Het maken van deze dip is een fluitje van een cent. Alleen even wat snijden en alles in de blender mikken of je staafmixer gebruiken. Handig. Behalve dippen valt het ook prima te smeren.
Smaakt ook uitstekend bij gegrilde kip kan ik je vertellen.
Ons voornemen was om gisteren weer heerlijk aan de asperges te gaan maar gezien de prijzen besloten we nog een weekje te wachten. De aftrap van het seizoen is immers net geweest en vorige week hadden we de mazzel wel enigszins betaalbaar wit goud te vinden. Niet moeders mooiste dat zeg ik er eerlijk bij maar ze smaakten er niet minder om!
Plan omgezet naar tapas. Als kleine beloning voor ons harde werken gisteren.
Terwijl husband boven een schilderskwast hanteerde, spitte ik een stuk tuin om, schoffelde en wiedde en dook vervolgens de keuken in.
Daar pakte ik:
1 rode paprika - 15 groene ontpitte olijven - 1 el kappertjes - 1/4 tl gedroogde oregano - 1/4 tl gedroogde basilicum - 2 el olijfolie - mespuntje cayennepeper - mespuntje chilipoeder - peper en zout - en raspte 40 gram Parmezaanse kaas
Halveer de paprika en verwijder zaadjes en zaadlijsten. Snijd de paprika in stukjes evenals de olijven. Mik alle ingrediënten behalve peper en zout in de blender en maak er een homogeen geheel van.
Klaar. Nu nog even proeven en besluiten of je wat zout en peper toe wil voegen.
Het recept is niet van mij hoor. Die eer komt Madam Confituur toe, je vindt dit en vele andere lekkernijen in 'Madam Confituur, een perfecte dag".
Ik heb het ietsepietsie aangepast. Ze heeft trouwens ook een blog, de moeite waard om eens te bekijken. Zeker als je dol op jam, gelei en dat soort zaken bent. Genoeg inspiratie te vinden!
Posts tonen met het label Bijgerecht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bijgerecht. Alle posts tonen
maandag 13 april 2015
Dip van paprika olijven kappertjes en Parmezaanse kaas
Labels:
BBQ,
Bijgerecht,
Buffet,
Dip,
Feest,
groente,
Recept,
Saus,
Vegetarisch
dinsdag 31 maart 2015
Uienchutney met pruimen en gember
Het afgelopen weekend maakte ik weer eens zelf naan, je weet wel dat heerlijke Indiase platbrood. Echt zo simpel om zelf te maken! Een pan met gekruid gehakt, een beetje van dit en een beetje van dat. Flinke lepel Bengaalse currypoeder, een verrukkelijk mengsel met onder meer kaneel, fenegriek en koriander. Niet overdreven pittig dus er mocht wel een rode peper bij, of twee.
En zo creëer je het gewenste brandertje.
Om tijdens het eten niet de hele tijd in de hens te staan zorgen we voor wat verkoeling in de vorm van komkommer, yoghurt en een kruidige zoete uienchutney.
Ik hou van chutney en het is leuk om zelf in de pan te roeren tot je de gewenste dikte hebt, diverse recepten door elkaar te gooien, zelf wat toe te voegen en het tot slot in een potje te stoppen.
Deze is trouwens ook erg lekker op een hamburger, zeker in combinatie met bacon, pancetta dat soort werk. We hebben het zelf getest. Smullen. Aangezien het barbecueseizoen voor de deur staat, al zou je dat vandaag niet zeggen, zorg dat je een potje uienchutney paraat hebt.
Je hebt nodig voor 1 potje:
500 gram uien - stukje gember van een cm of 2 - 10 gedroogde pruimen - 1 laurierblaadje - 2 el donkere basterdsuiker - 2 el balsamicoazijn - 125 ml rode wijn - 50 ml water -wat chilivlokken of een half verkruimeld gedroogd pepertje zonder zaad - 2 el olijfolie - peper en zout.
Zo maak je het:
Snijd de uien in ringen en hak gember en pruimen fijn.
Verwarm de olijfolie in een pan en sudder hierin de uien met wat peper en zout en met het deksel op de pan gedurende een klein kwartiertje op heel laag vuur.
Voeg basterdsuiker en laurierblaadje toe. Nog een kwartier bakken op heel laag vuur. Nu zonder deksel op de pan. Roer heel regelmatig om aanbranden te voorkomen.
Gember, pruimen en chilivlokken of verkruimeld pepertje mogen erbij. Schep het goed door. Giet dan de wijn plus water en balsamicoazijn erbij.
Laten pruttelen tot bijna al het vocht verdampt is. Blijf er wel bij, zeker op het laatst kan het snel gaan. Goed blijven roeren.
Het is klaar als je de chutney naar één kant van de pan kunt schuiven zonder dat het meteen terug loopt.
Even proeven. Nog wat peper erbij? Zout? Azijn? Suiker? Ik denk het niet maar smaken verschillen.
Laat het afkoelen en schep het vervolgens over in een brandschoon potje.
Het is een paar dagen houdbaar dus maak vooral niet te veel ineens, behalve als je veel mensen over de vloer krijgt natuurlijk
En zo creëer je het gewenste brandertje.
Om tijdens het eten niet de hele tijd in de hens te staan zorgen we voor wat verkoeling in de vorm van komkommer, yoghurt en een kruidige zoete uienchutney.
Ik hou van chutney en het is leuk om zelf in de pan te roeren tot je de gewenste dikte hebt, diverse recepten door elkaar te gooien, zelf wat toe te voegen en het tot slot in een potje te stoppen.
Deze is trouwens ook erg lekker op een hamburger, zeker in combinatie met bacon, pancetta dat soort werk. We hebben het zelf getest. Smullen. Aangezien het barbecueseizoen voor de deur staat, al zou je dat vandaag niet zeggen, zorg dat je een potje uienchutney paraat hebt.
Je hebt nodig voor 1 potje:
500 gram uien - stukje gember van een cm of 2 - 10 gedroogde pruimen - 1 laurierblaadje - 2 el donkere basterdsuiker - 2 el balsamicoazijn - 125 ml rode wijn - 50 ml water -wat chilivlokken of een half verkruimeld gedroogd pepertje zonder zaad - 2 el olijfolie - peper en zout.
Zo maak je het:
Snijd de uien in ringen en hak gember en pruimen fijn.
Verwarm de olijfolie in een pan en sudder hierin de uien met wat peper en zout en met het deksel op de pan gedurende een klein kwartiertje op heel laag vuur.
Voeg basterdsuiker en laurierblaadje toe. Nog een kwartier bakken op heel laag vuur. Nu zonder deksel op de pan. Roer heel regelmatig om aanbranden te voorkomen.
Gember, pruimen en chilivlokken of verkruimeld pepertje mogen erbij. Schep het goed door. Giet dan de wijn plus water en balsamicoazijn erbij.
Laten pruttelen tot bijna al het vocht verdampt is. Blijf er wel bij, zeker op het laatst kan het snel gaan. Goed blijven roeren.
Het is klaar als je de chutney naar één kant van de pan kunt schuiven zonder dat het meteen terug loopt.
Even proeven. Nog wat peper erbij? Zout? Azijn? Suiker? Ik denk het niet maar smaken verschillen.
Laat het afkoelen en schep het vervolgens over in een brandschoon potje.
Het is een paar dagen houdbaar dus maak vooral niet te veel ineens, behalve als je veel mensen over de vloer krijgt natuurlijk
maandag 9 februari 2015
Knolselderijpuree met yoghurt (mezze)
De afgelopen weken ben ik nogal in de weer geweest met een boek vol Midden-Oosterse gerechten; 'Honey & Co' van Sarit Packer en Itamar Srulovich .
Dit stel werkte respectievelijk als patissier en chef-kok bij de u welbekende Yotam Ottolenghi.
Na die leerschool sta je blijkbaar zo ijzersterk in je schoenen dat het openen van je eigen restaurant een logische volgende uitdaging lijkt. Dat restaurant in Engelands hoofdstad werd een hit.
Waarna een eigen kookboek natuurlijk ook niet uit kon blijven.
Waar ik zelf altijd erg van hou is een kijkje achter de schermen. Hoe zijn recepten ontstaan, waar komt de inspiratie vandaan en helemaal fijn is dat in dit geval de medewerkers ook nog eens veel credits krijgen. Sarit en Itamar zijn overduidelijk blij met hun team.
