Posts tonen met het label Kookboek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kookboek. Alle posts tonen

vrijdag 14 augustus 2015

Salade Farandole

Salade Farandole. Het deed mij denken aan dansen op het dorpsplein, zwierende rokken, wapperende linten. Slierten mensen hupsen tussen de in lange rijen opgestelde tafels door.
Tafels met karaffen wijn, hier en daar een omgevallen glas, borden met resten kip. Geschater weerklinkt.

Mooie beelden ware het niet dat farandole niets anders betekent dan mengelmoes  Oftewel mik er maar in wat de koelkast en voorraadkast je biedt.
Deze versie vond ik in een oud kookboekje; 'Salades et hors-d'oeuvre des pays du soleil'. Heel lang geleden eens op de kop getikt. Volgens mij ergens in de Gers maar het kan ook in de Cevennen geweest zijn. Ik weet het niet meer.
Is verder ook niet belangrijk, de salade mag in ieder geval blijven.



Je hebt nodig:

2 Granny Smith - 6 zoute ansjovisfilets (blikje) - kilo krieltjes - paar handjes rucola -300 gram haricots verts - stuk of 20 roze cocktailgarnalen (gekookt) - 2 el pijnboompitten - 1/2 el citroensap - 4 cornichons (kleine zure augurkjes) - 3 hardgekookte eieren - 1 el kappertjes -1 koffielepel pittige mosterd (dijon) -  3 el zure room - 1 el witte wijnazijn - 100 ml olijfolie - zout en peper

Zo maak je het:

Schrob de aardappeltjes eventueel schoon en kook ze in de schil gaar. Dit moet in 10 á 15 minuten gepiept zijn. Laat beetje afkoelen of tot je vast kunt pakken en trek de schil eraf.

Snij de uiteindjes van de haricots verts. Blancheer de boontjes beetgaar. Hevel ze over in een vergiet of zeef, laat er koud water over stromen zodat de boontjes niet verder garen en laat ze vervolgens uitlekken.
Rooster de pijnboompitjes in een droge koekenpan lichtbruin.

De garnalen kun je natuurlijk al gekookt kopen maar je kunt ook diepvries gebruiken. Zelf heb ik altijd een zak met rauwe garnalen liggen, wel zo handig. Ontdooi de hoeveelheid die je nodig hebt, dep droog  en kook ze in wat water tot ze roze zijn. Ook deze mogen in een vergiet of zeef en net als bij de boontjes laat je er koud water over stromen. Wederom uitlekken. Doe ze in een kommetje, besprenkel met citroensap en maak op smaak met wat zout en peper.

De appels schillen en in dunne partjes snijden.
De ansjovisjes fijnsnijden
Vermeng appel en ansjovis met de aardappels, haricots verts en garnalen.
Scheur de rucola in stukken en voeg het eveneens toe.

Nu de eieren pellen en ragfijn hakken. Je kunt ze ook door een zeef wrijven. Vermeng met de mosterd, witte wijnazijn, kappertjes en fijngesneden cornichons. Klop het op met de olijfolie die je er in dunne straaltjes bijgiet. Tot slot de zure room erdoor roeren.

Dit mengsel voorzichtig door de salade scheppen. Bestrooien met de pijnboompitjes.

Zie hier uw frivole salade farandole.

Bron: Pierette Chalendar - Salades et hors- d'oeuvre des pays du soleil.

maandag 25 mei 2015

Dip van cannellinibonen en artisjokkenhartjes

Soms probeer je recepten uit die na het proeven meteen op het lijstje 'Nooit meer vergeten' belanden. Het nooit meer vergeten is in dit geval overigens positief bedoeld.
Naast gedroogde bonen hebben wij vaak ook blikken met diverse bonen in de kelder staan. Heel erg handig bij het bereiden van een snelle maaltijd of om door een salade te husselen. En in dit geval er een dip van te draaien.
Het recept komt uit Salmagundi van Sally Butcher.  Ik ben en blijf razend enthousiast over dat boek. Het past me als een jas.
Deze dip is klaar in een handomdraai. Ideaal als er eens onverwacht familie of vrienden op de stoep staan.  Artisjokkenhartjes moest ik nog even kopen, de rest scharrelde ik in de keuken bij elkaar.
De combinatie is werkelijk super. Een vleugje gerookte paprikapoeder, de artisjok die gezellig door je mond slingert, de smeuïge bonen, citroen als extra opkikker, de knoflook die voorzichtig om de hoek gluurt... een heel fijn stel.




Je hebt nodig:

Blik cannellinibonen (uitlekgewicht 250 gram) - Blik artisjokkenharten (uitlekgewicht 240 gram) - 2 teentjes knoflook - 1 tl paprikapoeder - 1/4 tl gerookte paprikapoeder  - 1 el fijngehakte peterselie - zout en peper - citroensap - olijfolie

Zo maak je het:

Laat bonen en artisjokkenhartjes uitlekken. Snijd de hartjes nog even wat kleiner.
Draai er met de keukenmachine of staafmixer een puree van. Voeg  knoflook uit de pers en  beide soorten paprikapoeder toe.
Giet er langzaam olijfolie bij tot het geheel smeuïg is.
Breng verder op smaak met citroensap, zout en peper. Eventueel nog een beetje gerookte paprikapoeder.
Roer de peterselie erdoor.

En klaar ben je.

Heerlijk met warm brood, crackers, op geroosterd brood of met de olijfoliecrackers van Ottolenghi die ik ook weer eens maakte.

Bron: Sally Butcher - Salmagundi, isbn9789045204383. Prijs 24,95


woensdag 13 mei 2015

Garnalen in pittige tomaten-paprikasaus met een Mexicaans tintje

Zo dames en heren, dat is even geleden he. Net als vorig jaar had mijn pc weer eens kuren. Hij zette zijn achterste behoorlijk tegen de krib aangezien hij aan een systeemherstel ook maling had.
Systeemherstel, hoop in bange dagen en dan op je scherm te zien krijgen 'systeemherstel kan niet worden uitgevoerd'. Lekker dan.
Dus kroop ik maar weer eens dieper in de krochten van dit vermaledijde ding. Deed schietgebedjes, stak kaarsjes op en opende na een paar avonden klooien bijna het raam om het kreng naar buiten te kieperen.
Er zijn ook nog andere dingen te doen en die me bezighouden niet waar.
Gelukkig wist ik me net op tijd in een zen-modus te wurmen. Met ongebruikelijk geduld struinde ik internet af, bekeek wat de foutcodes betekenden, zocht naar oplossingen, probeerde wat her en der en yes he he eindelijk daar was ie weer.
Net op het moment dat ik husband mededeelde: 'Nog 1 poging en dan ga ik iemand bellen hoor. Gek word ik ervan'
Innerlijke rust wordt beloond dat blijkt maar weer.

Mocht je denken dat we door al dit gedoe de afgelopen weken niks lekkers hebben gegeten dat is natuurlijk niet zo. Het boek Salmagundi van Sally Butcher is echt mijn beste vriend op het moment, zoveel recepten heb ik er al uitgemaakt. Ongekend voor mij.
Verder reisden we door de Mexicaanse keuken, maakte ik weer eens de goddelijke witlof met serranoham van Ottolenghi en liet sauzen pruttelen. Foto's? Nee dus. Zo zen was ik nu ook weer niet. Of er was geen licht genoeg meer of het was gewoon tot de laatste kruimel verslonden.

Maar deze heb ik wel voor jullie. Echt verrukkelijk met rijst of brood. Hoeveel pit je de saus wil geven, bepaal je zelf. Heel simpel een kwestie van het aantal pepers verminderen.
Manlief en ik zijn gek op garnalen dus kijken wij niet op een garnaaltje meer of minder. Mocht er nu toch wat overblijven dan heb je meteen een fijne lunch voor de volgende dag. Koud zijn ze namelijk ook erg lekker.



Voor de saus heb je nodig:

1 blik tomatenblokjes - 1 flinke tl tomatenpuree - 1 gele of groene paprika - 1 ui - 1 rode peper - 1 teentje knoflook - 1 tl gemalen komijn (djinten) - 1 tl gemalen koriander (ketoembar)- peper en zout - 1 el olie - eventueel klein beetje suiker.

Verder heb je nog nodig:

400 gram rauwe grote garnalen - 1 rode paprika - 1 à 2 rode pepers - 3 tomaten - stuk of 10 olijven met piment - 1 el kappertjes - 1/2 tl  gemalen komijn (djinten) -1 limoen - 1 ui - zout en peper

Zo maak je het:

Deel 1

Eerst aan de slag met de saus. Snipper de ui en knoflook.  Halveer de paprika, verwijder de zaadlijsten en verdeel de paprika in blokjes. Dat mag best een beetje grof.
Peper ook halveren, zaadjes plus lijsten eruit en de peper fijnhakken.  Zelf laat ik wat zaadjes zitten voor dat fijne spicy gevoel.

Verwarm de olie in een pannetje. Fruit hierin ui en paprika op middelmatig vuur tot ze zacht zijn.
Voeg knoflook, rode peper, komijn en koriander toe. Bak dit een minuut of 3 zachtjes mee.
Roer de tomaten puree erdoor, Bak ook dit nog een minuut of 3 zachtjes. Zo ontzuur je de tomatenpuree.
Trek het blik tomaten open en giet de hele boel erbij. Alles door elkaar roeren.
Zet het vuur wat hoger en kook de saus een kleine 10 minuten zachtjes tot het indikt. Breng op smaak met zout en peper en eventueel een beetje suiker.

Deel 2.

Pel de garnalen en verwijder de darmkanaaltjes. Ik snijd met een scherp mesje over de rug van garnaal en trek de onsmakelijke sliert er in een wip uit. Is even een klein klusje maar geloof me, die garnaal wordt er een stuk smakelijker van.
Dep ze goed droog en bewaar tot gebruik in de koelkast.

Snipper de ui, halveer de paprika, verwijder de zaadlijsten wederom en hak in blokjes. Hetzelfde met de rode pepers. Voor extra hitte laat je de zaadjes lekker zitten, anders mik je ze weg.
De tomaten snijd je in stukken, hoeft allemaal niet zo precies.Olijven ook even halveren.

Verwarm een eetlepel olie in een koekenpan. Fruit hierin ui en paprika tot ze zacht zijn.
Voeg nu de tomaten, rode pepers, olijven, kappertjes en komijn toe. Schep door elkaar en giet dan de eerder gemaakte saus (deel 1) erbij.  Husselen en zachtjes aan de kook brengen, laat 5 minuutjes pruttelen.
Even proeven en eventueel wat zout toevoegen.

Doe nu de garnalen erbij en stoof ze zachtjes mee tot ze roze zijn. Breng verder op smaak met een scheutje limoensap.

