haal je er altijd uit. Een beetje een opschepper is het ook, want al hak je een paar plakjes ragfijn voor door een salade, hij piept er altijd bovenuit. Rauw of gestoofd of in de soep, in de wok, stukjes bij de mosselen, kom maar door!
Ook met pasta gaat het uitstekend samen plus enkele tomaten, stukjes al dan niet venkelworst, wat witte wijn en een scheutje room. Er is zo weinig voor nodig om rap een bijzonder smakelijke maaltijd op tafel te toveren.




Ook maken?
Dit heb je nodig, het is voldoende voor 3 personen:

200 gram Casarecce Siciliane of andere pasta - 1 venkelknol - 1 niet al te grote ui - 4 tomaten - 1 teentje knoflook - 3 saucijsjes of venkelworstjes - 1 glas droge witte wijn - 125 ml room - 1/2 rundvleesbouillonblokje - scheutje olijfolie - wat Parmezaanse kaas

Doen:

Verwijder de onder- en bovenkant van de venkelknol, snijd het in plakjes en vervolgens in reepjes.
Snipper de ui en knoflook. De tomaten halveren en in plakjes snijden.

Zet water op voor de pasta.

Haal de velletjes van de worstjes en bestrooi het worstvlees eventueel nog met wat gemalen venkelzaad.
Bak ze in een scheutje olijfolie terwijl je ze met een spatel of houten lepel in stukjes drukt. Zodra ze gaar zijn haal je ze uit de pan en zet het even apart.

In dezelfde pan bak je de gesneden venkel en ui op niet al te hoog vuur gedurende vijf minuten. Knoflook erbij en nog een paar minuutjes zachtjes bakken. Tomaten erbij, half bouillonblokje en afblussen met de witte wijn. Laat het nu met deksel op de pan een kwartiertje sudderen.

Ga ondertussen aan de slag met de pasta.

Na het sudderen de room erbij gieten, doorroeren en vijf minuten zachtjes laten pruttelen. De deksel hoeft nu niet op de pan. Voeg de worst weer toe, warm goed door.

Verdeel de pasta over borden, paar schepjes van de venkeltomatensaus plus worst. Beetje venkelgroen erop en paar krullen kaas.
Eet smakelijk!

woensdag 27 november 2013

Stoofpotje paprika, kidneybonen en rookworst

Het kan je zomaar ineens overkomen. Iets zien, er niet meteen de vinger op kunnen leggen om vervolgens jaren terug geworpen te worden. Heel vreemd.
Zoals zo vaak neusde ik in kookboeken op zoek naar het welbekende 'iets'. Iets van inspiratie, iets van een briljant idee, een gewone iets om te maken voor 's avonds. Het liet nogal lang op zich wachten gisteren.
Mijn oog viel op een recept. Frankfurters met rode peper. Knakworsten. Mijn hart sloeg er niet sneller van. Het boek schoof ik opzij en opeens was het er. Iets. Iets verscheen op mijn netvlies, iets wat al minstens dertig jaar uit het laatje met herinneringen was verdwenen.
Een pan verscheen voor me, een koekenpan waarin mijn vader plakjes rookworst stond te bakken  met kerrie, ketjap en sambal. En die plakjes verdwenen in een andere pan met tomaten, bruine bonen en uien. Geen flauw idee wat er verder inzat. Paprika's eind jaren zestig, begin jaren zeventig was dat al gemeengoed? Ik kan het me niet herinneren.Het is geen chili en geen BB met R, een creatieve ingeving van vaders denk ik.
Het Iets was gevonden, aan de slag.



Deze hoeveelheid is voldoende voor 3 personen. Grote eters moeten misschien maar extra bonen of paprika toevoegen of geef er nog een ander bijgerechtje naast.

Ik heb gebruikt:

1 rookworst van 250 gram - 1 blik tomatenblokjes - 1 blik kidneybonen - 1 rode paprika - 1 groene paprika - 2 uien - 1 rode peper - 1 flinke teen  knoflook ( of 2 kleinere) - 1 koffielepel gemalen koriander - 1 koffielepel gemalen komijn - 2 el ketjap manis - 1/2 koffielepel kerrie - 1/2 koffielepel sambal oelek - 1/2 blokje groentenbouillon - zonnebloem of arachideolie.