Nu spreek ik ook regelmatig mensen voor wie dit geleuter zoals ze het noemen niet zo hoeft.
Gewoon een boek vol recepten, smakelijk plaatje erbij en of nu Samira. Piet of Jean zo'n gerecht heeft verzonnen doet niet ter zake.
Dat mag, gelukkig zijn er zoveel kookboeken te vinden dat er altijd wel iets naar je smaak bij zit. Net als een spijkerbroek is een kookboek per slot van rekening ook een hoogst persoonlijke zaak.
Ik houd wel van dat 'geleuter'
De recepten zijn niet al te ingewikkeld en helder uitgewerkt. Dat je voor een aantal recepten een bladzijde om moet slaan, dankzij dat u geweetwel, kan als een nadeel worden gezien. Ingrediënten die een aantal jaren geleden voor hoofdbrekens zorgden zijn dankzij hun voormalige baas nu eenvoudig verkrijgbaar.
Van salades tot brood, drankjes, vis, vlees, zoetigheden,pickles, granen, peulvruchten en handige tips. Je vindt het allemaal. De ingelegde bietjes zijn zalig kan ik je melden, De wintertabouleh met knolselderij ( handig aangezien je van zo'n knol altijd overhoudt!) en winterwortel weer eens wat anders.
Voor veel gerechten hoef je niet urenlang in de keuken rond te hangen maar er zitten er tussen met een flinke ingrediëntenlijst en aardig wat bereidingstijd. Maak die dus niet als je binnen een uur aan de dis wil schuiven.
Maak wel onderstaande knolselderijpuree met yoghurt, simpel, snel klaar en verrukkelijk! Ook weer eens wat anders als de eeuwige hummus waar ik overigens wel erg dol op ben.
Het aardse van de knolselderij krijgt een frisse oppepper van de yoghurt en eerlijk gezegd kan ik er van blijven eten.
Je hebt nodig:
500 gram knolselderij - 4 teentjes knoflook - 3 à 4 el Griekse of Turkse yoghurt - 2 takjes tijm - 1 tl zeezout - 10 gram boter - 1 el olijfolie - staafmixer.
Schil de knolselderij, snijd in even dikke plakken en vervolgens in blokjes.
Haal de knoflook uit hun jasjes.
Zet een pan op hoog vuur met een 1 eetlepel olijfolie. Mik knolselderij, knoflooktenen, zout en tijm erin en bak het een minuut of vijf tot de blokjes licht beginnen te kleuren. Schep regelmatig om.
Zet het vuur lager, leg een deksel op de pan en laat de blokjes in een minuut of tien gaar worden. Zodra je er met een vork gemakkelijk doorheen prikt is het goed.
Schud alles in een kom en vis de takjes tijm eruit. Die mogen weg.
In dezelfde pan laat je nu de boter smelten tot het bruin is. Niet zwart, dat noemen we verbrand en is niet lekker. Bruine boter oftewel beurre noisette heeft een licht nootachtige smaak..
Deze boter giet je over de knolselderij. Om te beginnen drie lepels yoghurt erbij. Zet nu de staafmixer erop en maak er een grove puree van. Het is lekker als er nog wat structuur inzit.
Eventueel nog extra yoghurt toevoegen.
Op smaak brengen met zout en peper. Wat chilivlokken erover voor extra pit is ook een aanrader maar niet noodzakelijk.
Serveer op kamertemperatuur met crackers, turks brood, plat brood en bijvoorbeeld lavash.
Lavash is een super simpel platbrood, eigenlijk meer een cracker, uit hetzelfde boek.
Dat recept krijg je later deze week.
Wat je over hebt, bewaar je in een afgesloten bakje in de koelkast. Zo kun je er nog een dag of drie van genieten.
Bron recept: Honey&Co, Sarit Packer en Itamar Srulovich, 2013, Kosmos, hardcover, 303 blz, prijs 24,99
Dit boek is in eigen bezit en derhalve is deze post niet gesponsored
Dit stel werkte respectievelijk als patissier en chef-kok bij de u welbekende Yotam Ottolenghi.
Na die leerschool sta je blijkbaar zo ijzersterk in je schoenen dat het openen van je eigen restaurant een logische volgende uitdaging lijkt. Dat restaurant in Engelands hoofdstad werd een hit.
Waarna een eigen kookboek natuurlijk ook niet uit kon blijven.
Waar ik zelf altijd erg van hou is een kijkje achter de schermen. Hoe zijn recepten ontstaan, waar komt de inspiratie vandaan en helemaal fijn is dat in dit geval de medewerkers ook nog eens veel credits krijgen. Sarit en Itamar zijn overduidelijk blij met hun team.
Nu spreek ik ook regelmatig mensen voor wie dit geleuter zoals ze het noemen niet zo hoeft.
Gewoon een boek vol recepten, smakelijk plaatje erbij en of nu Samira. Piet of Jean zo'n gerecht heeft verzonnen doet niet ter zake.
Dat mag, gelukkig zijn er zoveel kookboeken te vinden dat er altijd wel iets naar je smaak bij zit. Net als een spijkerbroek is een kookboek per slot van rekening ook een hoogst persoonlijke zaak.
Ik houd wel van dat 'geleuter'
De recepten zijn niet al te ingewikkeld en helder uitgewerkt. Dat je voor een aantal recepten een bladzijde om moet slaan, dankzij dat u geweetwel, kan als een nadeel worden gezien. Ingrediënten die een aantal jaren geleden voor hoofdbrekens zorgden zijn dankzij hun voormalige baas nu eenvoudig verkrijgbaar.
Van salades tot brood, drankjes, vis, vlees, zoetigheden,pickles, granen, peulvruchten en handige tips. Je vindt het allemaal. De ingelegde bietjes zijn zalig kan ik je melden, De wintertabouleh met knolselderij ( handig aangezien je van zo'n knol altijd overhoudt!) en winterwortel weer eens wat anders.
Voor veel gerechten hoef je niet urenlang in de keuken rond te hangen maar er zitten er tussen met een flinke ingrediëntenlijst en aardig wat bereidingstijd. Maak die dus niet als je binnen een uur aan de dis wil schuiven.
Maak wel onderstaande knolselderijpuree met yoghurt, simpel, snel klaar en verrukkelijk! Ook weer eens wat anders als de eeuwige hummus waar ik overigens wel erg dol op ben.
Het aardse van de knolselderij krijgt een frisse oppepper van de yoghurt en eerlijk gezegd kan ik er van blijven eten.
Je hebt nodig:
500 gram knolselderij - 4 teentjes knoflook - 3 à 4 el Griekse of Turkse yoghurt - 2 takjes tijm - 1 tl zeezout - 10 gram boter - 1 el olijfolie - staafmixer.
Schil de knolselderij, snijd in even dikke plakken en vervolgens in blokjes.
Haal de knoflook uit hun jasjes.
Zet een pan op hoog vuur met een 1 eetlepel olijfolie. Mik knolselderij, knoflooktenen, zout en tijm erin en bak het een minuut of vijf tot de blokjes licht beginnen te kleuren. Schep regelmatig om.
Zet het vuur lager, leg een deksel op de pan en laat de blokjes in een minuut of tien gaar worden. Zodra je er met een vork gemakkelijk doorheen prikt is het goed.
Schud alles in een kom en vis de takjes tijm eruit. Die mogen weg.
In dezelfde pan laat je nu de boter smelten tot het bruin is. Niet zwart, dat noemen we verbrand en is niet lekker. Bruine boter oftewel beurre noisette heeft een licht nootachtige smaak..
Deze boter giet je over de knolselderij. Om te beginnen drie lepels yoghurt erbij. Zet nu de staafmixer erop en maak er een grove puree van. Het is lekker als er nog wat structuur inzit.
Eventueel nog extra yoghurt toevoegen.
Op smaak brengen met zout en peper. Wat chilivlokken erover voor extra pit is ook een aanrader maar niet noodzakelijk.
Serveer op kamertemperatuur met crackers, turks brood, plat brood en bijvoorbeeld lavash.
Lavash is een super simpel platbrood, eigenlijk meer een cracker, uit hetzelfde boek.
Dat recept krijg je later deze week.
Wat je over hebt, bewaar je in een afgesloten bakje in de koelkast. Zo kun je er nog een dag of drie van genieten.