Dit recept, een beetje door mij aangepast,  is te vinden in het boek 'Mexicaans koken' onder de naam Garnalen Veracruz, een uitgave van Rebo uit het jaar?? Het jaar 0 durf ik niet te roepen maar het prijkt al zeker twintig jaar in mijn boekenkast. Als het er al geen 25 zijn.
Een aantal recepten heb ik op internet voor de grap eens vergelijken met kookschrijfsels van nu en wat blijkt? Ze zijn behoorlijk authentiek. Dat vind ik nou weer leuk.

Wie wat bewaart die heeft wat.



woensdag 11 maart 2015

Over Salmagundi en Noorse vissalade

Wekelijks gaan er vele kookboeken door mijn handen en ik moet eerlijk bekennen dat ik over al die nieuwe uitgaven niet altijd even enthousiast ben. Onoverzichtelijke recepten, soms ronduit slechte lay-out, afgeraffelde indruk, een verkoopprijs die niet in verhouding staat tot de inhoud. Plak er maar een bekende kop op en het verkoopt wel, dat dus. Jammer, want voor vijf of meer euro minder zijn er soms, niet altijd, veel betere alternatieven. En ja dat vertel ik dan ook.
Ook spreekt logischerwijs niet ieder onderwerp mij aan. Of voegt het voor mij niet zoveel toe, kan ik er geen inspiratie uit halen. Heb ik niet zoveel met de auteur. Maar goed, smaken verschillen en dat mag ook. Iedere doelgroep zijn of haar favorieten. Da's mooi en zo blijft er ruimte voor allerlei schrijfsels en kooksels.

Over Salmagundi van Sally Butcher ben ik wel enthousiast, was ik al enthousiast aangezien ik de Engelse uitgave al kende. Een boek vol salades uit alle windstreken en evenzovele ingrediënten
Wat zo fijn is aan een salade, er zijn geen spelregels aan verbonden bij het samenstellen. Laat je fantasie de vrije  loop of laat je leiden door de inhoud van je koelkast en voorraadkast.
De mogelijkheden zijn oneindig en het is niet zo moeilijk om iedere keer een andere salade op tafel te toveren. Mocht de inspiratie eens verdwenen zijn dan helpt dit boek je zeker weer op weg.



De hoofdstukken in het boeken kregen de titel van het belangrijkste ingrediënt, wel zo overzichtelijk.
Denk aan Rijst, Pasta & Graan, Vis, Kaas, Vlees, Kruiden & Bladgroenten en Groente. . Fruitsalades en salade als toetje ontbreken ook niet net als een hoofdstuk gewijd aan dressing en dipsauzen. Om af te sluiten met toppings, de knappertjes, de extra mondvermaakjes om het zo maar eens uit te drukken.
Voor vegetariërs wellicht niet zo geschikt maar als je het eens kunt lenen van iemand... doen want er zijn ook hele mooie vlees- en visloze recepten in te vinden. Verder kan ik jullie een ander boek van deze auteur aanbevelen; 'Veggiestan'.

Sally Butcher vertelt graag. Over haar winkel in Peckham, producten, de herkomst en inspiratiebronnen van haar recepten, de smaakcombinaties. En natuurlijk legt ze uit waar Salmagundi nu eigenlijk voor staat. Een 17e- eeuwse Engelse benaming voor een salade waar zo'n beetje alles in is verwerkt wat maar groeit, loopt, zwemt en vliegt. Onze maaltijdsalade van nu dus, daar combineren we immers ook naar hartenlust ingrediënten.

Het afgelopen weekend (wat was het zalig weer!!)  kwamen er vrienden borrelen, een mooie gelegenheid om dit boek met zijn cover vol mozaïekjes eens te testen en vrienden plus husband voor proefkonijn te laten spelen.
Vonden ze helemaal niet erg.

Vrijdag maakte ik voor ons tweetjes uit Salmagundi een dragonsalade met gepaneerde kip.  Wat is dragon toch een waanzinnig lekker kruid met zijn lichte anijssmaak. Ik gebruik het veel te weinig maar daar gaat verandering in komen.
Voor bij de borrel koos ik een bietensalade met gember, mango en munt. Husband houdt helemaal niet van munt maar riep deze frisse, zomerse  salade uit tot winnaar.
Ook maakte ik een o zo simpele maar waanzinnig lekker roomkaasmengsel met uitgebakken en verkruimelde ontbijtspek, bieslook en limoensap. Blaadjes witlof erbij, crackers mag ook, smeren maar.

Toch geef ik jullie een ander recept, Noorse vissalade met mierikswortel. Heerlijk als gezellig voorgerechtje, onderdeel van andere hapjes, een buffetje of andere feestelijkheden.
Eenvoudig om te maken en je scoort er zeker te weten punten mee! Ik heb het overigens ietsiepietsie aangepast. Met name de hoeveelheid zure room, 2 1/2 dl vond ik echt iets too much.




Voor 4 à 6 personen heb je nodig:

250 gram kabeljauwfilet of andere stevige witvis -  150 gram gerookte forel - 2 blaadjes laurier - 2 sjalotjes - paar draadjes saffraan ( stuk of 5) - 2 eieren - 2 tomaten - 1 el appelciderazijn -  4 el zure room - 1 el geraspte mierikswortel ( of naar smaak, wij houden van de pittige scherpte maar dat geldt niet voor iedereen) - 2 el fijngehakte verse dille plus een beetje voor de garnering - zout en peper - 2 ferme sappige zoetzure augurken - ijsbergsla of little gem - 2 sneetjes zuurdesembrood, stevige volkoren of wat je zelf lekker vindt.

Zo maak je het:

Week de saffraan in 2 theelepels heet water.
Kook de eieren hard.
Snipper de sjalotjes en hak de dille fijn. Dit kun je allemaal doen als de kabeljauw in zijn waterbadje ligt of af ligt te koelen.

Leg de kabeljauw in een pan, giet er net zoveel koud water op tot het onderstaat. Leg er de blaadjes laurier bij. Laat het nu tegen de kook aan komen. Blijf erbij en pas op dat het niet gaat koken.
Laat zachtjes een minuut of 5 pocheren. Zet dan het vuur uit. Laat de vis in het hete water liggen, het gaart nu nog even door. Voel voorzichtig of het gaar is. Het moet nog stevig aanvoelen.
Schep het er met een schuimspaan uit, leg de vis op een bord en laat afkoelen.
De blaadjes laurier gooi je weg.

Verdeel de kabeljauw in stukjes en doe het samen met de gesnipperde sjalotjes in een kom.
Roer een dressing van het saffraanwater, de azijn en zure room. Vermeng met de fijngehakte dille, mierikswortel, zout en peper en schep het vervolgens door de vis.
Zet het nu afgedekt een uurtje in de koelkast. Langer mag ook.

Haal de vis uit de koelkast. Snijd de forel in stukjes en schep het erdoor. Proef even of er nog wat zout en peper bij moet.
Rooster vlak voor serveren het brood en snijd in 4 à 6 blokjes, beetje afhankelijk van hoe groot je plakken brood zijn.
Pel de eieren, gebruik zo'n handige eiersnijder voor mooie plakjes of een scherp mes.
Verdeel de tomaten in plakjes.

Verdeel de sla in handige eenhaps blaadjes of maak er als je het als voorgerecht serveert kommetjes van. Leg het op een schaal of bordjes.
Eerst komt het brood, daar leg je een plakje tomaat op, dan wat vissalade. Maak het af met een plakje ei, paar plakjes augurk en tot slot nog wat dille

Bron: Sally Butcher- Salmagundi, inspirerende salades uit het Midden-Oosten en verder. 2015,
272 blz, ISBN 978 90 452 0438 3, prijs 24,95

Dit boek is in eigen bezit, geen gesponsorde toestanden dus.




woensdag 4 maart 2015

Salade met rijstnoedels, rundvlees en nuoc cham

Zodra het maart is begint het bij mij te kriebelen.
Net of ik weer wakker word na een lange winterslaap. Mijn innerlijke batterijen laden zich op en ik krijg weer zin. Zin om van alles te ondernemen.
Lekker naar buiten, die tuin in. De borders ontdoen van hun winterdekje en ontdekken dat van alles voorzichtig de kopjes boven de grond uitsteekt, zoekend naar licht.

Stiekem kijk ik nog wat verder naar voren. De zwaardere winterkost, hoe lekker ook, wuif ik een vrolijk tot ziens toe en wentel me in het vooruitzicht van de asperges. Goed, ik moet nog even geduld hebben maar de voorpret doet ook al veel niet waar.

Om het voorjaar feestelijk af te trappen deze heerlijke lichte salade met een beetje pit en wat vrolijke krakers.

Rijstnoedels met gemarineerde rundvleesreepjes, pinda's, krokante uitjes en de Vietnamese dipper nuóc chãm.
Heel simpel om te maken en ook nog eens zo klaar!



Je hebt nodig voor 3 personen:

220 gram rijstnoedels (te koop bij de toko maar ook in de meeste supermarkten) - 350 gram bieflappen - 2 stengels citroengras - 2 knoflookteentjes - 2 el vissaus - 2 el arachide- of zonnebloemolie - 1 flinke ui - peper en zout - gemengde sla naar keuze - ongezouten pinda's - gebakken uitjes (potje/bakje toko of supermarkt of zelf maken ;-)) - blaadjes basilicum - voor de liefhebbers wat ringetjes rode peper.

Voor de dressing:
1 Spaanse peper zonder zaadjes - 1 teentje knoflook - 3 el suiker - 5 el vissaus -1 el rijstazijn -125 ml water - 1 limoen - vijzel

We maken eerst de dressing:

De Spaanse peper is relatief mild, je kunt natuurlijk ook de veel vlammendere Thaise gebruiken, een Santaka of andere soort.

Hak de peper grof evenals het teentje knoflook. Vijzel het tot een smeuïge pasta. Bij gebrek aan vijzel kun je ook de staafmixer gebruiken.
Voeg de suiker toe en stamp door tot de suiker helemaal rood is.
Breng het water aan de kook, voeg de pasta , vissaus en rijstazijn toe en roer het lekker door. Laat nu een paar minuten zachtjes inkoken. Pas op dat het niet te stroperig wordt.
Voeg het sap van een halve tot driekwart limoen toe. Even proeven wat je zelf het lekkerste vindt.  Zet op zij en laat afkoelen.

Verder met de salade.

Snijd de bieflappen in dunne reepjes. Hak het wit van 1 citroengrasstengel fijn plus het andere knoflookteentje. Hevel de stukjes vlees over in een kom samen met citroengras en knoflook. Giet er 2 eetlepels vissaus bij en hussel de boel goed door. dek het af en laat een half uurtje staan.

Vul een flinke pan met water, breng aan de kook. Mik de rijstnoedels erin, roer door en zet het vuur meteen uit. Een paar minuten later zijn de noedels zacht. Giet ze in een vergiet en spoel meteen af met koud water om te voorkomen dat het een papperige toestand wordt.
Laat ze uitlekken in het vergiet.