Zo maak je het:

Halveer de paprika's, verwijder de zaadlijsten en snijd de paprika's in dunne reepjes. De uien in vieren snijden en mogen in grove stukken verdeeld worden. Haal de zaadjes uit de rode peper, snijd fijn evenals de knoflook.

Verwarm in een braadpan een scheutje olie. Fruit hierin de ui, paprika en rode peper tot de paprika een beetje zacht begint te worden. Voeg dan de knoflook toe en laat zachtjes even meebakken.
Komijn en koriander erdoor roeren.. Tomatenblokjes erbij plus een half blokje groentenbouillon, de boel omscheppen en 10 minuutjes zachtjes laten pruttelen. De kidneybonen zonder het vocht erbij doen, nogmaals door elkaar scheppen en verder laten pruttelen.

De rookworst in plakjes snijden. Verhit een beetje olie in een koekenpan en bak de plakjes lichtjes aan. Voeg kerrie, 1 el ketjap en sambal toe. Een minuut of 10 heel zachtjes bakken, de smaken trekken nu lekker in de rookworst.
De worst mag nu de andere pan in samen met de andere eetlepel ketjap, laat het nog zo'n 5 à 10 minuten meestoven en klaar is Kees.
De rookworst behoudt zijn pittige smaak en geeft het tegelijkertijd ook weer af aan het stoofpotje.

Geef er witte rijst bij

zondag 17 november 2013

Linzensalade met rode ui, kerstomaatjes en zachte geitenkaas

In de Allerhande spotte ik een salade met linzen. Kwam dat even goed uit. We vierden een feestje gisteren ter ere van husbands verjaardag. In plaats van een tafel vol kleine hapjes besloot ik een grote pan stoofvlees te maken. Dank je wel wildpan, je hebt je nut weer buitengewoon bewezen.
Alleen stoofvlees is ook maar een eenzame bedoening, er moest wat bij. Ratatouille, gebakken aardappeltjes en in de kast stond nog een pak Du Puy linzen. Bingo.
Het is een eenvoudige salade. De aardse linzen met de pittige ui, zoete tomaatjes en milde bijna smeltende geitenkaas in combinatie met een dressing van olijfolie, mosterd en citroen maken het tot een topsalade. Al zeg ik het zelf.
Maak je deze salade als onderdeel van een buffet zoals ik heb gedaan dan is het voldoende voor zo'n 25 mensen.





Ik heb gebruikt:

500 gram gedroogde linzen - 500 gram kerstomaatjes - 6 rode uien - 5 el fijngehakte peterselie - 150 gram zachte geitenkaas -8 el olijfolie - 2 el grove mosterd - sap van een halve citroen - teentje knoflook - zout - peper - klein schepje suiker (deze citroen deed zijn karakter eer aan, zuur! Als ik een citroen zuur vind dan weet je het wel.  Even compenseren met wat suiker)

Zo maak je het:

Kook de linzen volgens gebruiksaanwijzing. Du Puy linzen hebben een klein half uurtje nodig. Test regelmatig, je wilt ze immers niet tot pap laten koken.
Giet af en spoel af met koud water zodat ze niet doorgaren. Laat uitlekken in een vergiet.
Halveer de kerstomaatjes en snijd de uien in dunne ringen.
Maak een dressing van de olijfolie, mosterd, citroensap en een uitgeperst teentje knoflook. Breng verder op smaak met zout en peper. Ook zo'n zure citroen? Beetje suiker erbij.
Vermeng deze dressing met de linzen. Hussel de tomaatjes, ui en gehakte peterselie erdoor. Laat minstens een uur intrekken. Verdeel er tot slot verkruimelde geitenkaas over. Een paar dunnen straaltjes olijfolie, nog wat gemalen peper en de schaal kan op tafel.

En die schaal was na afloop nagenoeg leeg, zegt genoeg toch!