Bron recept: Honey&Co, Sarit Packer en Itamar Srulovich, 2013, Kosmos, hardcover, 303 blz, prijs 24,99
Dit boek is in eigen bezit en derhalve is deze post niet gesponsored
Labels:
Bijgerecht,
Boekenkast,
Buffet,
Dip,
Feest,
groente,
Hapjes,
Kookboek,
mezze,
Recept,
Vegetarisch,
Wereldkeuken
zondag 5 oktober 2014
Kruidige Druivenchutney
Wat een week! Bomvol energie stuiterde ik van de ene activiteit in de andere. Alleen het bloggen schoot er genadeloos bij in. Na een paar dagen begon het te kriebelen en te kriebelen maar helaas het kwam er niet van om eens rustig een recept met jullie te delen.
En dat ga ik op deze wat herfstige zondag even inhalen.
Een chutney met druiven uit mijn favoriete Indiase kookboek 'De Currybijbel'. Het boek is in het Nederlands niet meer verkrijgbaar, ik schreef het al eerder.
Een kruidige chutney met een vlammetje. Hoe pittig het wordt is afhankelijk van de pepersoort die je gebruikt. Zoals jullie weten heb ik een aardige assortiment in mijn tuin staan. Dat is fijn voor mij maar jullie hebben er niet zoveel aan aangezien veel soorten niet zomaar 1,2,3 verkrijgbaar zijn.
Rawits gelukkig wel en die horen oorspronkelijk in dit recept. Zelf gebruikte ik een cayennepeper.
Gebruik gerust Spaanse pepers als je rawits too much vindt.
Bij het checken van de ingrediëntenlijst scanden mijn ogen 'Heb ik, heb ik, heb ik.' Opgewekt dook ik na het boodschappen doen de keuken in. He lekker weer even frutselen. De dozen met kruiden en specerijen gingen open, mijn bruine kijkers flitsten door die ene doos met bakjes hele zaden. Fenegriekzaad, komijnzaad... fenegriekzaad... komijnzaad... waar? Op? Kan niet! Waar zijn die bakjes? Ze bleven onvindbaar in tegenstelling tot 2x kardemom, 3x kurkuma, 2x mosterdzaad en nog zo wat. Grmmbbbl und jetzt? Brouwen we er zelf maar wat van.
En het kwam helemaal goed. Druivenchutney à la Els geïnspireerd door de Currybijbel.
Je hebt nodig voor 1 potje:
300 gram pitloze witte druiven - 1 rode peper - 1 tl gemalen venkelzaad - 1 1/2 tl gemalen komijn - 1 tl maanzaad - 1 tl bruin mosterdzaad - 1/2 el suiker - 1 tl zout - 1 tl gemberpoeder - 1/2 el citroensap - 1/2 el arachideolie.
Was de druiven en halveer ze.
Meng in een kommetje het venkelzaad, de komijn, gember, fijngesneden rode peper zonder zaadjes, citroensap, suiker en zout met 250 milliliter water
Verwarm in een pannetje de olie. Roer het mosterdzaad erdoor. Op het moment dat het mosterdzaad gaat springen, je hoort het vanzelf, mag het maanzaad erbij. Schep het goed om en voeg de inhoud van het kommetje toe.
Breng alles aan de kook en laat het een minuut of 8 zachtjes pruttelen. De vlam eronder en een minuut op hoog.
Mik de druiven erbij, schep het goed door elkaar en kook het in 10 ã 15 minuten zachtjes voor 2/3 in tot een stroperig geheel.
Zodra het bubbelt en bruist in de pan, niet alleen in het midden maar ook langs de zijkant, is het goed.
Schep over in een kommetje of potje en laat afkoelen. Deze chutney is beperkt houdbaar.
Wij aten het gisteren bij Indiase kipkebab. Verrukkelijke combinatie. Past ook prima bij gegrild vlees
En dat ga ik op deze wat herfstige zondag even inhalen.
Een chutney met druiven uit mijn favoriete Indiase kookboek 'De Currybijbel'. Het boek is in het Nederlands niet meer verkrijgbaar, ik schreef het al eerder.
Een kruidige chutney met een vlammetje. Hoe pittig het wordt is afhankelijk van de pepersoort die je gebruikt. Zoals jullie weten heb ik een aardige assortiment in mijn tuin staan. Dat is fijn voor mij maar jullie hebben er niet zoveel aan aangezien veel soorten niet zomaar 1,2,3 verkrijgbaar zijn.
Rawits gelukkig wel en die horen oorspronkelijk in dit recept. Zelf gebruikte ik een cayennepeper.
Gebruik gerust Spaanse pepers als je rawits too much vindt.
Bij het checken van de ingrediëntenlijst scanden mijn ogen 'Heb ik, heb ik, heb ik.' Opgewekt dook ik na het boodschappen doen de keuken in. He lekker weer even frutselen. De dozen met kruiden en specerijen gingen open, mijn bruine kijkers flitsten door die ene doos met bakjes hele zaden. Fenegriekzaad, komijnzaad... fenegriekzaad... komijnzaad... waar? Op? Kan niet! Waar zijn die bakjes? Ze bleven onvindbaar in tegenstelling tot 2x kardemom, 3x kurkuma, 2x mosterdzaad en nog zo wat. Grmmbbbl und jetzt? Brouwen we er zelf maar wat van.
En het kwam helemaal goed. Druivenchutney à la Els geïnspireerd door de Currybijbel.
Je hebt nodig voor 1 potje:
300 gram pitloze witte druiven - 1 rode peper - 1 tl gemalen venkelzaad - 1 1/2 tl gemalen komijn - 1 tl maanzaad - 1 tl bruin mosterdzaad - 1/2 el suiker - 1 tl zout - 1 tl gemberpoeder - 1/2 el citroensap - 1/2 el arachideolie.
Was de druiven en halveer ze.
Meng in een kommetje het venkelzaad, de komijn, gember, fijngesneden rode peper zonder zaadjes, citroensap, suiker en zout met 250 milliliter water
Verwarm in een pannetje de olie. Roer het mosterdzaad erdoor. Op het moment dat het mosterdzaad gaat springen, je hoort het vanzelf, mag het maanzaad erbij. Schep het goed om en voeg de inhoud van het kommetje toe.
Breng alles aan de kook en laat het een minuut of 8 zachtjes pruttelen. De vlam eronder en een minuut op hoog.
Mik de druiven erbij, schep het goed door elkaar en kook het in 10 ã 15 minuten zachtjes voor 2/3 in tot een stroperig geheel.
Zodra het bubbelt en bruist in de pan, niet alleen in het midden maar ook langs de zijkant, is het goed.
Schep over in een kommetje of potje en laat afkoelen. Deze chutney is beperkt houdbaar.
Wij aten het gisteren bij Indiase kipkebab. Verrukkelijke combinatie. Past ook prima bij gegrild vlees
Labels:
Aziatisch,
Bijgerecht,
Chutney,
Druiven,
fruit,
Kookboek,
Recept,
Spicy,
Wereldkeuken
woensdag 11 juni 2014
Relish van rode paprika, rode ui en rode peper
Steek de handjes maar op. Wie heeft er de afgelopen dagen lustig gebarbecued? Spiezen gedraaid, garnalen gemarineerd, groente een charmant streepje gegeven?
Wij niet. Te warm om de bbq te ontvlammen en dat terwijl we zondag met een heel stel bij elkaar waren en het eigenlijk een prima gelegenheid was. Komt vast nog wel een keer deze zomer. Je leest het al, echt fanatieke stokers zijn we niet.
Maandag maakte ik kipspiesjes, gewoon in de grillpan dus. Zoon besloot naar aanleiding van de pikzwarte lucht boven Tilburg, neergutsende hemelwater, zomerse kanonslagen en berichten uit andere Brabantse plaatsen een dag later Nijmegenwaarts te gaan. Ook met eventuele calamiteiten op het spoor in het achterhoofd. Niet geheel onverstandig en ach die kipspiesjes zijn ook wel heel verleidelijk.
Wonder boven wonder konden we in de tuin eten al dwaalden onze blikken bedenkelijk naar boven. Voor de derde keer die dag balden wolken samen en we voelden bijna letterlijk de bui wel hangen.
Net klaar en nog verzonken in een gesprek vielen er spatjes. Die spatjes werden razendsnel volwassen kan ik je zeggen. Rap afruimen en een sprintje naar binnen trekken.