Snijd de ui in dunne ringen, hak het wit van de andere stengel citroengras en snipper een teentje knoflook.
Verhit 2 el olie en roerbak hierin de ui, citroengras en knoflook een seconde of tien. Dan het gemarineerde vlees erbij. Bak op hoog vuur al omscheppend een minuut of vijf tot het vlees rondom bruin is Doordat het vlees dun is gesneden is het nu ook meteen klaar en nog lekker sappig. Bestrooi met peper en zout.

Pak een paar kommen of diepe borden. Verdeel er sla over, leg dan de rijstnoedels erop. Besprenkel met wat dressing. Top af met de reepjes rundvlees. Vergeet de meegebakken ui en citroengras niet.
Strooi er pinda's en de krokante uitjes over, wat in stukjes gescheurde blaadjes basilicum, ringetjes rode peper of wat ook lekker is stukjes lenteui.

Zet de rest van de dressing op tafel samen met  nog wat pinda's en gebakken uitjes.

Eet smakelijk.

Bron: Hanoi Street Food/ Tom Vandenberghe en Luk Thys


vrijdag 13 februari 2015

Knapperig platbrood Lavash

Lavash is een dun platbrood. Het wordt gegeten van Armenië tot Turkije en Iran. Met weinig ingrediënten bak je simpel en snel deze broden die naderhand ook gedroogd kunnen worden zodat ze erg lang houdbaar zijn.
Zoals jullie konden lezen ben ik gezellig met 'Honey & Co' in de keuken bezig geweest. Uit dat boek komt dit recept voor lavash.
Het grappige is dat lavash veelal omschreven wordt als een zacht, dun brood en ik geloof iedereen op zijn woord maar in mijn boek is het meer een cracker, een knapperig geval. Tja daar sta je dan als niet zo'n hele grote koekenbakker.
Gelukkig ontdekte ik ook varianten op deze, al dan niet bestreken met ei of boter en bestrooid met zaadjes. Daarom besloot ik volledig te vertrouwen op Sarit en Itamar, de auteurs van het boek en eigenaren van het gelijknamige restaurant in Londen. Mocht je trouwens meer over dit gezellige stel willen weten, ze zijn sinds kort elke werkdag om 20.00 uur  te zien op 24Kitchen.
Ga ik binnenkort ook eens doen want ik zag de aankondiging toevallig voorbij fietsen, het programma heb ik nog niet gezien. Jullie wel?

Man, man dit is weer zo lekker. Krakend en knappend met het nootachtige van de meegebakken zaadjes. Zalig met een grote schep traditionele hummus of op basis van pompoen of bieten (feta!!!) of de knolselderijpuree met yoghurt die ik eerder deze week plaatste.
Voor het bakken geven ze trouwens een heel handige tip. Tenminste als je net als ik nogal diepe bakplaten hebt. Draai ze om, maak van de onderkant de bovenkant dus. Werkt als een tierelier!

Nog even terugkomen op de traditionele lavash, die wordt gebakken in een tandoor. Een potvormige oven van klei die ingegraven wordt in de grond. Het vuur wordt flink opgestookt waardoor de pot gloeiend en gloeiend heet wordt. Brood maar ook bijvoorbeeld kebab wordt tegen de rand van de oven geslagen waarna het in een mum van tijd gaar is. Je moet echt even naar dit filmpje op YouTube kijken. Respect voor de dames! Ik zie mezelf dat nog niet zo gauw doen. Heb je gezien hoe rap dat deeg uitgetrokken wordt?




Je hebt nodig: 

180 gram bloem - 80 ml water - 14 gram zachte boter - mespuntje suiker - 1/2 tl zout
Om te bestrijken en bestrooien: 1 ei en za'atar en/of sesamzaad, maanzaad, nigellazaad

Zo maak je het;

Meng bloem, suiker, zout en de in vlokken verdeelde boter door elkaar. Voeg langzaam het water toe en meng het snel tot een deeg.
Het zal nog behoorlijk droog zijn. Stort het op een schoon werkvlak en veeg het met beide handen bij elkaar. Vorm er een bal van die net bindt.
Ziet er raar uit, je denkt dit wordt niks maar wees gerust.
Wikkel de bal in plasticfolie en leg het minimaal een uur in de koelkast. Langer is beter en je kunt het zelfs tot de volgende dag laten liggen.

Verwarm de oven voor op 175 graden

Bekleed je bakplaat met bakpapier

Verdeel de bal in vier stukken.
Rol ieder stuk flinterdun uit. Rond, langwerpig, vierkant, maak er maar wat van.
Bestrijk met losgeklopt ei en bestrooi met za'atar of sesamzaad, maan- of nigellazaad.
Een combinatie is natuurlijk nog lekkerder.

Leg de lavash op de bakplaat, schuif de oven in en bak tot het goudbruin is. Dit duurt een minuut of tien. Laat ze op een rooster afkoelen.

Ik kan op mijn bakplaat twee stuks kwijt. Terwijl de eerste 2 afkoelden, bakte ik de rest.

En proefde alvast een stukkie....

Bron recept: Honey & Co

maandag 9 februari 2015

Knolselderijpuree met yoghurt (mezze)

De afgelopen weken ben ik nogal in de weer geweest met een boek vol Midden-Oosterse gerechten;  'Honey & Co' van Sarit Packer en Itamar Srulovich .
Dit stel werkte respectievelijk als patissier en chef-kok bij de u welbekende Yotam Ottolenghi.
Na die leerschool sta je blijkbaar zo ijzersterk in je schoenen dat het openen van je eigen restaurant een logische volgende uitdaging lijkt. Dat restaurant in Engelands hoofdstad werd een hit.
Waarna een eigen kookboek natuurlijk ook niet uit kon blijven.

Waar ik zelf altijd erg van hou is  een kijkje achter de schermen. Hoe zijn recepten ontstaan, waar komt de inspiratie vandaan en helemaal fijn is dat in dit geval de medewerkers ook nog eens veel credits krijgen. Sarit en Itamar zijn overduidelijk blij met hun team.
Nu spreek ik ook regelmatig mensen voor wie dit geleuter zoals ze het noemen niet zo hoeft.
Gewoon een boek vol recepten, smakelijk plaatje erbij en of nu Samira. Piet of Jean zo'n gerecht heeft verzonnen doet niet ter zake.
Dat mag, gelukkig zijn er zoveel kookboeken te vinden dat er altijd wel iets naar je smaak bij zit. Net als een spijkerbroek is een kookboek per slot van rekening ook een hoogst persoonlijke zaak.
Ik houd wel van dat 'geleuter'

De recepten zijn niet al te ingewikkeld en  helder uitgewerkt. Dat je voor een aantal recepten een bladzijde om moet slaan, dankzij dat u geweetwel, kan als een nadeel worden gezien. Ingrediënten die een aantal jaren geleden voor hoofdbrekens zorgden zijn dankzij hun voormalige baas nu eenvoudig verkrijgbaar.

Van salades tot brood, drankjes, vis, vlees, zoetigheden,pickles, granen, peulvruchten en handige tips. Je vindt het allemaal. De ingelegde bietjes zijn zalig kan ik je melden, De wintertabouleh met knolselderij ( handig aangezien je van zo'n knol altijd overhoudt!) en winterwortel weer eens wat anders.
Voor veel gerechten hoef je niet urenlang in de keuken rond te hangen maar er zitten er tussen met een flinke ingrediëntenlijst en aardig wat bereidingstijd. Maak die dus niet als je binnen een uur aan de dis wil schuiven.
Maak wel onderstaande knolselderijpuree met yoghurt, simpel, snel klaar en verrukkelijk! Ook weer eens wat anders als de eeuwige hummus waar ik overigens wel erg dol op ben.
Het aardse van de knolselderij krijgt een frisse oppepper van de yoghurt en eerlijk gezegd kan ik er van blijven eten.



Je hebt nodig:

500 gram knolselderij - 4 teentjes knoflook - 3 à 4 el Griekse of Turkse yoghurt - 2 takjes tijm - 1 tl zeezout - 10 gram boter - 1 el olijfolie -  staafmixer.

Schil de knolselderij, snijd in even dikke plakken en vervolgens in blokjes.
Haal de knoflook uit hun jasjes.
Zet een pan op hoog vuur met een 1 eetlepel olijfolie. Mik knolselderij, knoflooktenen, zout en tijm erin en bak het een minuut of vijf tot de blokjes licht beginnen te kleuren. Schep regelmatig om.
Zet het vuur lager, leg een deksel op de pan en laat de blokjes in een minuut of tien gaar worden. Zodra je er met een vork gemakkelijk doorheen prikt is het goed.
Schud alles in een kom en vis de takjes tijm eruit. Die mogen weg.

In dezelfde pan laat je nu de boter smelten tot het bruin is. Niet zwart, dat noemen we verbrand en is niet lekker. Bruine boter oftewel beurre noisette heeft een licht nootachtige smaak..
Deze boter giet je over de knolselderij. Om te beginnen drie lepels yoghurt erbij. Zet nu de staafmixer erop en maak er een grove puree van. Het is lekker als er nog wat structuur inzit.
Eventueel nog extra yoghurt toevoegen.
Op smaak brengen met zout en peper. Wat chilivlokken erover voor extra pit is ook een aanrader maar niet noodzakelijk.

Serveer op kamertemperatuur met crackers, turks brood, plat brood en bijvoorbeeld lavash.
Lavash is een super simpel platbrood, eigenlijk meer een cracker, uit hetzelfde boek.
Dat recept krijg je later deze week.

Wat je over hebt, bewaar je in een afgesloten bakje in de koelkast. Zo kun je er nog een dag of drie van genieten.




Bron recept: Honey&Co, Sarit Packer en Itamar Srulovich, 2013, Kosmos, hardcover, 303 blz, prijs 24,99

Dit boek is in eigen bezit en derhalve is deze post niet gesponsored



maandag 10 november 2014

Mini mozzarella met dukkah

Over een paar weken hebben we weer wat te vieren in huize Eetlust. Dus gaat ondergetekende alvast op zoek naar wat hapjes. Om uren in de keuken te staan vind ik zoals je weet geen enkel probleem maar het is ook fijn, handig en praktisch als sommige recepten minder tijdrovend zijn. Ook ben ik voorstander van het 'zelf doen'. Indien mogelijk natuurlijk, kan de gasten moeilijk al hun eigen hapjes laten bereiden,
Dit is er zo één. Uit de nieuwe aanwinst Tasty Express, ik schreef er gisteren over.
Het is zo eenvoudig en simpel, binnen 10 minuten ben je klaar.

Dukkah is een Egyptisch specerijenmengsel. De smaak is verrassend en iedereen heeft zo zijn eigen favoriet. Deze bestaat uit pistachenoten, korianderzaad, komijn, chilivlokken, sesamzaad en een beetje zout. Vaak zitten er ook gedroogde en geroosterde kikkererwten in en in plaats van pistachenoten amandelen.  Je roostert het, vijzelt het grof en vervolgens lekker dippen met brood en olijfolie.
Een ideaal recept om naar hartenlust mee te variëren.