Bron van inspiratie : Allerhande

vrijdag 8 november 2013

Kofta Curry uit Pakistan

Sappige, malse gehaktballetjes bedekt door een sausdekentje.  Die je smaakpapillen verbazen, doen opveren van vreugde om vervolgens een enthousiaste rondedans te beginnen.
Dit zijn geweldige ballen! Kruidig, pittig, warm alles komt samen door de vele specerijen en kruiden.
Net als alle ballen heb je ze in schier oneindige samenstellingen, iedere streek zijn bal, net als hier.
Deze hebben een Pakistaanse achtergrond en heb ik uit de 'Currybijbel' geplukt, het boek waar ik al eerder over schreef en helaas nog maar zo slecht verkrijgbaar is. Een extra druk kan ik de uitgever van harte aanbevelen want er is vraag naar heb ik gemerkt.
Gelukkig verscheen er onlangs het kookboek 'Uit India' van Kumar en Suba Mahadevan. Zelf heb ik het (nog) niet in de boekenkast staan maar als ik het zo eens bekijk lijkt het me een prima aankoop.

Essentieel voor de smaak van de balletjes is  ze minstens 6 uur in de koelkast te laten rusten. Langer mag uiteraard ook.
Herkenbaar zal wel zijn dat je denkt alles in huis te hebben en op het moment suprême zoek je je wezenloos naar in mijn geval kardemompeulen. Ik weet toch zeker dat... Wel poeder. Nou ja, er is weer wat veranderd aan het recept.
Kaneel, laurier en kruidnagels (plus kardemompeulen die ik niet had) dien je in een stukje stof te vouwen, dichtbinden en mee trekken in de saus. In de kast liggen van die theezakjes die je zelf kunt vullen met een mengsel naar keuze. Ping! Werkt super! Kruiden erin, dichtbinden met wat keukentouw, over de rand van je pan hangen en vastknopen aan  je pan.





Je hebt nodig voor 4 personen:

Voor de balletjes: 
600 gram runder-of lamsgehakt - 2 à 3 teentjes knoflook, ik heb van die reuze gevallen dus dan is 2 wel genoeg - 1 ui - 1 1/2 el gemalen koriander - 3/4 el gemalen komijn -  5 cm gember - 1 1/2 tl cayennepeper - 2 tl zout - 3 el peterselie ( oorspronkelijk koriander maar zoals u weet houd ik niet van verse koriander) - 1 ei - peper uit de molen.

Snipper ui en knoflook heel fijn. Schil de gember en rasp het. Vermeng vervolgens alle ingrediënten goed door elkaar. Kneed gerust een paar minuten, het komt de smaak en structuur van de balletjes alleen maar ten goede, Draai er vervolgens balletjes ter grootte van een walnoot van. Dek af en zet minstens 6 uur in de koelkast.

Voor de saus:

2 à 3 teentjes knoflook - 3 groene pepers - 5cm gember - 2 uien - 3 tomaten - 1 el tomatenpuree - 1 el gemalen koriander (ketoembar) - 1 tl kurkuma - 1 tl gemalen kardemom- 1 1/2 tl cayennepeper - 2 kaneelstokjes - 2 laurierblaadjes - 6 kruidnagels - stuk of 8 zwarte peperkorrels - 125 ml gezeefde tomaten - 4 el zonnebloemolie- 1 liter water of runderbouillon. Ik heb bouillon gebruikt, je hoeft dan geen extra zout te gebruiken. Gebruik je water voeg dan 1 tl zout toe en verder naar smaak. Of half water, half bouillon.

Hak de knoflook, evenals de pepers. Verwijder eventueel de zaadjes uit de pepers. Schil de gember en snijd in stukjes. Doe deze drie met 3 el water in de blender en draai er een sausje van.

Snipper de uien en bak ze een aantal minuten in de olie tot ze lichtbruin kleuren. Giet er dan de inhoud uit de blender bij en bak 2 minuten. Doe 2 eetlepels water in de blender, zet hem nog even aan en giet het vervolgens in de pan. Zo benut je ook wat onderin is blijven hangen optimaal.