Deze frisse relish had perfect gepast bij die spiesjes. Maar helaas, helaas, ik kwam gisteren pas op het idee. Het smaakt trouwens ook moorddadig goed bij een hamburger of kip uit de oven. Of maak er een bruschetta van met wat tongstrelende geiten- of schapenkaas. Je mag de pot ook zo leeg lepelen.
Laat je niet afschrikken door de rode peper, je kunt het zo pittig maken als je zelf wil. Verwijder zaad voor een milde versie en... juist... sudder lekker wat zaadjes mee als je van spicy houdt.
Het is heel simpel.
Voor ongeveer 500 ml heb je nodig:
3 rode paprika's - 3 rode uien - 2 rode Spaanse pepers - 200 ml rode wijnazijn - 85 gram suiker - 1 tl zout.
Zo maak je het:
Halveer de paprika's, verwijder de zaadlijsten en snijd de paprika's in min of meer gelijke stukjes. Zeg 1x1 cm.
Leg ze in een vergiet, strooi er zout over, mengen en laat het zo een minuut of 45 staan.
De rode uien schoonmaken, halveren en in kleine stukjes snijden. Je hoeft ze niet echt te snipperen.
Zaadjes uit de rode peper halen en maak van de peper halve ringetjes.
Paprika, ui en peper plus eventueel wat peperzaadjes mogen in een ruime pan. Giet er de wijnazijn over en breng zachtjes aan de kook. Sudder een kwartiertje. Roer er vervolgens de suiker door en blijf roeren tot de suiker is opgelost. Breng het aan de kook, zet je hittebron wat lager en laat het een half uurtje al pruttelend indikken.
Het vocht moet uiteindelijk grotendeels verdampt zijn. Blijf op het laatst goed roeren en schuiven om aanbranden te voorkomen.
Schep het in een gesteriliseerde pot. Je kunt het diezelfde dag al eten. In de koelkast ongeveer 2 maanden houdbaar.
Wij niet. Te warm om de bbq te ontvlammen en dat terwijl we zondag met een heel stel bij elkaar waren en het eigenlijk een prima gelegenheid was. Komt vast nog wel een keer deze zomer. Je leest het al, echt fanatieke stokers zijn we niet.
Maandag maakte ik kipspiesjes, gewoon in de grillpan dus. Zoon besloot naar aanleiding van de pikzwarte lucht boven Tilburg, neergutsende hemelwater, zomerse kanonslagen en berichten uit andere Brabantse plaatsen een dag later Nijmegenwaarts te gaan. Ook met eventuele calamiteiten op het spoor in het achterhoofd. Niet geheel onverstandig en ach die kipspiesjes zijn ook wel heel verleidelijk.
Wonder boven wonder konden we in de tuin eten al dwaalden onze blikken bedenkelijk naar boven. Voor de derde keer die dag balden wolken samen en we voelden bijna letterlijk de bui wel hangen.
Net klaar en nog verzonken in een gesprek vielen er spatjes. Die spatjes werden razendsnel volwassen kan ik je zeggen. Rap afruimen en een sprintje naar binnen trekken.
Deze frisse relish had perfect gepast bij die spiesjes. Maar helaas, helaas, ik kwam gisteren pas op het idee. Het smaakt trouwens ook moorddadig goed bij een hamburger of kip uit de oven. Of maak er een bruschetta van met wat tongstrelende geiten- of schapenkaas. Je mag de pot ook zo leeg lepelen.
Laat je niet afschrikken door de rode peper, je kunt het zo pittig maken als je zelf wil. Verwijder zaad voor een milde versie en... juist... sudder lekker wat zaadjes mee als je van spicy houdt.
Het is heel simpel.
Voor ongeveer 500 ml heb je nodig:
3 rode paprika's - 3 rode uien - 2 rode Spaanse pepers - 200 ml rode wijnazijn - 85 gram suiker - 1 tl zout.
Zo maak je het:
Halveer de paprika's, verwijder de zaadlijsten en snijd de paprika's in min of meer gelijke stukjes. Zeg 1x1 cm.
Leg ze in een vergiet, strooi er zout over, mengen en laat het zo een minuut of 45 staan.
De rode uien schoonmaken, halveren en in kleine stukjes snijden. Je hoeft ze niet echt te snipperen.
Zaadjes uit de rode peper halen en maak van de peper halve ringetjes.
Paprika, ui en peper plus eventueel wat peperzaadjes mogen in een ruime pan. Giet er de wijnazijn over en breng zachtjes aan de kook. Sudder een kwartiertje. Roer er vervolgens de suiker door en blijf roeren tot de suiker is opgelost. Breng het aan de kook, zet je hittebron wat lager en laat het een half uurtje al pruttelend indikken.
Het vocht moet uiteindelijk grotendeels verdampt zijn. Blijf op het laatst goed roeren en schuiven om aanbranden te voorkomen.
Schep het in een gesteriliseerde pot. Je kunt het diezelfde dag al eten. In de koelkast ongeveer 2 maanden houdbaar.
Labels:
BBQ,
Bijgerecht,
groente,
Recept,
Relish,
Vegetarisch
dinsdag 20 mei 2014
Pittige auberginesalade van Mari Maris
Ook mensen die graag koken ontbreekt het wel eens aan inspiratie. Een tijd geleden verzuchtte ik dat op Facebook Een zekere Mari Maris reageerde met de mededeling dat ze daar wel een mouw aan wist te passen. Kom maar op! De naam zei me helemaal niks maar al snel werd me duidelijk dat Mari Maris de auteur is van ' Groentebijbel, van aardappelpuree tot zuringsoufflé' . Gelukkig begreep ze dat gezien de enorme stortvloed aan kookboeken het simpelweg niet altijd meer bij te houden is en was ze zo aardig mij het boek via haar uitgever te laten bezorgen.
En zo geschiedde dat een tijdje later een dikke pil geleverd werd boordevol groenteweetjes en recepten. Van hopscheuten met aardappel, koolraap met bleekselderij, radicchiolasagne tot roderozensaus, kapucijner-sesamkoekjes, courgetteclafoutis en eenvoudige aardappelkroketjes. Om maar even een beeld te geven.
Keurig in alfabetische volgorde. Ieder hoofdstuk begint met een stukje over de herkomst en in welk seizoen het te verkrijgen is. In welke vorm is het verkrijgbaar, vers, gedroogd, half gedroogd en waar moet je goed opletten bij het kiezen van de juiste kwaliteit. Heb je eenmaal die prachtige artisjokken bijvoorbeeld voor je neus liggen hoe verwerk je die schoonheden dan? Mari geeft ook nog tal van combinatiemogelijkheden met kruiden, kaassoorten, andere groentevrienden.
Dit is het startsein voor de duidelijk uitgewerkte recepten met veelal ook nog eens diverse serveersuggesties en andere opties. Fijn!
Al bladerend werd me duidelijk dat ik vaak wel erg weinig origineel groente verwerk. Borlottibonen samen met wat witte kool door pasta. Een zoete spinazietaart? Het zou niet in me opgekomen zijn. Bij Mari gelukkig wel maar zij is ook niet voor niets twintig jaar kok geweest voor ze besloot haar koksbuis op te bergen en zich toe te leggen op het verbouwen van groente. Beide ervaringen resulteerden in dit boek waar ze zoals ze me schreef een paar winters mee bezig is geweest.
Maar liefst 850 recepten verdeeld over 65 soorten groenten, je zult begrijpen dat het onmogelijk is om van ieder recept een foto te plaatsen. Het eindresultaat zou onhanteerbaar zijn. Daarom slechts foto's van de desbetreffende soort. Voor iedereen die een beetje kan koken hoeft dat helemaal geen bezwaar te zijn. Laat de ingrediënten spreken, sluit je ogen en laat je verbeeldingskracht en kennis zijn werk doen. Prachtig plaatje krijg je dan.
Natuurlijk moest ik aan de slag en het recept dat ik jullie geef is een pittige auberginesalade. Nu moet je weten dat de husband helemaal niet zo van aubergine houdt. Maar ja er lag nog zo'n paarse knoeperd. Voor de zekerheid frutselde ik ook nog maar een simpele groene salade in elkaar. Schept hij twee keer op van de aubergines en laat de andere praktisch aan zich voorbij gaan. Wonderen zijn de wereld nog niet uit.
Deze hoeveelheid is voldoende voor 2 personen. Maak je het voor vier gebruik dan 2 aubergines maar pas op met het verdubbelen van de knoflook en rode peper. Plus 1/4 lijkt mij voldoende.