Sneh Roy bedacht een variant met kleine bolletjes mozzarella. Goed idee om die toch wel vlak smakende mini mozzarellaatjes een boost te geven. En weer eens een leuke variant op de eeuwige prikkers caprese.




Je hebt nodig :

65 gram ongezouten pistachenoten - 2 el korianderzaad - 2 el sesamzaad - 1 el komijnpoeder - 1/4 tl zout - 1 verkruimeld gedroogd pepertje met of zonder zaad of 1/4 tl chilivlokken - extra vergine olijfolie - 20 à 30 bolletjes mini mozzarella- wat zwarte peper voor de mozzarella

Zo maak je het:

Verwarm een koekenpan licht voor. Het mag vooral niet te heet worden want dan verbrandt het sesamzaad, ook wordt het mengsel bitter.
Mik alle ingrediënten behalve olijfolie en mozzarella in de pan en rooster het ongeveer 5 à 8 minuten. Schep regelmatig om en snuif die zalige geur op.

Hevel het over in een vijzel of keukenmachine en maal het grof. Als je een vijzel gebruikt kun je het mengsel het beste in twee porties verdelen. Ook afhankelijk van de grootte van je vijzel natuurlijk. Die van mij is niet overdreven groot daarom doe ik het in twee gedeeltes.

Laat de bolletjes mozzarella goed uitlekken. Maal er een klein beetje zwarte peper over. Steek ze aan prikkers en schik ze aan een kant op een schaal. Strooi aan de andere kant dukkah en zet er een schaaltje met  olijfolie op. Doop de bolletjes in de olijfolie en rol het door de dukkah. Steek in je mond en verbaas je er over wat er gebeurt.

Bron recept : Sneh Roy - Tasty Express

zondag 9 november 2014

Review Sneh Roy - Tasty Express

Sneh Roy is een food / lifestyle fotograaf en styliste uit Sidney. Daarnaast een uiterst succesvol blogger op Cook Republic. Al in 2003 begon ze met bloggen, Cook Republic werd in 2006 geboren en hiermee won ze uiteindelijk 'Best Australian Blog 2013'. Een boek kan dan niet uitblijven en zo verscheen onlangs  haar eersteling 'Tasty Express'.

Sneh groeide op in India en die invloeden vind je duidelijk terug in haar boek. Zoals het een foodie betaamt doet ze ook volop inspiratie op in de wereld om haar heen. Ingrediënten, producten, smaken en geuren uit alle windstreken combineert ze tot eigen creaties.
Gezellig met familie en vrienden urenlang aan tafel genieten van lekkere hapjes, neerstrijken in het park voor een picknick, je trek stillen bij een foodtruck of gewoon in je eentje genieten van een kom soep. Aardje naar ons vaartje.



Een deel van haar recepten is vegetarisch maar met een handomdraai te vervormen voor vlees- en visliefhebbers. In dit boek is de verdeling tussen vega, vlees en vis overigens harmonieus en in balans waarbij ik wel op wil merken dat het voor de vegetariër daardoor minder tot niet geschikt is.
De nadruk ligt op gezonde voeding, gelukkig is er volop ruimte voor guilty pleasures. We willen het wel een beetje gezellig houden in het leven.

De halve wereld zit tegenwoordig aan de quinoa, ook Sneh blijft niet achter. Het ziet er eerlijk waar heerlijk uit zo'n paprika met quinoa en noten of van die geurige quinoarolletjes. Maar ik zal het niet maken want ik vind quinoa niet te pruimen. Dat ligt gewoon aan mij dus trek je er niks van aan. Het boek staat verder bomvol met recepten die me wel aanspreken.
De diversiteit aan smaken en ingrediënten van kruidig, pittig tot zoetzure accenten en ook voor mij nieuwe combinaties maken dat Tasty Express een aanvulling is op de andere boeken in mijn kast.

Als kookboekenmalloot word je langzaam maar zeker toch kritischer bij het aanschaffen. Je wilt niet weten hoeveel kookboeken er jaarlijks uitgegeven worden en zeker in het najaar is het helemaal bal. Hoe aantrekkelijk veel schrijfsels ook zijn, soms is het toch een herhaling van zetten. Meegolvend op de trends en hypes. Voor je het weet ben je in het bezit van tig boeken met Midden-Oosterse smaken of kun je tien jaar vooruit met allerhande shakes en smoothies die in al hun gedaantes in alle vier je boeken te vinden zijn.

Tasty Express geeft je recepten van ontbijt tot dessert, taart, sap en chutney. Comfort food als macaroni met pompoen en spek of paddenstoelen met miso-pindasaus.
Een feestelijke dip van feta, bietjes en gebakken knoflook doet het weer goed tijdens een borreltje met vrienden. Geef er nog mini-mozzarellaballetjes met dukkah en olijfolie bij plus een schaaltje Thaise citroen amandelen.
Bak eens kikkererwtenbrood of als ultieme verwennerij pannenkoekjes met rum en rozijnen en giet er een saus van rum en boter over. Wat te denken van een snelle geurige eiercurry of zoetzure aardappels, tiramisu met gemberkoekjes, appelcrumble met chai of haar wakkere groentenmuffins om de dag mee te starten.

Dahl met linzen en boerenkool staat al op mijn lijstje en in de keuken heb ik inmiddels een potje met dukkah staan, daar gaan we straks eens wat mozzarellaballetjes doorheen halen.  Dukkah is overigens een mengsel van pistachenoten, korianderzaad, sesam, komijn, chilivlokken plus wat zout dat je roostert in een koekenpan en vervolgens grof vijzelt.
En dat geurt jongens! Heerlijk.

Tot slot

Zoals gezegd is Sneh ook fotografe, het zal je niet verbazen dat het daardoor een visueel aantrekkelijk boek opgeleverd heeft. De receptuur vind ik duidelijk beschreven, iedereen met een beetje basiskennis kan er mee aan de slag. Laat je niet afschrikken door een af en toe erg uitgebreide ingrediëntenlijst. Haar recepten zijn overzichtelijk en niet moeilijk om te maken.

Ofschoon er gesproken wordt van veel vegetarische recepten die in een handomdraai aangepast kunnen worden voor de niet-vegetariër  vind ik het meer een boek voor de flexitariër en diegenen die gewoon dagelijks een stukje vlees of vis op hun bord willen. Er staan naar mijn mening teveel recepten in met vlees en kip om het voor de vegetariër aantrekkelijk te maken.
Past wel perfect in de Meatless Monday categorie.

Omdat Sneh verrassende combinaties geeft die ook voor mij nieuw zijn en ik er zeker van ben dat het daadwerkelijk mee de keuken in gaat vind ik dit boek een aanwinst.

Tasty Express is te koop bij de boekhandel en via internet. Het kost 24,95
ISBN  978-94-026-0021-6

Dit boek kreeg ik toegestuutd via Aerial Media Company. Bovenstaande review is persoonlijk en onafhankelijk.


zondag 5 oktober 2014

Kruidige Druivenchutney

Wat een week! Bomvol energie stuiterde ik van de ene activiteit in de andere.  Alleen het bloggen schoot er genadeloos bij in. Na een paar dagen begon het te kriebelen en te kriebelen maar helaas het kwam er niet van om eens rustig een recept met jullie te delen.
En dat ga ik op deze wat herfstige zondag even inhalen.
Een chutney met druiven uit mijn favoriete Indiase kookboek 'De Currybijbel'. Het boek is in het Nederlands niet meer verkrijgbaar, ik schreef het al eerder.

Een kruidige chutney met een vlammetje. Hoe pittig het wordt is afhankelijk van de pepersoort die je gebruikt. Zoals jullie weten heb ik een aardige assortiment in mijn tuin staan. Dat is fijn voor mij maar jullie hebben er niet zoveel aan aangezien veel soorten niet zomaar 1,2,3 verkrijgbaar zijn.
Rawits gelukkig wel en die horen oorspronkelijk in dit recept. Zelf gebruikte ik een  cayennepeper.
Gebruik gerust Spaanse pepers als je rawits too much vindt.

Bij het checken van de ingrediëntenlijst scanden mijn ogen 'Heb ik, heb ik, heb ik.'  Opgewekt dook ik na het boodschappen doen de keuken in. He lekker weer even frutselen. De dozen met kruiden en specerijen gingen open, mijn bruine kijkers flitsten door die ene doos met bakjes hele zaden. Fenegriekzaad, komijnzaad... fenegriekzaad... komijnzaad... waar? Op? Kan niet! Waar zijn die bakjes? Ze bleven onvindbaar in tegenstelling tot 2x kardemom, 3x kurkuma, 2x mosterdzaad en nog zo wat. Grmmbbbl und jetzt? Brouwen we er zelf maar wat van.

En het kwam helemaal goed. Druivenchutney à la Els geïnspireerd door de Currybijbel.



Je hebt nodig voor 1 potje:

300 gram pitloze witte druiven -  1 rode peper - 1 tl gemalen venkelzaad - 1 1/2 tl gemalen komijn - 1 tl maanzaad - 1 tl bruin mosterdzaad - 1/2 el suiker - 1 tl zout - 1 tl gemberpoeder - 1/2 el citroensap - 1/2 el arachideolie.

Was de druiven en halveer ze.
Meng in een kommetje het venkelzaad, de komijn, gember, fijngesneden rode peper zonder zaadjes, citroensap, suiker en zout met  250 milliliter water

Verwarm in een pannetje de olie. Roer het mosterdzaad erdoor. Op het moment dat het mosterdzaad gaat springen, je hoort het vanzelf, mag het maanzaad erbij. Schep het goed om en voeg de inhoud van het kommetje toe.
Breng alles aan de kook en laat het een minuut of 8 zachtjes pruttelen. De vlam eronder en een minuut op hoog.
Mik de druiven erbij, schep het goed door elkaar en kook het in 10 ã 15 minuten zachtjes voor 2/3 in tot een stroperig geheel.

Zodra het bubbelt en bruist in de pan, niet alleen in het midden maar ook langs de zijkant, is het goed.

Schep over in een kommetje of potje en laat afkoelen. Deze chutney is beperkt houdbaar.
Wij aten het gisteren bij Indiase kipkebab. Verrukkelijke combinatie. Past ook prima bij gegrild vlees


maandag 22 september 2014

Lezen en koken 50 jaar paprika


De paprika viert feest! Vijftig jaar paprikateelt in West-Europa! Reden genoeg om ze eens in een hartverwarmend zonnetje te zetten.
In 2007 startte een promotiecampagne gefinancierd met steun van de Europese Unie onder de naam Colourfultaste. Toepasselijke naam vind ik.
Op een dag plofte het boek '50 jaar paprika' in mijn brievenbus. Het neemt je mee op reis door de tijd. Over herkomst en hoe ze uiteindelijk ook ons land veroverden. Wetenswaardigheden over innovatie en teelt, tips en natuurlijk ontbreken recepten niet.