Snijd de tomaten in stukken en voeg ze toe. Bak ze tot ze zacht zijn, dit duurt ongeveer tien minuten. Tomatenpuree erbij, roeren, minuutje fruiten.

Cayennepeper, kurkuma, kardemom en koriander toevoegen en omscheppen. Water of bouillon erbij plus de gezeefde tomaten, roeren en zachtjes aan de kook laten komen.
Stop intussen in een builtje de kaneel, kruidnagels, laurier en zwarte peperkorrels. Bind goed vast en hang het in de pan.
Laat de saus met deksel half op de pan 30 minuten zachtjes pruttelen.

Nu mogen dan eindelijk die balletjes erbij. Zet je hittebron zo laag mogelijk, eventueel een plaatje eronder als dat kan en stoof ze tot ze gaar zijn.  Houd de saus een beetje in de gaten, wordt het te dik voeg dan wat water toe. Vind je het te dun vis de balletjes dan uit de pan zodra ze gaar zijn en kook de saus wat verder in.
Haal het zakje met specerijen uit de pan.

Schep de balletjes met de saus in een schaal of verdeel het over borden. Geef er rijst bij, komkommer met wat yoghurt, chutney ( maak deze tomaten-appelchutney eens!)  en naan is natuurlijk ook nooit weg.

donderdag 3 oktober 2013

Fusilli met runderchipolata, paddestoelen, courgette en puntpaprika

Het is gelukt hoor! Schreef ik gisteren nog dat eetplannen wel eens kunnen wijzigen, deze keer bleef ik halsstarrig aan de pasta vasthouden.
Fusilli die gezellige wokkels, gedraaide dingetjes. Eigenlijk koop ik ze zelden meer. De kinderen waren er vroeger gek op. Snap ik best, zeker met die gekleurde spiralen dat ziet er nu eenmaal heel vrolijk uit.
Dit is een simpel gerecht, niet overladen met saus wel met flink wat Parmezaan. Vers geraspt natuurlijk
Echt hoor ik kan het niet vaak genoeg benadrukken. Zo'n zakje met aan je gehemelte plakkende kaaspoeder kan niet tippen aan een mooi stukje Parmigiano Reggiano.



Deze hoeveelheid is voldoende voor 3 personen of 2 volwassenen en 2 kinderen.

Je hebt nodig:

250 gram fusilli - 250 gram runderchipolata (dat zijn een stuk of 5 worstjes) -1 ui - 1 teentje knoflook - 1 niet al te grote courgette - 1 puntpaprika - 200 gram paddestoelen, wat gemengde soorten of gewoon (kastanje)champignons -  half bakje kerstomaatjes - 3 kleine takjes tijm - 1/2 el verse rozemarijnnaaldjes - 1 glas witte wijn - 125 ml gezeefde tomaten - 125 ml room - 100 gram geraspte parmezaan - scheutje olijfolie - peper en zout -chilivlokken- ovenschaal

Zo maak je het:

Verwarm de oven voor op 200 graden.
Vet een ovenschaal lichtjes in met wat olijfolie

Snipper de ui en hak de knoflook fijn. De courgette in kleine blokjes. De puntpaprika overlangs halveren en de zaadlijsten verwijden. Vervolgens beide helften in kleine stukjes snijden. De paddestoelen hak je wat grover.

In een koekenpan verhit je een scheutje olijfolie. Bak hierin de met wat peper en zout bestrooide worstjes gedurende een minuut of 8 om en om. Haal ze uit de pan, snij in hapklare stukjes en leg ze apart.
In deze zelfde pan fruit je op laag vuur de ui en knoflook tot de ui glazig is. Dan mag de courgette, puntpaprika, paddestoelen, rozemarijn en tijm erbij. Husselen en 5 minuutjes zachtjes stoven.
De wijn erin gieten en nog een tiental minuutjes verder sudderen.
Tijd voor de gezeefde tomaten. Doorroeren en na zo'n 2 minuten de room erbij schenken.
Roeren en op iets hoger vuur in 5 minuten lichtjes in laten koken.