Je hebt nodig:
1 aubergine - olijfolie - citroensap - 3/4 rode peper - 1 flinke teen knoflook - 2 el kappertjes - 2 el ontpitte groene olijven - 3 el zongedroogde tomaatjes in olie (aangezien ik die vergeten was heb ik gewone tomaat gebruikt, ook lekker!) - peper en zout
Zo maak je het:
Haal de zaadjes uit de rode peper en snipper het. Ook de knoflook fijnhakken.
Verwijder steelaanzet en kontje, mik weg. Snijd de rest in plakjes van zo'n 5 mm.
Bestrooi met zout en peper, leg de plakken in een vergiet, dek af om verkleuren tegen te gaan en laat 15 `a 20 minuten staan.
Dep ze goed droog door een twee lagen keukenpapier op je werkbank te leggen, verdeel de plakken aubergine erover, dek af met nog eens keukenpapier en druk zachtjes aan.
Verwarm een grote koekenpan, een 1/4 el olijfolie erin en verdeel het goed over de bodem. Laat goed warm worden.
Bak de plakken aubergine in porties om en om bruin en gaar. Gebruik bij iedere portie weer wat olijfolie. Je kunt natuurlijk ook een grillpan gebruiken.
Leg een aantal plakken aubergine op een schaal. Druppel er wat citroensap over. Bestrooi het met rode peper en knoflook plus een beetje zout. Maak zo laagjes tot de aubergine op is. Tot slot wat lekkere olijfolie erover. Dek de boel af en zet minimaal 6 uur weg. Mari zegt acht maar ik begon wat laat. U mag kiezen.
Tot slot de (zongedroogde) tomaatjes in reepjes snijden en samen met de kappertjes plus in plakjes verdeelde olijven over de aubergine verdelen. Opdienen.
Grappig waar zo'n ontmoeting op je pagina toe kan leiden. Mari heeft er met haar boek voor gezorgd dat ik de komende tijd niet om groenterecepten verlegen zit. Of je nu vegetariër bent, graag een stuk vlees eet, liever een visje nuttigt, je vindt hierin altijd bijpassende groentegerechten of genoeg ideeën om eens lekker te variëren.
'Groentebijbel, van aardappelpuree tot zuringsoufflé', Mari Maris, uitgever Carrera Culinair, 4e druk januari 2014, 496 pag., gebonden. ISBN 9 789048 814886, Prijs 29,90
Dit boek is mij ter beschikking gesteld door de auteur en uitgeverij. Dit beïnvloedt niet mijn mening en waarneming.
En zo geschiedde dat een tijdje later een dikke pil geleverd werd boordevol groenteweetjes en recepten. Van hopscheuten met aardappel, koolraap met bleekselderij, radicchiolasagne tot roderozensaus, kapucijner-sesamkoekjes, courgetteclafoutis en eenvoudige aardappelkroketjes. Om maar even een beeld te geven.
Keurig in alfabetische volgorde. Ieder hoofdstuk begint met een stukje over de herkomst en in welk seizoen het te verkrijgen is. In welke vorm is het verkrijgbaar, vers, gedroogd, half gedroogd en waar moet je goed opletten bij het kiezen van de juiste kwaliteit. Heb je eenmaal die prachtige artisjokken bijvoorbeeld voor je neus liggen hoe verwerk je die schoonheden dan? Mari geeft ook nog tal van combinatiemogelijkheden met kruiden, kaassoorten, andere groentevrienden.
Dit is het startsein voor de duidelijk uitgewerkte recepten met veelal ook nog eens diverse serveersuggesties en andere opties. Fijn!
Al bladerend werd me duidelijk dat ik vaak wel erg weinig origineel groente verwerk. Borlottibonen samen met wat witte kool door pasta. Een zoete spinazietaart? Het zou niet in me opgekomen zijn. Bij Mari gelukkig wel maar zij is ook niet voor niets twintig jaar kok geweest voor ze besloot haar koksbuis op te bergen en zich toe te leggen op het verbouwen van groente. Beide ervaringen resulteerden in dit boek waar ze zoals ze me schreef een paar winters mee bezig is geweest.
Maar liefst 850 recepten verdeeld over 65 soorten groenten, je zult begrijpen dat het onmogelijk is om van ieder recept een foto te plaatsen. Het eindresultaat zou onhanteerbaar zijn. Daarom slechts foto's van de desbetreffende soort. Voor iedereen die een beetje kan koken hoeft dat helemaal geen bezwaar te zijn. Laat de ingrediënten spreken, sluit je ogen en laat je verbeeldingskracht en kennis zijn werk doen. Prachtig plaatje krijg je dan.
Natuurlijk moest ik aan de slag en het recept dat ik jullie geef is een pittige auberginesalade. Nu moet je weten dat de husband helemaal niet zo van aubergine houdt. Maar ja er lag nog zo'n paarse knoeperd. Voor de zekerheid frutselde ik ook nog maar een simpele groene salade in elkaar. Schept hij twee keer op van de aubergines en laat de andere praktisch aan zich voorbij gaan. Wonderen zijn de wereld nog niet uit.
Deze hoeveelheid is voldoende voor 2 personen. Maak je het voor vier gebruik dan 2 aubergines maar pas op met het verdubbelen van de knoflook en rode peper. Plus 1/4 lijkt mij voldoende.
Je hebt nodig:
1 aubergine - olijfolie - citroensap - 3/4 rode peper - 1 flinke teen knoflook - 2 el kappertjes - 2 el ontpitte groene olijven - 3 el zongedroogde tomaatjes in olie (aangezien ik die vergeten was heb ik gewone tomaat gebruikt, ook lekker!) - peper en zout
Zo maak je het:
Haal de zaadjes uit de rode peper en snipper het. Ook de knoflook fijnhakken.
Verwijder steelaanzet en kontje, mik weg. Snijd de rest in plakjes van zo'n 5 mm.
Bestrooi met zout en peper, leg de plakken in een vergiet, dek af om verkleuren tegen te gaan en laat 15 `a 20 minuten staan.
Dep ze goed droog door een twee lagen keukenpapier op je werkbank te leggen, verdeel de plakken aubergine erover, dek af met nog eens keukenpapier en druk zachtjes aan.
Verwarm een grote koekenpan, een 1/4 el olijfolie erin en verdeel het goed over de bodem. Laat goed warm worden.
Bak de plakken aubergine in porties om en om bruin en gaar. Gebruik bij iedere portie weer wat olijfolie. Je kunt natuurlijk ook een grillpan gebruiken.
Leg een aantal plakken aubergine op een schaal. Druppel er wat citroensap over. Bestrooi het met rode peper en knoflook plus een beetje zout. Maak zo laagjes tot de aubergine op is. Tot slot wat lekkere olijfolie erover. Dek de boel af en zet minimaal 6 uur weg. Mari zegt acht maar ik begon wat laat. U mag kiezen.
Tot slot de (zongedroogde) tomaatjes in reepjes snijden en samen met de kappertjes plus in plakjes verdeelde olijven over de aubergine verdelen. Opdienen.
Grappig waar zo'n ontmoeting op je pagina toe kan leiden. Mari heeft er met haar boek voor gezorgd dat ik de komende tijd niet om groenterecepten verlegen zit. Of je nu vegetariër bent, graag een stuk vlees eet, liever een visje nuttigt, je vindt hierin altijd bijpassende groentegerechten of genoeg ideeën om eens lekker te variëren.
'Groentebijbel, van aardappelpuree tot zuringsoufflé', Mari Maris, uitgever Carrera Culinair, 4e druk januari 2014, 496 pag., gebonden. ISBN 9 789048 814886, Prijs 29,90
Dit boek is mij ter beschikking gesteld door de auteur en uitgeverij. Dit beïnvloedt niet mijn mening en waarneming.
Labels:
Aubergine,
BBQ,
Bijgerecht,
Citroen,
groente,
Koken voor 2,
Kookboek,
Review,
Salade,
Spicy,
Vegetarisch
vrijdag 21 maart 2014
Aardappelsalade met tuinkruiden en kappertjes
Wat een fantastische zonnige dag gisteren, heel wat anders dan vandaag. Mistroostige boel hoor, wat mij betreft mogen de hemelsluizen weer dicht. Ons terras achter staat behoorlijk onder water, dadelijk moet ik een ergens op zolder verstopt opblaasbootje nog op gaan snorren.