Deze kleurige vruchtgroente bomvol vitamine C is allang niet meer uit onze keuken weg te denken. Mijn gedachten schoten even terug in de tijd richting ouderlijk huis. Nu heb ik uiteraard niet zoveel eetherinneringen aan de eerste jaren van mijn bestaan, die zich in de jaren zestig afspeelden, maar in latere jaren kwam de paprika zeker op tafel.
Gevuld met rijst en gehakt is zo'n klassieker, in stukjes door de macaroni samen met de onvermijdelijke zompige hamblokjes en natuurlijk mijn moeders chili con carne die niets met het origineel te maken heeft maar wel erg lekker was.
In het kruidenrekje prijkte steevast een potje paprikapoeder. Voornamelijk gebruikt om de gevulde eieren en huzarensalade een vrolijke touch te geven heb ik het idee. Oh ja en voor de goulash natuurlijk.

En dat terwijl de paprika zo veelzijdig is. Romige soep en saus met geroosterde paprika is een genot. Sowieso ben ik fan van de geroosterde versie. Bijna altijd heb ik wel een pot staan. De oven doet het werk, daarna een kwestie van af laten koelen, ontvellen en in reepjes snijden. Hup in een pot, vinaigrette naar keuze of alleen olie erover en je kunt weer even vooruit. Ideaal!
Chutney en jam, in stoofschotels, vullen want daar blijven ze toch om roepen, Hier in huize Eetlust worden er wekelijks heel wat soldaat gemaakt.

Je hebt ze tegenwoordig in alle soorten en maten, alle kleuren van de regenboog is wat overdreven maar er is meer dan rood, groen, geel en oranje. Niet meer alleen de bekende blokpaprika
Zo heb ik in de tuin een plant met mini-paprikaatjes en ze zijn bruin! En ja dat hoort zo voor je denkt dat ik ze te lang laat hangen.
Wist je trouwens dat de nu zo hippe puntpaprika de voorloper van de blokpaprika is? Op de een of andere manier vond de consument het uiterlijk van de puntpaprika niet zo aantrekkelijk. Bruinsma Seeds liet  Leo van den Berkenmortel onderzoek doen naar een verbeterde versie. Verschillende soorten paprika's werden gekruist en zo ontstond uiteindelijk de voor de kasteelt uitermate geschikte en inmiddels overbekende blokpaprika.

Het informatieve boekje kun je online bekijken en lezen. Recepten als tempura met paprika en pestomayo, paprikajam of bijvoorbeeld gegrilde paprika met couscous en feta zijn eenvoudig te printen. Blader er maar eens doorheen, ik heb er in ieder geval weer het een en ander van opgestoken.
De paprika -tomaatchutney op bladzijde 82 is trouwens zalig al verminderde ik de hoeveelheid suiker behoorlijk. Het is maar een tip ;-)



dinsdag 1 juli 2014

Pasta met gehaktballetjes in rode wijnsaus met kappertjes en augurk

Weer eens aan de pasta maar deze keer met een net wat anders dan anders saus. Een geweldige smaakbom die je binnen een uur op tafel zet
Het recept heb ik uit 'Chez Rachel' van Rachel Khoo geplukt. Het boek van deze schone dame haal ik op gezette tijden weer eens van de plank. Als je je bij het kopen van een kookboek vooral laat leiden door de cover dan weet ik bijna zeker dat je met dit exemplaar al snel richting kassa stiefelt.
Gelukkig kan ze fantastisch koken anders sta je later mooi te kijken met niet kloppende recepten.

Wie nu op het linkje naar mijn review heeft gedrukt zal waarschijnlijk de wenkbrauwen optrekken. Die saus staat er toch al. Sauce Diable? De basis is inderdaad bijna hetzelfde alleen wordt er nu rode wijn gebruikt en de toevoeging van kappertjes en augurk creëert toch weer een ander smaakpalet.
Heel veel sauzen hebben een zelfde uitgangspunt. Op zich reuze handig, een paar keer maken en je hebt het onder de knie. Kun je naar hartenlust variëren. Dat heb ik nu ook een klein beetje gedaan.

Bij de pasta maakte ik gehaktballetjes.  Gehaktballen zijn altijd goed. Ik kruidde ze met zout en peper, wat paprikapoeder plus verse oregano en basilicum. Heel simpel dus. Draai ze ter grootte van een walnoot. Rustig bakken in wat boter of olijfolie.
Laat die saus de ballen maar optillen. Likkebaardend lekker ook bij een biefstukje of kipfilet.

In het originele recept 'Boulettes de viande avec une sauce piquante et des pâtes d'Alsace' wat al zeer uitnodigend klinkt, worden de balletjes gemaakt van gelijke delen rundergehakt en saucijzenvlees. Dat laatste betekent niks anders dat je het vlees uit een saucijs haalt. Moet je trouwens ook eens doen met merquez!  In Frankrijk wordt het gehakt  bij de slager ter plekke gemalen en heeft meestal een grovere structuur.



Ik geef je dan ook alleen het recept voor de saus. Pasta koken kunnen we allemaal wel neem ik aan. De hoeveelheid is  voldoende voor 4 personen.

Je hebt nodig:

1 ui - 1 winterwortel - 2 stengels bleekselderij - 50 gram blokjes of reepjes gerookt spek - 30 gram bloem - 30 gram boter - 400 ml warme runderbouillon - 1 el tomatenpuree - 175 ml rode wijn - 1 laurierblaadje - 1 takje rozemarijn - 3 takjes tijm - 8 zwarte peperkorrels - 2 el kappertjes - 2 el zure augurkjes (cornichons) - paar takjes peterselie.

Zo maak je het:

Snipper de ui. Wortel en bleekselderij in kleine stukjes snijden. Verwarm een braadpan en bak hierin de gesneden groente plus de spekblokjes gedurende een minuut of twintig op matig vuur tot de spekblokjes bruin zijn.
Je hoeft geen olie toe te voegen aangezien de spekblokjes vet afgeven.

Schep het mengsel met een schuimspaan uit de pan op een bord en bewaar.

Smelt in dezelfde pan 30 gram boter. Strooi er de bloem over en begin te roeren. Blijf roeren tot de roux bruin wordt. Pas goed op, het kan nu gemakkelijk doorschieten naar donkerbruin en dan wordt het bitter. Oftewel dan kun je het weg mikken.

Schenk nu beetje bij beetje de warme bouillon toe terwijl je met een garde de boel stevig doorroert. Klontjes in een saus is nu niet bepaald aantrekkelijk.
Klusje geklaard? Roer nu de tomatenpuree en rode wijn erdoor. Het spek-groentemengsel mag er weer bij. Plus rozemarijn, tijm, peperkorrels en een laurierblaadje.

Laat twintig minuten zachtjes sudderen. Pak een klein pannetje plus zeef. Schenk de saus door de zeef en druk met de bolle kant van een lepel goed op alles wat achter is gebleven om zo nog meer smaak in je saus te krijgen. Doe dit gerust een paar minuten.

Normaal gesproken gooi de achterblijvers weg. Dat heb ik deze keer niet gedaan. De peperkorrels , laurierblaadje en het takje rozemarijn viste ik eruit en de rest deed ik bij de balletjes die lekker lagen te pruttelen. Blij dat die ballen waren!

Je roert tot slot nog de kappertjes en fijngehakte augurk door de saus.
Verdeel pasta over voorverwarmde borden. Leg op ieder bord een paar balletjes, schep de saus erover en bestrooi met wat geknipte peterselie.

dinsdag 20 mei 2014

Pittige auberginesalade van Mari Maris

Ook mensen die graag koken ontbreekt het wel eens aan inspiratie. Een tijd geleden verzuchtte ik dat op Facebook Een zekere Mari Maris reageerde met de mededeling dat ze daar wel een mouw aan wist te passen. Kom maar op! De naam zei me helemaal niks maar al snel werd me duidelijk dat Mari Maris de auteur is van ' Groentebijbel, van aardappelpuree tot zuringsoufflé' . Gelukkig begreep ze dat gezien de enorme stortvloed aan kookboeken het simpelweg niet altijd meer bij te houden is en was ze zo aardig mij het boek via haar uitgever te laten bezorgen.

En zo geschiedde dat een tijdje later een dikke pil geleverd werd boordevol groenteweetjes en recepten. Van hopscheuten met aardappel, koolraap met bleekselderij, radicchiolasagne tot roderozensaus, kapucijner-sesamkoekjes, courgetteclafoutis en eenvoudige aardappelkroketjes. Om maar even een beeld te geven.
Keurig in alfabetische volgorde. Ieder hoofdstuk begint met een stukje over de herkomst en in welk seizoen het te verkrijgen is. In welke vorm is het verkrijgbaar, vers, gedroogd, half gedroogd en waar moet je goed opletten bij het kiezen van de juiste kwaliteit. Heb je eenmaal die prachtige artisjokken bijvoorbeeld voor je neus liggen hoe verwerk je die schoonheden dan? Mari geeft ook nog tal van combinatiemogelijkheden met kruiden, kaassoorten, andere groentevrienden.
Dit is het startsein voor de duidelijk uitgewerkte recepten met veelal ook nog eens diverse serveersuggesties en andere opties. Fijn!



Al bladerend werd me duidelijk dat ik vaak wel erg weinig origineel groente verwerk. Borlottibonen samen met wat witte kool door pasta. Een zoete spinazietaart? Het zou niet in me opgekomen zijn. Bij Mari gelukkig wel maar zij is ook niet voor niets twintig jaar kok geweest voor ze besloot haar koksbuis op te bergen en zich toe te leggen op het verbouwen van groente. Beide ervaringen resulteerden in dit boek waar ze zoals ze me schreef een paar winters mee bezig is geweest.

Maar liefst 850 recepten verdeeld over 65 soorten groenten, je zult begrijpen dat het onmogelijk is om van ieder recept een foto te plaatsen. Het eindresultaat zou onhanteerbaar zijn. Daarom slechts foto's van de desbetreffende soort. Voor iedereen die een beetje kan koken hoeft dat helemaal geen bezwaar te zijn. Laat de ingrediënten spreken, sluit je ogen en laat je verbeeldingskracht en kennis zijn werk doen. Prachtig plaatje krijg je dan.

Natuurlijk moest ik aan de slag en het recept dat ik jullie geef is een pittige auberginesalade. Nu moet je weten dat de husband helemaal niet zo van aubergine houdt. Maar ja er lag nog zo'n paarse knoeperd. Voor de zekerheid frutselde ik ook nog maar een simpele groene salade in elkaar. Schept hij twee keer op van de aubergines en laat de andere praktisch aan zich voorbij gaan. Wonderen zijn de wereld nog niet uit.