Kook de fusilli beetgaar, mag zelfs nog iets minder aangezien het nog de oven ingaat,  in een flinke pan met kokend water waaraan zo'n 10 gram zout is toegevoegd.
Giet af in een vergiet en mik vervolgens terug in de pan. Geef een paar flinke draaien zwarte peper en een wat kleiner draaitje chilivlokken.
Roer 3/4 van de geraspte kaas erdoor. Vervolgens de saus plus de stukjes worst.
Hevel het over in de ovenschaal. Leg er gehalveerde kerstomaatjes bovenop, strooi er de rest van de kaas over en schuif 10 à 15 minuten in de oven.

woensdag 11 september 2013

Kipcurry met knapperige groente en geroosterde amandelen

Daar kan een mens zo'n zin in hebben he. Na een paar weken op de franse toer waar ik niet in het minst onder lijd, kun je verlangen naar rijst. Gewone simpele witte rijst met iets pittigs ernaast, dat is dan weer wel een vereiste.
Tuurlijk, dat kun je ook tijdens je vakantie maken, ik weet het maar wij doen dat niet. Hooguit sateh want die bbq, ja die staat regelmatig te gloeien. En ja met pindasaus! Dus er gaat pindakaas mee op vakantie, ketjap en wat sambal.
Nu is het tegenwoordig wel mogelijk om in de Franse supers sambal te kopen, van die ieniemini potjes oelek en op de Mexicaanse toer gaan ze ook al maar erg exotisch is het verder nog steeds niet.

Maar goed daarvoor reizen wij ook niet af. Wel voor de eend, de ham, geitenkaasjes in allerlei vormen en van mild tot buitengewoon heftig in de mond, sappige perziken, tomaten vol zon, geroosterde kippetjes van de markt, het knapperige brood, een fijn glas Crémant met de frisse belletjes aan het einde van de middag. En het mooie land natuurlijk voordat jullie denken dat ik ook daar alleen met eten bezig ben...

Maar bij thuiskomst, nog nagenietend en uitgerust, begint het te kriebelen. Gember, pepers, ketoembar, garam massala, dat soort werk en rijst.
Gisteren was het trouwens toch een weertje om meteen weer de koffers te pakken en zonnige oorden te zoeken. Koud! Nat! Nat! Nat! Niks aan. Blèh. Jakkes en zo meer.
Tijd voor erwtensoep sprak de husband waarop ik heel hard mijn hoofd schudde. Nee, voor dergelijke winterse kost is het nog te vroeg hoor. We gaan aan de curry!





Deze hoeveelheid is voldoende voor 3 personen. Geef je er nog een hardgekookt ei bij, naan, komkommer met yoghurt dan is het zeker genoeg voor 4 personen. En een lepeltje tomaten-appelchutney is ook niet weg.

Je hebt nodig:

350 gram kippendijvlees in stukjes ( veel sappiger als filet!) - 2 tomaten - 1 ui - 2 rode spaanse pepers ( ik had 1 hele grote, die telde wel voor 2... minstens) - stukje gember van ongeveer 2 cm - 2 teentjes knoflook - 2 el garam masala - 1 el limoensap - 1 koffielepel ketoembar - 1/2 koffielepel djinten - 1/2 tl kaneel - peper en zout  - klein scheutje zonnebloem of arachideolie - 2 el kokosmelk (optioneel) -  20 gram geschaafde amandelen - 1 rode paprika - 1 middelgrote ui - 1/2 struik paksoi - half bakje champignons

Aan de slag!

Snij de tomaten en 1 ui in stukken, hoeft allemaal niet zo netjes want ze verdwijnen toch in de blender of je keukenmachine. Knoflook en gember ook in de vorm snijden die je maar leuk vindt. De pepers al dan niet van de zaadlijsten ontdoen. Met de zaadjes wordt de curry natuurlijk een stuk pittiger. Zelf gebruik ik de zaadjes van ongeveer een halve peper.
Samen met de tomaten, ui, gember en knoflook in de blender of keukenmachine doen. Voeg garam masala toe, limoensap, ketoembar, djinten, kaneel en een beetje zout toe.
Draai het tot een dikke saus. Eventueel in het begin de massa even helpen met een klein scheutje water maar dat zal niet nodig zijn.