Zo'n vaart zal het niet lopen ... hoop ik.
Gisteren was het een potje genieten. Heerlijk die deuren wagenwijd open. De bomen worden steeds groener. Ik houd van de lente, het is zo lekker fris van kleur. Alles en iedereen heeft er zin in terwijl de zomer al wat vermoeid kan ogen. Bikkelen om overeind te blijven onder blikkerende zonnestralen.
Zo ver is het nog niet. Voorjaar! Wat een stralend begin en dat gaan we maar eens inluiden met een toch al wat zomers maaltje. Om in de stemming te komen.
Een aardappelsalade boordevol groene tuinkruiden en opwekkende kappertjes. Kippetje uit de oven erbij, royaal besmeerd met barbecuesaus. Dit alles geflankeerd door nog een salade van wortel, paprika, tomaat, rucola, rettich en tuinkers. Daaaag stamppotjes, capucijners met spek en snert!
Deze hoeveelheid is voldoende voor 4 à 6 personen.
Je hebt nodig:
1 kilo vastkokende aardappels - 120 ml warme kippen- of groentenbouillon - 5 el olijfolie - 3 el witte wijnazijn - peper en zout - 2 el geknipte tuinkers - 2 el gehakte bieslook - 2 el gehakte dragon - 2 el gescheurde basilicum - 1 el kappertjes
Zo maak je het:
Kook de aardappelen in de schil gaar. Giet ze af en laat even afkoelen. Trek ze hun jas uit en snijd in plakken. Giet er meteen de warme kippenbouillon over. Meng het voorzichtig door elkaar.
Voeg de olijfolie en witte wijnazijn toe, husselen en verder op smaak brengen met zout en peper. Laat dit afgedekt een kwartiertje staan,
Daarna de kruiden erbij plus de kappertjes. Nogmaals voorzichtig mengen en minimaal een half uur in laten trekken.
Gewoon buiten de koelkast anders wordt het te koud en verliest het smaak.
That's all folks!
Door de hoeveelheden te vermeerderen is het prima geschikt als onderdeel van een buffet.
Zo'n vaart zal het niet lopen ... hoop ik.
Gisteren was het een potje genieten. Heerlijk die deuren wagenwijd open. De bomen worden steeds groener. Ik houd van de lente, het is zo lekker fris van kleur. Alles en iedereen heeft er zin in terwijl de zomer al wat vermoeid kan ogen. Bikkelen om overeind te blijven onder blikkerende zonnestralen.
Zo ver is het nog niet. Voorjaar! Wat een stralend begin en dat gaan we maar eens inluiden met een toch al wat zomers maaltje. Om in de stemming te komen.
Een aardappelsalade boordevol groene tuinkruiden en opwekkende kappertjes. Kippetje uit de oven erbij, royaal besmeerd met barbecuesaus. Dit alles geflankeerd door nog een salade van wortel, paprika, tomaat, rucola, rettich en tuinkers. Daaaag stamppotjes, capucijners met spek en snert!
Deze hoeveelheid is voldoende voor 4 à 6 personen.
Je hebt nodig:
1 kilo vastkokende aardappels - 120 ml warme kippen- of groentenbouillon - 5 el olijfolie - 3 el witte wijnazijn - peper en zout - 2 el geknipte tuinkers - 2 el gehakte bieslook - 2 el gehakte dragon - 2 el gescheurde basilicum - 1 el kappertjes
Zo maak je het:
Kook de aardappelen in de schil gaar. Giet ze af en laat even afkoelen. Trek ze hun jas uit en snijd in plakken. Giet er meteen de warme kippenbouillon over. Meng het voorzichtig door elkaar.
Voeg de olijfolie en witte wijnazijn toe, husselen en verder op smaak brengen met zout en peper. Laat dit afgedekt een kwartiertje staan,
Daarna de kruiden erbij plus de kappertjes. Nogmaals voorzichtig mengen en minimaal een half uur in laten trekken.
Gewoon buiten de koelkast anders wordt het te koud en verliest het smaak.
That's all folks!
Door de hoeveelheden te vermeerderen is het prima geschikt als onderdeel van een buffet.
vrijdag 14 maart 2014
Aardappelkoekjes met cashewnoten en bieslook
Weer even een momentje 'Wat eten we vandaag' . Zo'n paar uur die op dat gebied aardig blanco voorbij dwarrelen. Dat op alles wat te binnenschiet het in je hoofd al gaat van 'mwaaaah', 'geen zin', 'heb ik niet in huis en wil ik niet halen'. Lekker lamlendig. Tijd voor wat inspiratie en ha die heb ik kasten vol in huis. Al viel er vanwege de geen zinnerigheid het gros vanaf.
Mijn remedie is om dan één van de grote mappen met knipsels te pakken. Uit de Allerhande van 10 jaar geleden, printjes van internetrecepten, uit oude bladen, afijn de meesten herkennen dit wel.
Na het omslaan van één van de pagina's bleef mijn hand zweven. Het vertrouwde handschrift van mijn moeder glom me tegemoet. Speciaal voor mij schreef ze ooit haar rodekoolrecept op. Ondanks dat ze er al heel wat jaren niet meer is vaart er toch altijd iets van een schok door me heen bij het zien van haar 'pootje'. Even slikken en een aaitje over het papier. Lieve mams... maar sorry ik ga vandaag echt niet je rodekool maken. Geen zin namelijk.
Aardappelkoekjes worden het, met cashewnoten en bieslook. Uit het bekende blad van de blauwe grootgrutter. Ergens uit 2001 of zoiets.. Een heel simpel recept maar om dit nu te bedenken een half uur voor je aan tafel wil schuiven is niet wijs. Schillen, koken, stampen, mengen, koelen, draaien, paneren... trek er een uur voor uit en je bent een heel eind. Het aardige van dit recept is dat je er volledig je eigen draai aan kunt geven. Daar houd ik van. De koekjes zijn smeuïg maar zijn goed te bewerken, vallen niet uit elkaar. Nou dan heb je me hoor.
Je hebt nodig voor 10 à 12 koekjes:
Kilo kruimige aardappelen - 125 gram cashewnoten - 3 el gehakte bieslook - peper en zout - 1 eidooier - 2 eiwitten - 3 el bloem - 8 el paneermeel - olie
Zo maak je ze:
Schil de aardappels en kook ze afhankelijk van de grootte in een minuut of 20 gaar. Afgieten en even uit laten stomen. Pak de stamper en maak ze fijn. Eventueel met een vork extra prakken. Geen boter? Geen melk? Nee niet doen!
Hak de noten in onregelmatige stukken, beetje fijn, beetje grof, lekker van alles door elkaar heen. Ik gebruik hiervoor de vijzel maar je kunt ook je keukenmachine pakken of de noten in plastic of folie verpakken en ze dan kapot meppen. Doe dat laatste niet te hard want dan heb je kans dat het folie scheurt en dan vliegt het alsnog allen kanten op.
Vermeng de puree met een eidooier. Roer het er goed doorheen. Noten en bieslook erbij. Breng op smaak met zout en peper en laat het vervolgens in een schaal afkoelen.
Klop twee eiwitten goed los en schuimig. Strooi op een bord bloem, op een ander paneermeel.
Vorm nu kleine burgertjes van het aardappelmengsel. Wentel door de bloem, dan door het eiwit en tot slot door de paneermeel. Laat de koekjes even rusten.
Verwarm in een koekenpan een klein laagje olie en bak de koekjes in een minuut of 10 rustig rondom goudbruin. Regelmatig draaien. Daarna zijn ze gloeiend- en gloeiendheet.
Ter variatie kun je wat kerrie door de puree mengen, wat oude kaas, een ragfijn gesnipperd sjalotje, stukjes paprika. Trek die kruidenkast open en laat de fantasie maar lekker borrelen.
Wat spinazie erbij wokken met champignons, paprika, rode ui en een beetje knoflook. Op het laatst een klein schepje kruidenkaas erdoor roeren voor wat extra verwennerij. Natuurlijk kan er een stukje vlees of vis bij maar het hoeft niet.
Mijn remedie is om dan één van de grote mappen met knipsels te pakken. Uit de Allerhande van 10 jaar geleden, printjes van internetrecepten, uit oude bladen, afijn de meesten herkennen dit wel.