Deze hoeveelheid is voldoende voor 2 personen. Maak je het voor vier gebruik dan 2 aubergines maar pas op met het verdubbelen van de knoflook en rode peper. Plus 1/4 lijkt mij voldoende.

Je hebt nodig:

1 aubergine - olijfolie -  citroensap - 3/4 rode peper - 1 flinke teen knoflook - 2 el kappertjes - 2 el ontpitte groene olijven - 3 el zongedroogde tomaatjes in olie (aangezien ik die vergeten was heb ik gewone tomaat gebruikt, ook lekker!) - peper en zout

Zo maak je het:

Haal de zaadjes uit de rode peper en snipper het. Ook de knoflook fijnhakken.

Verwijder steelaanzet en kontje, mik weg. Snijd de rest in plakjes van zo'n 5 mm.
Bestrooi met zout en peper, leg de plakken in een vergiet, dek af om verkleuren tegen te gaan en laat 15 `a 20 minuten staan.

Dep ze goed droog door een twee lagen keukenpapier op je werkbank te leggen, verdeel de plakken aubergine erover, dek af met nog eens keukenpapier en druk zachtjes aan.

Verwarm een grote koekenpan, een 1/4 el olijfolie erin en verdeel het goed over de bodem. Laat goed warm worden.
Bak de plakken aubergine in porties om en om bruin en gaar. Gebruik bij iedere portie weer wat olijfolie. Je kunt natuurlijk ook een grillpan gebruiken.

Leg een aantal plakken aubergine op een schaal. Druppel er wat citroensap over. Bestrooi het met rode peper en knoflook plus een beetje zout. Maak zo laagjes tot de aubergine op is. Tot slot wat lekkere olijfolie erover. Dek de boel af en zet minimaal 6 uur weg. Mari zegt acht maar ik begon wat laat. U mag kiezen.

Tot slot de (zongedroogde)  tomaatjes in reepjes snijden en samen met de kappertjes plus in plakjes verdeelde olijven over de aubergine verdelen. Opdienen.



Grappig waar zo'n ontmoeting op je pagina toe kan leiden. Mari heeft er met haar boek voor gezorgd dat ik de komende tijd niet om groenterecepten verlegen zit. Of je nu vegetariër bent, graag een stuk vlees eet, liever een visje nuttigt, je vindt hierin altijd bijpassende groentegerechten of genoeg ideeën om eens lekker te variëren.

'Groentebijbel, van aardappelpuree tot zuringsoufflé', Mari Maris, uitgever Carrera Culinair, 4e druk januari 2014, 496 pag., gebonden. ISBN 9 789048 814886, Prijs 29,90

Dit boek is mij ter beschikking gesteld door de auteur en uitgeverij. Dit beïnvloedt niet mijn mening en waarneming.

donderdag 6 maart 2014

Chocolademoussetaart

Gisteren liet ik op de Facebookpagina al een plaatje zien van de taart die toen nog niet zo lang uit de oven was. Dat vonden de kijkers wel aardig geloof ik, stelletje zoetekauwen! Waarbij ik vrolijk grijnsde want dat verwachtte ik al een beetje. Ik zal er overigens geen taart meer om gaan bakken dan weten jullie dat alvast.
Maar deze is zo goed, ik kan hier weer tijden op teren. Zijdezacht, smeuïg en nog een beetje vochtig zonder modderig te zijn. Een taart zonder bloem maar wel veel eieren, zes om precies te zijn en ook nog eens au bain- marie gebakken. Het recept komt uit het fantastische  boek 'New York, recepten uit de Big Apple'. Eén van mijn leukste aanwinsten uit 2013.

Zoonlief kreeg afgelopen dinsdag al een stapeltje pancakes op zijn bord om de laatste carnavalsvermoeienissen uit te bannen en weer helemaal op krachten te komen. Dat lukte aardig, lunchen was niet nodig constateerde hij wederom. Gewapend met de overgebleven pancakes vertrok hij weer Nijmegenwaarts.
Ons meisje schoof gisteren aan. Even samen eten en tijd nemen voor een goed gesprek. Over het leven en alles wat daarbij hoort. Ze was verdrietig, niet om zichzelf maar om een ander wiens wereld ineens finaal op de kop staat. Dat snijdt door haar ziel. Warme armen en troostrijk voedsel zorgen voor een klein zonnetje.
Chocoladetaart voor een smile. Dat is pas superfood!



Je hebt nodig:

300 gram pure chocolade van minimaal 70% - 2 el cacaopoeder - 125 gram roomboter plus extra om de vorm in te vetten -  6 eieren - 100 gram fijne tafelsuiker - 150 ml room - 1/2 tl vanille extract -  springvorm van 24 cm.

Zo maak je het:

Verwarm de oven voor op 150 graden (hetelucht), anders op 170 graden.

Breek de chocolade in stukjes en doe het in een kom met 125 gram boter en 2 el cacaopoeder. Smelt de chocolade al roerende  au bain - marie of in de magnetron . Bij gebruik van de magnetron iedere 30 seconden even doorroeren. Pure chocolade behoudt lang zijn vorm maar laat je daar niet door misleiden.  Herhaal dit tot de chocolade bijna helemaal gesmolten is. Roer dan tot je een glanzende zijdeachtige massa hebt. De warmte zal de laatste stukjes doen smelten als sneeuw voor de zon.

Splits de eieren. Klop de eiwitten met een snufje zout en 50 gram suiker in een brandschone kom tot een stijve massa. Ik pak altijd een glazen kom, nooit problemen..
De dooiers mix je met de room en de andere 50 gram suiker luchtig
Vermeng het eigeelmengsel met de chocolade en schep er vervolgens de eiwitten doorheen. Niet te hard roeren maar met een spatel rustig omvouwen. Scheppen met grote halen.

De springvorm van buiten goed inpakken in aluminiumfolie. Gebruik meerdere lagen zodat er geen water in je vorm kan lopen.
Vet de vorm vervolgens dik in met boter en bestrooi het met wat suiker terwijl de je de vorm rond draait. Bodem en zijkanten moeten bedekt zijn met een dun laagje suiker.
Schep nu het chocolademengsel in de vorm, strijk het glad en tik de vorm 1x op het aanrecht.

Zet de vorm in een braadslede of andere grote schaal en vul het met kokend water tot 3/4 van de hoogte van de springvorm.
Bak 50 à 60 minuten. Controleer of het gaar is door een sateprikker in het midden van de taart te steken. Komt het er droog uit dan mag de vorm uit de oven.
Haal de springvorm uit de braadslede, verwijder de folie en laat het 5 minuten staan. De rand van de springvorm eraf en de taart af laten koelen tot minimaal lauw.

Zet er een bord op en draai de taart om. Nu kun je de bodem van de springvorm voorzichtig los halen. Heb je meteen een mooie bovenkant :-)

Snijd in kleine puntjes en geef er slagroom bij of zoals ik deed slagroom bestrooid met wat geraspte kokos.

Bron: New York, recepten uit de Big Apple

maandag 24 februari 2014

Wortel en daikon in zoetzuur van rijstazijn uit Hanoi Streetfood

Een tijd geleden kreeg ik van de husband het boek 'Hanoi Streetfood. Koken & Reizen in Vietnam'. Een boek van Tom Vandenberghe en Luk Thys. Vandenberghe is gegrepen door Vietnam en de Aziatische keuken in het algemeen. Verschillende keren reisde hij af naar dit boeiende land waar hij inmiddels ook culinaire rondreizen organiseert.. Al deze reizen resulteerden in deze uitgave waarin hij je mee op pad neemt door de bruisende hoofdstad van Vietnam; Hanoi. Hanoi wordt ook wel het Parijs van Azië genoemd vanwege onder meer haar rijke verleden. Het bestaat inmiddels al meer dan duizend jaar.
Langs authentieke eettentjes, op bezoek bij mensen die hij daar heeft leren kennen en hem wegwijs maakten in deze bijzondere keuken met zijn vaak eeuwen- en eeuwenoude recepten en even zo lange tradities.
De persoonlijke verhalen en de achtergrondinformatie over de cultuur geven het boek dat stukje extra waar ik zo van houd.
Foto's ontbreken niet, niet alleen van de gerechten, ook sfeerfoto's die je een beetje een indruk geven van het (straat)leven aldaar.

Zoals de titel al verraadt heeft het een levendige streetfoodcultuur. Stalletjes en kraampjes al dan niet op een vaste plek in de stad om aldaar te genieten van bijvoorbeeld een kom pho bo, de beroemde noedelsoep.
Rijstpannenkoekjes gevuld met padddenstoelen, stoofpotje van tofoe en shiitake, gefrituurde scampikoekjes, rijstsoep met kip, het zijn zo van die gerechten die hier nog wel eens de keuken uit gaan rollen.
Achterin het boek staan allerlei adresjes voor de beste streetfood. Adresjes waarvan hij overtuigd is dat ze een lang leven beschoren zijn. Dat is handig als je toch eens in de buurt bent.



Tom Vandenberghe verdeelt de Vietnamese keuken in twee regio's. Het Noorden met zijn Chinese invloeden. Minder sterk gekruid maar daarentegen wordt er volop gebruik gemaakt van verse kruiden.
Het zonnige Zuiden profiteert door zijn klimaat van een groter aanbod aan producten. Heeft invloeden uit India en kan beschikken over veel tropische fruitsoorten. Tevens is dit de rijstschuur van Vietnam.

Vissaus is een vaak terugkerende smaakmaker. Iedereen die regelmatig deze saus gebruikt weet dat de reuk niet bepaald aangenaam is of onze westerse neuzen zijn er niet aan gewend dat kan ook.  De Romeinen maakten het overigens ook al en noemden het garum of liquamen. Een zoutvervanger is het en in combinatie met andere ingrediënten is het bijna altijd heel verfijnd. Niet overheersend, helemaal goed en in balans. Laat je dus niet weerhouden! Voor meer informatie over vissaus kun je het beste even op Aziatische- Ingrediënten.nl kijken. Sowieso de site waar je moet zijn bij vragen over de Aziatische keuken.

Vissaus komt in deze salade niet voor. Wel in de stoofpot die ik maakte. Met steranijs, rijstwijn, kaneel en tomaten. Ik ben echt een beetje verliefd geworden op de tintelende Vietnamese keuken. De rijke, volle welhaast ontploffende smaken met daar tegenover vederlichte ingelegde zoetzure groente maakt van de maaltijd een heus feest. Zo genoten hebben we van die stoofpot dat het op is. Geen foto dus voorlopig geen recept...sorry. Heb je het boek ook? Maak dan de stoofpot van rundvlees. Het staat op bladzijde 64.

Wel heb ik voor jullie de ingelegde wortel en daikon. Hier meestal te vinden onder de naam rettich. Een eenvoudig receptje waarbij het wel belangrijk is om de dunne reepjes wortel en rettich goed uit te laten lekken voor ze in een pot gaan met de vloeistof erover. Zo blijven ze namelijk lekker knapperig.
Doe dit door iedere keer een handvol van beide in een theedoek te stoppen, dicht te draaien en zo uit te knijpen. Of leg alles in een doek, vouw dicht, leg in een vergiet en zet er een zwaar gewicht op.  Laat het zo een half uurtje staan.