Bak de blokjes kip om en om in een scheutje olie, ze hoeven niet bruin te worden. Giet de saus erbij en laat een minuut of 40 zachtjes pruttelen met een deksel op de pan. Tussendoor even roeren en als er teveel vocht verdampt is een scheutje water toevoegen. Ook even proeven en eventueel nog wat zout en peper toevoegen.
De laatste tien minuten kun je eventueel de kokosmelk toevoegen.

Ondertussen:

Kook je rijst.

Rooster in een andere koekenpan het amandelschaafsel. Gewoon in een droge pan tot ze lichtbruin zijn. Regelmatig omschudden.  Laat ze in een bakje glijden en zet apart.

Snijd je de paprika en ui in stukken, niet te groot maar ook niet piep. Halveer de champignons en snij de stelen van de paksoi in ringetjes. Het blad snij je in de lengte in 3-en of 4-en, afhankelijk van de grootte van het blad.

Verhit een scheutje olie in de koekenpan waarin je ook de amandelen hebt geroosterd. Roerbak de groente behalve het blad van de paksoi op hoog vuur en onder constant scheppen en husselen. De groente mag een kleurtje hebben, ietsje zachter zijn geworden maar moeten echt nog knapperig zijn.

Schep nu de kipcurry bij het groentemengsel. Leg het blad van de paksoi erbij. Het gaat nu slinken.
De hele inhoud in een schaal scheppen en bestrooien met amandelschaafsel.

Serveren met de rijst




dinsdag 20 augustus 2013

Simpele salade met kikkererwten

Op de een of andere manier wil het maar niet vlotten met die kikkererwt. Waar bruine bonen, kapucijners of de witte al dan niet regelmatig bij velen op tafel staat, de kikkererwt krijgt maar bedroevend weinig aandacht. Dat vind ik jammer.
Daarom nu een hele simpele salade met deze knapperige jongens die echt wat toevoegen aan smaak en structuur in je mond. Veel fratsen heb je er niet bij nodig, gewoon een goede olijfolie, liefst een beetje groen en grassig, een plens citroensap en wat kruiderijen.
Voor een wat uitgebreidere versie voeg je simpelweg een beetje feta toe, oude kaas is ook zeer smakelijk. Een olijfje, wat kappertjes. Denk eens aan ansjovis of een mooie droge ham. Gedroogde abrikozen, cranberries. Afijn, je ziet maar.
Waar het mij vandaag om gaat; koop toch eens wat vaker die kikkererwten, niemand wil een muurbloempje zijn.



Je hebt nodig:

! blikje kikkererwten van 450 gram - 1 rode ui - 1 tomaat - gemengde sla -  1/2 citroen - 3 el olijfolie - 1/2 teentje knoflook -peper en zout - gemalen chilivlokken - verse kruiden als bieslook, oregano, basilicum, citroentijm, pimpernel (Deze heb ik zelf in de kruidentuin staan en daarom in deze salade gebruikt). Gebruik gerust peterselie of koriander.

Laat de kikkererwten uitlekken. Snij de ui in dunne ringen en halveer het weer. De tomaat in stukjes.
Maak een dressing van de olijfolie, het sap van ongeveer een halve citroen ( even proeven of je het niet te zuur vindt, dat verschilt natuurlijk per persoon), een uitgeperst half teentje knof,wat zout, peper en gemalen chilivlokken.
Meng de sla, kikkererwten, ui en tomaat met de dressing.
Was de kruiden, droog met wat keukenpapier en knip de bieslook over de salade heen. Trek de blaadjes van de oregano en citroentijm, strooi het erover. Basilicumblaadjes kun je het beste scheuren.

Voeg vervolgens toe wat je lekker vindt of eet het zo op zoals wij deden.