Na het omslaan van één van de pagina's bleef mijn hand zweven. Het vertrouwde handschrift van mijn moeder glom me tegemoet. Speciaal voor mij schreef ze ooit haar rodekoolrecept op. Ondanks dat ze er al heel wat jaren niet meer is vaart er toch altijd iets van een schok door me heen bij het zien van haar 'pootje'. Even slikken en een aaitje over het papier. Lieve mams... maar sorry ik ga vandaag echt niet je rodekool maken. Geen zin namelijk.
Aardappelkoekjes worden het, met cashewnoten en bieslook. Uit het bekende blad van de blauwe grootgrutter. Ergens uit 2001 of zoiets.. Een heel simpel recept maar om dit nu te bedenken een half uur voor je aan tafel wil schuiven is niet wijs. Schillen, koken, stampen, mengen, koelen, draaien, paneren... trek er een uur voor uit en je bent een heel eind. Het aardige van dit recept is dat je er volledig je eigen draai aan kunt geven. Daar houd ik van. De koekjes zijn smeuïg maar zijn goed te bewerken, vallen niet uit elkaar. Nou dan heb je me hoor.
Je hebt nodig voor 10 à 12 koekjes:
Kilo kruimige aardappelen - 125 gram cashewnoten - 3 el gehakte bieslook - peper en zout - 1 eidooier - 2 eiwitten - 3 el bloem - 8 el paneermeel - olie
Zo maak je ze:
Schil de aardappels en kook ze afhankelijk van de grootte in een minuut of 20 gaar. Afgieten en even uit laten stomen. Pak de stamper en maak ze fijn. Eventueel met een vork extra prakken. Geen boter? Geen melk? Nee niet doen!
Hak de noten in onregelmatige stukken, beetje fijn, beetje grof, lekker van alles door elkaar heen. Ik gebruik hiervoor de vijzel maar je kunt ook je keukenmachine pakken of de noten in plastic of folie verpakken en ze dan kapot meppen. Doe dat laatste niet te hard want dan heb je kans dat het folie scheurt en dan vliegt het alsnog allen kanten op.
Vermeng de puree met een eidooier. Roer het er goed doorheen. Noten en bieslook erbij. Breng op smaak met zout en peper en laat het vervolgens in een schaal afkoelen.
Klop twee eiwitten goed los en schuimig. Strooi op een bord bloem, op een ander paneermeel.
Vorm nu kleine burgertjes van het aardappelmengsel. Wentel door de bloem, dan door het eiwit en tot slot door de paneermeel. Laat de koekjes even rusten.
Verwarm in een koekenpan een klein laagje olie en bak de koekjes in een minuut of 10 rustig rondom goudbruin. Regelmatig draaien. Daarna zijn ze gloeiend- en gloeiendheet.
Ter variatie kun je wat kerrie door de puree mengen, wat oude kaas, een ragfijn gesnipperd sjalotje, stukjes paprika. Trek die kruidenkast open en laat de fantasie maar lekker borrelen.
Wat spinazie erbij wokken met champignons, paprika, rode ui en een beetje knoflook. Op het laatst een klein schepje kruidenkaas erdoor roeren voor wat extra verwennerij. Natuurlijk kan er een stukje vlees of vis bij maar het hoeft niet.
Labels:
aardappel,
Bijgerecht,
groente,
Recept,
Vegetarisch
maandag 24 februari 2014
Wortel en daikon in zoetzuur van rijstazijn uit Hanoi Streetfood
Een tijd geleden kreeg ik van de husband het boek 'Hanoi Streetfood. Koken & Reizen in Vietnam'. Een boek van Tom Vandenberghe en Luk Thys. Vandenberghe is gegrepen door Vietnam en de Aziatische keuken in het algemeen. Verschillende keren reisde hij af naar dit boeiende land waar hij inmiddels ook culinaire rondreizen organiseert.. Al deze reizen resulteerden in deze uitgave waarin hij je mee op pad neemt door de bruisende hoofdstad van Vietnam; Hanoi. Hanoi wordt ook wel het Parijs van Azië genoemd vanwege onder meer haar rijke verleden. Het bestaat inmiddels al meer dan duizend jaar.
Langs authentieke eettentjes, op bezoek bij mensen die hij daar heeft leren kennen en hem wegwijs maakten in deze bijzondere keuken met zijn vaak eeuwen- en eeuwenoude recepten en even zo lange tradities.
De persoonlijke verhalen en de achtergrondinformatie over de cultuur geven het boek dat stukje extra waar ik zo van houd.
Foto's ontbreken niet, niet alleen van de gerechten, ook sfeerfoto's die je een beetje een indruk geven van het (straat)leven aldaar.
Zoals de titel al verraadt heeft het een levendige streetfoodcultuur. Stalletjes en kraampjes al dan niet op een vaste plek in de stad om aldaar te genieten van bijvoorbeeld een kom pho bo, de beroemde noedelsoep.
Rijstpannenkoekjes gevuld met padddenstoelen, stoofpotje van tofoe en shiitake, gefrituurde scampikoekjes, rijstsoep met kip, het zijn zo van die gerechten die hier nog wel eens de keuken uit gaan rollen.
Achterin het boek staan allerlei adresjes voor de beste streetfood. Adresjes waarvan hij overtuigd is dat ze een lang leven beschoren zijn. Dat is handig als je toch eens in de buurt bent.
Tom Vandenberghe verdeelt de Vietnamese keuken in twee regio's. Het Noorden met zijn Chinese invloeden. Minder sterk gekruid maar daarentegen wordt er volop gebruik gemaakt van verse kruiden.
Het zonnige Zuiden profiteert door zijn klimaat van een groter aanbod aan producten. Heeft invloeden uit India en kan beschikken over veel tropische fruitsoorten. Tevens is dit de rijstschuur van Vietnam.
Vissaus is een vaak terugkerende smaakmaker. Iedereen die regelmatig deze saus gebruikt weet dat de reuk niet bepaald aangenaam is of onze westerse neuzen zijn er niet aan gewend dat kan ook. De Romeinen maakten het overigens ook al en noemden het garum of liquamen. Een zoutvervanger is het en in combinatie met andere ingrediënten is het bijna altijd heel verfijnd. Niet overheersend, helemaal goed en in balans. Laat je dus niet weerhouden! Voor meer informatie over vissaus kun je het beste even op Aziatische- Ingrediënten.nl kijken. Sowieso de site waar je moet zijn bij vragen over de Aziatische keuken.
Vissaus komt in deze salade niet voor. Wel in de stoofpot die ik maakte. Met steranijs, rijstwijn, kaneel en tomaten. Ik ben echt een beetje verliefd geworden op de tintelende Vietnamese keuken. De rijke, volle welhaast ontploffende smaken met daar tegenover vederlichte ingelegde zoetzure groente maakt van de maaltijd een heus feest. Zo genoten hebben we van die stoofpot dat het op is. Geen foto dus voorlopig geen recept...sorry. Heb je het boek ook? Maak dan de stoofpot van rundvlees. Het staat op bladzijde 64.
Wel heb ik voor jullie de ingelegde wortel en daikon. Hier meestal te vinden onder de naam rettich. Een eenvoudig receptje waarbij het wel belangrijk is om de dunne reepjes wortel en rettich goed uit te laten lekken voor ze in een pot gaan met de vloeistof erover. Zo blijven ze namelijk lekker knapperig.
Doe dit door iedere keer een handvol van beide in een theedoek te stoppen, dicht te draaien en zo uit te knijpen. Of leg alles in een doek, vouw dicht, leg in een vergiet en zet er een zwaar gewicht op. Laat het zo een half uurtje staan.
Je hebt nodig:
250 gram winterwortels - 250 gram rettich - 200 ml rijstazijn - 4 el suiker - 1 1/2 tl grof zout
Rasp de wortels en schil de rettich. Snijd beide julienne, in heel dunne reepjes dus. Dit kan met de hand, met je keukenmachine of met een speciale juliennesnijder. Net wat voor jou het gemakkelijkste is. Een beetje met de hand snijden is net als met de handen kneden wel zen. Niet te zen, dan snij je in je vingers.
De reepjes wortel en rettich in een kom doen en bestrooien met het zout. Laat het zo een half uurtje staan.
Daarna goed afspoelen en even uit laten lekken in een zeef of vergiet.
Nu pak je een schone keukendoek, legt er een haffeltje groente in, dichtdraaien en knijpen maar tot het zo droog mogelijk is. Of gebruik de methode die ik hierboven al beschreef.