Je hebt nodig:

250 gram winterwortels - 250 gram rettich - 200 ml rijstazijn - 4 el suiker - 1 1/2 tl grof zout

Rasp de wortels en schil de rettich. Snijd beide julienne, in heel dunne reepjes dus. Dit kan met de hand, met je keukenmachine of met een speciale juliennesnijder. Net wat voor jou het gemakkelijkste is. Een beetje met de hand snijden is net als met de handen kneden wel zen. Niet te zen, dan snij je in je vingers.

De reepjes wortel en rettich in een kom doen en bestrooien met het zout. Laat het zo een half uurtje staan.
Daarna goed afspoelen en even uit laten lekken in een zeef of vergiet.
Nu pak je een schone keukendoek, legt er een haffeltje groente in, dichtdraaien en knijpen maar tot het zo droog mogelijk is. Of gebruik de methode die ik hierboven al beschreef.

Breng de rijstazijn met de suiker zachtjes aan de kook. Roeren tot de suiker is opgelost. Nu nog even voor 1/3  in laten koken . Af laten koelen.

Stop de uitgeknepen wortel en daikon in een gesteriliseerde pot, giet de vloeistof erover, deksel erop en hupsakee de koelkast in. Het blijft zo zeker twee weken goed.

Past bij bbqgerechten, verrukkelijk op een sandwich of eet het gewoon zo. In Vietnam gaat het onder andere op  Bánh My wat niets anders betekent dan belegd broodje en net als bij ons zijn de variaties eindeloos.

Voor Aziëliefhebbers is dit boek zeker een aanwinst. Ben je net als ik niet zo bekend met de Vietnamese keuken dan is het een mooie kennismaking.

Bron: Tom Vandenberghe & Luk Thys, Hanoi Streetfood - koken & reizen in Vietnam, 2011, Lannoo, paperback, 207 blz, isbn: 9789020997835

maandag 17 februari 2014

Nostalgisch koken 2: Magdalenakoekjes uit Bak met plezier!, Een receptenboek van Dr. Oetker

Mijn ogen zagen een Dr. Oetker workshop voorbij schuiven. Daar gaat mijn hart niet als een razende van tekeer. Met behulp van de praktisch kant- en - klaar bakmixen een taart fröbelen of brownies, het is aan mij niet besteed. En nee ook niet als ik frequent zou bakken. Dan al helemaal niet.
Maar er ging wel een lampje branden in mijn brein. Een lampje die mij naar de boekenkast deed snellen. Want had ik niet? Jazeker. Het boekje 'Bak met plezier!" van Dr. Oetker, ooit te koop voor het mooie bedrag van 2 gulden. Ik gok dat het uit de jaren zestig van de vorige eeuw stamt. Het prijkte in de boekenkast van mijn moeder. Uit dit boekje bakte ik vroeger de kerstkoekjes.
De enige Dr. Oetker producten die hierin voorkomen zijn vanillesuiker, bakpoeder en puddingpoeder. Plus maïzena en zelfrijzend bakmeel. Verkoopt Oetker die laatste twee eigenlijk nog wel?

Geen foto's in kleur maar zwart-wit, dat is nog eens uitnodigend!Maar goed, je had tenminste een idee hoe het eruit moest zien, ook al wat waard.
Met deze negende druk steeg het aantal exemplaren tot ver boven de 750.000, daar droomt menigeen tegenwoordig nog slechts van.
Veel basishandelingen worden uitgelegd aan de hand van stap voor stap foto's, dat zal veel bakkers van nu plezier doen. Tevens krijg je uitleg waarom je het zo moet doen en niet anders. Ook al fijn.

Tijd om het stof eraf te blazen en een receptje te zoeken.  Magdalenakoekjes, dat leek me wel wat. Alle ingrediënten in huis dus aan de slag.
Het deeg wordt dun uitgestreken op een bakplaat, gebakken en vervolgens in stukjes gesneden. Daar had je het al, een bakblik van die afmeting, namelijk 32x45 cm, heb ik helemaal niet. Ja, een aardewerken ovenschaal maar ja, maar ja kan dat ook? Dit soort twijfels krijg je dus als je maar zelden koekjes, cake of taart bakt zoals u ziet. Dan maar roeien met de aanwezige riemen en mijn blik van 28x18,5 cm tevoorschijn getoverd. Krijg je dikkere koekjes, niks mis mee. Inderdaad, smeuïge vierkantjes in plaats van rechthoekjes, voortreffelijk van smaak. Toch maar eens wat extra rechthoekige bakblikken in verschillende formaten aanschaffen.



Je hebt nodig:
150 gram zachte  roomboter - 150 gram suiker - 150 gram bloem - 8 gram vanillesuiker of zelfgemaakte - 2 gram bakpoeder - 1 ei - 1 eiwit - 1 eidooier - mespuntje zout - 50 gram geschaafde amandelen. Om te bestrijken: een 1/2 eidooier losgeklopt met een klein beetje melk of water.

Zo maak je het:

Verwarm de oven voor op 180 graden.

Vermeng de suiker met de vanillesuiker
Zeef de bloem samen met het bakpoeder.

Roer of mix de boter tot room. Voeg lepel voor lepel al roerende de gemengde suiker toe.
Meng de eidooier erdoor plus een mespuntje zout. Dan het eiwit en de halve eidooier. Aangezien je nog wat dooier nodig hebt om te bestrijken, klop ik 1 dooier los en goet bij benadering de helft erbij. De andere helft apart zetten voor straks.

De bloem spatel je nu met een paar eetlepels tegelijk door het beslag. Vooral niet alles tegelijk want dan zie je eruit als een sneeuwpop, ik waarschuw maar even.

Bekleed een bakblik met bakpapier. Schep het deeg erin en strijk het met een spatel gelijkmatig uit. Bestrijk met het restje eidooier en strooi er de amandelen over. Druk lichtjes aan.
Schuif het in het midden van de oven en bak in 25 ~30  minuten lichtbruin en gaar.
Haal uit de oven, til het bakpapier met de koek eruit en snijd in vierkantjes. Af laten koelen op een rooster.



Gebruik je een groter bakblik waardoor de koekjes dunner worden dan zijn ze waarschijnlijk na een klein kwartiertje goed. Bijtijds controleren dus!

Zal ik een volgende keer eens een hazelnootkrans bakken of een bijensteek, janhagel? Dit boekje heeft zijn nut weer bewezen. zo zie je maar ouderdom zegt niets, zolang de recepten maar kloppen.

Bak met plezier!, Een receptenboek van Dr. Oetker - 9e druk - Inhama NV - 96 blz.


woensdag 12 februari 2014

Bulgur met kip en groente

Een strakblauwe lucht en glimmend zonnetje wuiven me vrolijk toe. De naderende lente stroomt door me heen. Maar voor ik al te enthousiast de lichtere gerechten in schiet temper ik mezelf. Het is nog maar februari en er kan nog van alles gebeuren. Stiekem hoop ik dat het zo blijft.
Toch heb ik gisteren vast een aftrap gegeven met dit recept. Bulgur met kip, paprika en wortel. Nu maar duimen op de goede afloop!

Het origineel staat in een Marokkaans kookboek met de alleszeggende titel 'Kook ook Marokko'. Duidelijker kan niet, weet je meteen waar je aan toe bent. Het is een fijnerd met duidelijke beschrijvingen en uitnodigende foto's. Een mooi reisje door dit Noord-Afrikaanse land met soepen, hapjes, vlees en vis en uiteraard salades, groente en in mijn ogen veelal mierzoete nagerechten. Van dat laatste ben ik niet zo zoals u weet maar daar hoeft men zich niets van aan te trekken. Volgens mij heb ik dit boekje ooit ergens in de ramsj op de kop getikt. Je kunt slechtere boeken treffen.
De kenmerkende warme smaken met een zo nu en dan licht pittige toets, zoete tonen, een frisse wind en vaak een knappertje zijn altijd in harmonie. Ik hou ervan!

Het recept heb ik enigszins aangepast, geen couscous maar bulgur en de hoeveelheden verminderd aangezien we door de week vaak als duo in huize Eetlust aanwezig zijn. Geen koriander (verrassing!) maar peterselie en munt. En heb je nu per ongeluk toch net wat te veel gemaakt? Geen ramp, het is als salade ook meer dan heerlijk.



Deze hoeveelheid is voldoende voor 2 à 3 eters. Wij hadden nog een portie over maar die maak ik mooi soldaat met de lunch :)

Je hebt nodig :

150 gram bulgur - 300 gram water - 250 gram kipfilet - 175 gram winterwortel - 1 rode paprika - 1/2 gele paprika - 2 uien - paar takjes peterselie - paar takjes verse munt - zout en peper - 1/2  tl gemalen komijn (djinten) - 1 tl gemalen koriander (ketoembar) - 3/4 el ras-el-hanout - 1/2 tl kaneel - paar schijfjes limoen - klontje roomboter (ongeveer 20 gram) - 2 el olijfolie.

Zo maak je het:

Breng het water aan de kook, voeg een beetje zout toe. Zodra het water kookt, strooi je de bulgur erin. Vuur uit, deksel op de pan en een minuut of tien laten staan. Als het afkoelt, geen probleem aangezien het straks nog bij de rest gaat om te verwarmen.

Wrijf de kipfilets in met zout en peper en bak ze in een eetlepel olijfolie bruin en gaar. Je kunt de kipfilets ook grillen. Leg ze op een bord, laat beetje afkoelen om hete vingertoppen te voorkomen en trek het vervolgens in stukjes.

Snijd terwijl de kip bakt de uien in partjes. Verwijder de zaadlijsten van de paprika's en snijd in grove stukken. De wortel even schrappen, in de lengte halveren en maak er dan halve plakjes van.

Giet nog een eetlepel olie in de pan waarin de kip bakte en fruit hierin de ui glazig en goudgeel op een laag vuurtje. De wortels mogen er na een minuut of drie bij. Nog eventjes bakken en dan is het tijd voor de paprika's plus komijn, koriander en wat zout en peper naar smaak. Alles husselen en verder bakken tot de boel beetgaar is.

Roer de bulgur met een vork of je vingertoppen los. Nu mag het bij de groente, net als de kip, kaneel en ras-el-hanout. Klontje boter erbij, omscheppen en goed warm laten worden. Knip er tot slot de peterselie boven en hussel het erdoor. Even proeven en eventueel nog wat zout en peper toevoegen, dat is geheel afhankelijk van je eigen smaak.

Verdeel over borden en maak het af met wat gescheurde munt en een schijfje limoen.

Het leuke van dit gerecht is dat je het heel simpel kunt vermeerderen daarom vind ik het ook bijzonder geschikt voor een feestje, een buffet. Zeker omdat het zoals gezegd koud of lauw ook verrukkelijk is.