Zin in meer kikkererwten? Probeer dan de kikkererwten in tomatensaus eens!

donderdag 15 augustus 2013

Tomaten - appelchutney uit de 'Curry Bijbel'

Laatst zei ik al dat ik zo blij was dat de  'Curry Bijbel' weer terug in huize Eetlust was. Dan is het uiteraard niet de bedoeling dat zo'n boek in de boekenkast verdwijnt om een beetje mooi te staan wezen, nee er moet uit gekookt worden.
Met een immer voor nieuwe recepten in zijnde dochter met een vriend die lekker eten ook niet schuwt als aanschuivers aan onze tafel was de keuze niet zo moeilijk.
Ik zoek 'gewoon' een recept of wat uit dit boek.  Juist...afijn lees mijn stukje over de Curry Bijbel van Madhur Jaffrey maar eens als je het je ontgaan is en dan snap je dat dat niet zo eenvoudig is.

In ieder geval wilde ik een chutney maken als begeleider bij een kipcurry met verschillende kerriemengsels en daar bovenop ook nog eens cayennepeper, nou dan weet je het wel. De twee door mij extra toegevoegde eetlepels kokosmelk waren welkom kan ik je verzekeren.

Na wat heen en weer getwijfel besloot ik een tomaat-appelchutney te maken, weer eens wat anders en echt een kind kan de was doen. Buiten dat erg handig aangezien je geen tomaten hoeft te ontvellen maar heel simpel tomaten uit blik gebruikt. Met tomaten uit blik is helemaal niks mis, ik gebruik ze bijna altijd bij het maken van pastasauzen, tomatensoep en dergelijke.

Dit Brits-Indiase recept is een bewerking van een gerecht dat gepubliceerd werd in 1861 in een dun kookboekje genaamd 'Indian Cookery' en geschreven door Richard Terry. Hij was chef de cuisine van de destijds buitengewoon populaire  Oriental Club in Londen. Als je bij de ingrediënten kijkt zie je dat er gemberpoeder wordt gebruikt in plaats van verse, Madhur Jaffrey vertelt dat dat in die tijd heel normaal was.

O ja, op het laatst voeg je aan deze chutney nog drie tot vier  in ringetjes gesneden groene chilipepertjes toe, dát heb ik maar achterwege gelaten. Eindresultaat; een zoetzure kruidige chutney waarbij tomaat en appel heel fijn samen spelen.



Het recept heb ik gehalveerd, want stel je voor dat het niet te pruimen is dan zit je mooi opgescheept met een lading chutney. Verdubbel het gerust. Een potje is gisteren schoon opgegaan, een ander verdween in de tas van dochter.

Dit heb je nodig voor ongeveer een halve liter:

2 blikken gepelde tomaten van 400 gram (uitlekgewicht 225 gram) - 2 Granny Smith of andere zure appel - 175 ml appelazijn - 175 gram donkerbruine basterdsuiker - 1 tl cayennepeper - 2 kleine teentjes knoflook - 2 tl gemberpoeder - 2 tl zout - 3 el sultanarozijnen.

Maken:

Schil de appels, verwijder de klokhuizen en snij ze vervolgens in kleine blokjes.
Giet het sap van de tomaten grotendeels af en schudt de tomaten in een pan. Leg de appelstukjes erbij. Giet de appelazijn erbij, voeg basterdsuiker, cayennepeper, gemberpoeder en zout toe.
De knoflook pers je erboven uit.  Breng alles aan de kook, zodra het kookt zet je het vuur laag en laat je alles een klein uurtje pruttelen en indikken.
Terwijl het pruttelt druk je met een lepel de tomaten zoveel mogelijk in stukjes. En regelmatig roeren natuurlijk!
De chutney is goed zodra het op de bolle kant van een lepel blijft liggen. Hou er wel rekening mee dat het tijdens het afkoelen nog verder indikt.
Zodra de chutney bijna klaar is roer je de rozijnen erdoor, een paar minuutjes meewarmen en dan mag het vuur uit.

Laat het grotendeels afkoelen en schep het vervolgens in potjes.

Bron: Maddhur Jaffrey - Curry Bijbel