Bron van inspiratie : Kook ook Marokko, uitgeverij Inmerc, gebonden, 141 pagina's, ISBN 9066115033

dinsdag 21 januari 2014

Nostalgisch koken 1: Spaanse bonenschotel uit Kok in eigen Kring

De aftrap in de serie ' Nostalgisch koken' met een Spaans getinte bonenschotel. Uit het boek 'Kok in eigen kring' van Janny de Moor.
Waarom deze? Er staat een kruisje bij en dat betekent dat ik het ooit gemaakt heb. Om zo dicht mogelijk bij het oorspronkelijke recept te blijven heb ik besloten er zo min mogelijk aan te veranderen. Geen geschud met extra smaakmakers. Nee, dociel doen wat er staat. Weet nu al dat dat een zware opgave wordt. De foto's in het boek zijn naar de huidige maatstaven onder de maat voor een kookboek. Donker, onaantrekkelijk, met de benaming foodporn heeft het weinig te maken. Nu wordt iets tegenwoordig al snel foodporn genoemd en dat is vaak ook niet helemaal terecht.

Witte bonen met tomaat, ham, olijven en kappertjes klinkt als het geklepper van castagnetten, Spaanse fleurigheid onder de grauwe Nederlandse januarilucht.
Een recept dat slechts een wazige mistflard oproept moet je beschouwen als een waarschuwing. Nu staan witte bonen met tomatensaus al niet huizenhoog op mijn wall of fame om niet te zeggen dat het ergens in de onderste regionen bungelt.
De olijven en kappertjes met hun friszure oppepper haalden me over de streep om de  'Witte bonen San Juán' uit dit boek weer te maken.
Bonen weken of een pot gebruiken. Ik weet 100% zeker dat er 25 jaar geleden in huize Eetlust weinig geweekt werd. Daarom net als toen gekozen voor het gemak van de pot. Daarbij meteen opmerkend dat het weken van bonen nu ook niet bepaald een arbeidsintensieve klus is.
Is er dan zoveel mis met deze bonenschotel? Eigenlijk niet maar het was tergend flauw ondanks die olijven, kappertjes en ham. Geen Spaans temperament in de mond. Jammer.
En hierbij laat ik meteen het voornemen 'dociel opvolgen' los. In mijn en jullie belang.

O, en een foto heb ik ook niet. Op het moment dat het kliekje in de kliko verdween dacht ik "Fotoooo" . Kliekjes zijn namelijk erg geschikt voor een kiekje de dag erop, als je meer licht hebt,  Te laat. Goed bezig. Daarom bij wijze van uitzondering het fantastische plaatje uit het boek. Zien jullie meteen hoe ze dat deden in die dagen.



Afijn, toch maken?

Dit heb je nodig voor 2 personen:

1 pot witte bonen - 1 ui - 1 teentje knoflook - 125 gram ham in blokjes ( pak maar een stukje serrano of iets dergelijks, geen , ik herhaal geen schouderham) - 1 groene paprika - 200 gram gepelde tomaten uit blik - 1 el kappertjes - 50 gram olijven met piment -1 tl oregano - peper en zout - vers geknipte bieslook - scheutje olijfolie.

Snipper ui en knoflook. De paprika ontdoen van zaadlijst en in reepjes snijden.
Verhit een scheutje olijfolie in een pan en fruit hierin de ui en knoflook op laag vuur tot de ui glazig is.
Voeg de paprika toe plus de blokjes ham en oregano. Bak zachtjes mee.
Bonen erbij plus de gepelde tomaten. Deze laatste zonder het vocht in het blik.. Laat een kwartiertje sudderen. Meng er vervolgens de helft van de kappertjes en de olijven. Breng op smaak met zout en peper.
Nog even doorwarmen en daarna over borden verdelen. Leg de rest van kappertjes en olijven erop samen met de bieslook.

Opmerking: gebruik 2 tenen knoflook, doe er een pepertje door, laurier, iets meer paprika mag best, bak de hamblokjes apart aan, haal ze vervolgens uit de pan en voeg het op het laatst weer toe tegelijk met de kappertjes en de olijven.
En misschien toch maar die bonen weken,... dat doe ik voortaan ook weer.

Verdwijnt dit boek nu weer in de eenzaamheid? Nee hoor, het mag in de herkansing.Er staat genoeg in om eens te maken, wel met mijn eigen touch dat dan weer wel.

Bron: Kok in eigen kring, Janny de Moor, Omniboek Den Haag


donderdag 16 januari 2014

Koken met een snufje nostalgie

Zoals jullie weten heb ik een paar goedgevulde boekenkasten met kookboeken. Niet alleen de hippe en trendy gevallen maar ook planken vol met ouwetjes. En die staan toch een beetje te verkommeren.
Uitgegeven in de jaren zeventig, tachtig van de vorige eeuw en vaak nog wel eerder. Heel af en toe mogen ze van hun plaats af omdat ik er in wil bladeren met het voornemen er toch weer iets uit te koken. Omdat ze dat stiekem best verdienen. Ze hebben me immers veel geleerd en laten ontdekken.
Toch verdwijnen ze meestal weer naar waar ze vandaan kwamen. Sommige recepten kunnen echt niet meer of zijn inmiddels door de tijd en anderen in een nieuw, moderner jasje gestoken.

Zojuist heb ik het boek 'Kok in eigen kring' van Janny de Moor eens voor me neergelegd en zie er staat best veel aardigs in. Alleen die foto's... Kijk, ik ben geen topfotograaf en dat zal ik ook nooit worden maar zelfs die van mij zijn beter. Echt waar. Met uitzondering van mijn plaatjes uit de beginperiode van dit blog dat dan weer wel. Gelukkig heeft mijn nieuwe camera wat kleine wondertjes verricht en ziet het er allemaal wat aantrekkelijker uit. Want tja, tegenwoordig kan men niet meer zonder een plaatje. Dat heb ik inmiddels ook wel geleerd.



Maar goed, terug naar het onderwerp. Terwijl ik zo zat te bladeren kreeg ik een idee. De eenzame boeken ga ik eens oppoetsen, in het zonnetje zetten. Een aantal beschreef ik hier al eens maar er zijn er nog zoveel meer. Koken met een snufje nostalgie, uit die hopeloos verouderde boeken, zal ik dat eens gaan doen?
Zo 1 x per twee weken of misschien iets vaker, net hoe het uitkomt?
Het voornemen was er al vaker maar het kwam er niet van. Teveel op de lijst maar als ik er nu een serie van maak... dan moet ik wel. En als ik het verzuim, trekken jullie wel aan mijn jasje he!

Vanavond trap ik af met een bonenschotel uit 'Kok in eigen kring'!

woensdag 15 januari 2014

Cha Bo, Vietnamese kebab in slabladeren met pittige vissaus

Vorig jaar rond deze tijd lag er sneeuw. Ik zag het gisteravond op het nieuws. Het verbaasde me niet, onze zoon is namelijk volgende week jarig en de laatste jaren is het op zijn geboortedag regelmatig wit. Een aantal dagen geleden leek het erop dat het scenario zich ging herhalen. Hij stuurde me al een link van de weersvoorspelling met de woorden "Mijn verjaardag komt dichterbij, dus ook sneeuw en vorst".  Niets zo onvoorspelbaar als het weer, inmiddels lijkt het erop dat hij de dans ontspringt.

In januari richten de gedachten zich ook al voorzichtig richting zomer, de vakantie. Waarheen? Wat te doen? Gaan we weer richting ons geliefde Frankrijk of nemen we een andere afslag? Het lijstje met wensen is lang. Azië bijvoorbeeld, het trekt al jaren en toch ook weer niet. Misschien zijn we minder avontuurlijk ingesteld dan we willen. Iedere keer wanneer ik een reportage zie over Vietnam roep ik heel hard "Daar wil ik heen". Het is nog steeds niet gebeurd maar wellicht komt het nog. Als we daadwerkelijk besluiten eens die andere afslag te pakken. Onze lieve vrienden M. en M. zijn van plan dit jaar daar rond te trekken, althans dat vernam ik vorige week. Plannen kunnen ook weer wijzigen niet waar. Om alvast in de stemming te komen hier een recept voor Vietnamese kebab. Kleine gehaktballetjes met sla, pinda's, lenteui en meer plus een pittige vissaus om de boel in te dopen.
Ook maken als je niet naar Vietnam gaat.



De hoeveelheid is voldoende voor 4 personen als hoofdmaaltijd, voor 6 als lunch en voor nog meer mensen als snack. Onder de laatste categorie valt het ook eigenlijk.

Je hebt nodig voor de kebabs:

500 gram rundergehakt - 2 sjalotjes - 3 el ongezouten pinda's - 2 tl gemalen sereh (citroengras) - 1 rode peper - 2 el vissaus - 2 el romige kokosmelk - 2 tl pittige kerrie ( zelf heb ik Pakistaanse gebruikt, de pittigste die ik in huis heb maar andere soorten volstaan ook) - 2 tl suiker

Rooster de pinda's in een droge koekenpan tot ze licht verkleuren. Maal ze vervolgens fijn in je keukenmachine of gebruik een vijzel. Dat laatste gaat overigens heel goed.
Snipper de sjalotjes.
Vermeng het gehakt met alle ingrediënten, kneed goed en vorm vervolgens kleine gehaktballetjes. Ongeveer de grootte van een walnoot. Plat ze vervolgens iets af. Zet koel weg tot gebruik.  Maak ze gerust een paar uur van tevoren, zo trekken de smaken goed in.

Verhit een koeken- of grillpan en bak de kebabs bruin en gaar.

Er hoort zoals gezegd een pittige vissaus bij en werkelijk die zet je smaakpapillen op zijn kop. Proef maar.

Je roert 5 eetlepels vissaus met 3 eetlepels azijn, 2 eetlepels limoensap, even zoveel eetlepels suiker goed door elkaar samen met een in ringetjes gesneden rode peper. Of 2, met of zonder zaadjes, het is maar hoe pittig je aangelegd bent.

Zo die is ook klaar.

Verder zet je nog op tafel:

Bladeren van 2 kroppen sla - bakjes met wat taugé, in ringetjes gesneden bosui, dunne plakjes komkommer, 3 el geroosterde en grof gehakte pinda's ,gebakken uitjes, paar partjes limoen en tot slot een bakje met muntblaadjes en koriander of peterselie als je zoals ik niet van verse koriander houdt.

Pak een slablad, leg er een kebab in of twee, beetje afhankelijk van hoe groot het blad is. Beleg met wat verschillende soorten 'strooisel', rol op en doop in de vissaus. Je kunt de saus er ook op lepelen en dan oprollen. Steek in je mond. Proef en ontdek een nieuwe wereld.

Bron: Madhur Jaffrey - Currybijbel.  Over dit boek schreef ik eerder en wel hier.