Breng de rijstazijn met de suiker zachtjes aan de kook. Roeren tot de suiker is opgelost. Nu nog even voor 1/3 in laten koken . Af laten koelen.
Stop de uitgeknepen wortel en daikon in een gesteriliseerde pot, giet de vloeistof erover, deksel erop en hupsakee de koelkast in. Het blijft zo zeker twee weken goed.
Past bij bbqgerechten, verrukkelijk op een sandwich of eet het gewoon zo. In Vietnam gaat het onder andere op Bánh My wat niets anders betekent dan belegd broodje en net als bij ons zijn de variaties eindeloos.
Voor Aziëliefhebbers is dit boek zeker een aanwinst. Ben je net als ik niet zo bekend met de Vietnamese keuken dan is het een mooie kennismaking.
Bron: Tom Vandenberghe & Luk Thys, Hanoi Streetfood - koken & reizen in Vietnam, 2011, Lannoo, paperback, 207 blz, isbn: 9789020997835
Langs authentieke eettentjes, op bezoek bij mensen die hij daar heeft leren kennen en hem wegwijs maakten in deze bijzondere keuken met zijn vaak eeuwen- en eeuwenoude recepten en even zo lange tradities.
De persoonlijke verhalen en de achtergrondinformatie over de cultuur geven het boek dat stukje extra waar ik zo van houd.
Foto's ontbreken niet, niet alleen van de gerechten, ook sfeerfoto's die je een beetje een indruk geven van het (straat)leven aldaar.
Zoals de titel al verraadt heeft het een levendige streetfoodcultuur. Stalletjes en kraampjes al dan niet op een vaste plek in de stad om aldaar te genieten van bijvoorbeeld een kom pho bo, de beroemde noedelsoep.
Rijstpannenkoekjes gevuld met padddenstoelen, stoofpotje van tofoe en shiitake, gefrituurde scampikoekjes, rijstsoep met kip, het zijn zo van die gerechten die hier nog wel eens de keuken uit gaan rollen.
Achterin het boek staan allerlei adresjes voor de beste streetfood. Adresjes waarvan hij overtuigd is dat ze een lang leven beschoren zijn. Dat is handig als je toch eens in de buurt bent.
Tom Vandenberghe verdeelt de Vietnamese keuken in twee regio's. Het Noorden met zijn Chinese invloeden. Minder sterk gekruid maar daarentegen wordt er volop gebruik gemaakt van verse kruiden.
Het zonnige Zuiden profiteert door zijn klimaat van een groter aanbod aan producten. Heeft invloeden uit India en kan beschikken over veel tropische fruitsoorten. Tevens is dit de rijstschuur van Vietnam.
Vissaus is een vaak terugkerende smaakmaker. Iedereen die regelmatig deze saus gebruikt weet dat de reuk niet bepaald aangenaam is of onze westerse neuzen zijn er niet aan gewend dat kan ook. De Romeinen maakten het overigens ook al en noemden het garum of liquamen. Een zoutvervanger is het en in combinatie met andere ingrediënten is het bijna altijd heel verfijnd. Niet overheersend, helemaal goed en in balans. Laat je dus niet weerhouden! Voor meer informatie over vissaus kun je het beste even op Aziatische- Ingrediënten.nl kijken. Sowieso de site waar je moet zijn bij vragen over de Aziatische keuken.
Vissaus komt in deze salade niet voor. Wel in de stoofpot die ik maakte. Met steranijs, rijstwijn, kaneel en tomaten. Ik ben echt een beetje verliefd geworden op de tintelende Vietnamese keuken. De rijke, volle welhaast ontploffende smaken met daar tegenover vederlichte ingelegde zoetzure groente maakt van de maaltijd een heus feest. Zo genoten hebben we van die stoofpot dat het op is. Geen foto dus voorlopig geen recept...sorry. Heb je het boek ook? Maak dan de stoofpot van rundvlees. Het staat op bladzijde 64.
Wel heb ik voor jullie de ingelegde wortel en daikon. Hier meestal te vinden onder de naam rettich. Een eenvoudig receptje waarbij het wel belangrijk is om de dunne reepjes wortel en rettich goed uit te laten lekken voor ze in een pot gaan met de vloeistof erover. Zo blijven ze namelijk lekker knapperig.
Doe dit door iedere keer een handvol van beide in een theedoek te stoppen, dicht te draaien en zo uit te knijpen. Of leg alles in een doek, vouw dicht, leg in een vergiet en zet er een zwaar gewicht op. Laat het zo een half uurtje staan.
Je hebt nodig:
250 gram winterwortels - 250 gram rettich - 200 ml rijstazijn - 4 el suiker - 1 1/2 tl grof zout
Rasp de wortels en schil de rettich. Snijd beide julienne, in heel dunne reepjes dus. Dit kan met de hand, met je keukenmachine of met een speciale juliennesnijder. Net wat voor jou het gemakkelijkste is. Een beetje met de hand snijden is net als met de handen kneden wel zen. Niet te zen, dan snij je in je vingers.
De reepjes wortel en rettich in een kom doen en bestrooien met het zout. Laat het zo een half uurtje staan.
Daarna goed afspoelen en even uit laten lekken in een zeef of vergiet.
Nu pak je een schone keukendoek, legt er een haffeltje groente in, dichtdraaien en knijpen maar tot het zo droog mogelijk is. Of gebruik de methode die ik hierboven al beschreef.
Breng de rijstazijn met de suiker zachtjes aan de kook. Roeren tot de suiker is opgelost. Nu nog even voor 1/3 in laten koken . Af laten koelen.
Stop de uitgeknepen wortel en daikon in een gesteriliseerde pot, giet de vloeistof erover, deksel erop en hupsakee de koelkast in. Het blijft zo zeker twee weken goed.
Past bij bbqgerechten, verrukkelijk op een sandwich of eet het gewoon zo. In Vietnam gaat het onder andere op Bánh My wat niets anders betekent dan belegd broodje en net als bij ons zijn de variaties eindeloos.
Voor Aziëliefhebbers is dit boek zeker een aanwinst. Ben je net als ik niet zo bekend met de Vietnamese keuken dan is het een mooie kennismaking.
Bron: Tom Vandenberghe & Luk Thys, Hanoi Streetfood - koken & reizen in Vietnam, 2011, Lannoo, paperback, 207 blz, isbn: 9789020997835
Labels:
Aziatisch,
BBQ,
Bijgerecht,
Boekenkast,
groente,
Kookboek,
Recept,
Review,
Salade,
Vegetarisch,
Wereldkeuken
maandag 10 februari 2014
Crackers bakken
Ook al ben je niet zo'n bakker dit kan iedereen! Geen gedoe met rijzen en kneden kan gewoon met de hand. Voor deze crackers trek ik de keukenmachine in elk geval niet uit de kast.
En ook fijn, ze zijn zo klaar. Heb je 's avonds vrienden over de vloer dan leg je deze crackers bestrooid met wat jij lekker vindt bij je kaasplankje, de hummus of een andere dipper. Ook als snack tussendoor niet te versmaden. Of je rolt ze net wat dikker uit en eet je ze een keer in plaats van een boterham.
Ik ben dol op crackers. Negen van de tien keer vult het natuurlijk voor geen meter. Denk maar aan de cracottes, die luchtige rechthoeken. Als je niet oppast eet je er zo een halve doos van leeg. Want wat zijn ze verrukkelijk met roomboter en kaas.
Maar in die crackers zit vaak veel te veel zout en suiker en dingen die men nodig denkt te hebben om ze houdbaar te houden tot Sint Juttemis.
Deze crackers kun je een paar dagen bewaren in een goed afgesloten doos maar ik denk dat ze dat niet halen.
Je hebt nodig voor 20-24 stuks:
100 gram tarwebloem - 150 gram volkorenmeel - 1 el honing - 1/4 tl zout - 25 gram roomboter - 95 ml water - pitjes en zaden naar keuze.
Zo maak je ze:
Verwarm de oven voor op 200 graden.
Vermeng tarwebloem en volkorenmeel met de honing, zout en in stukjes gesneden koude roomboter. Maak het met je vingertoppen kruimelig.
Voeg dan in eerste instantie 75 ml water toe en kneed het erdoor. Nu is het nog te droog. Beetje bij beetje meer water toevoegen tot je er een samenhangende bal van kunt vormen maar wel stevig aanvoelt. Zelf had ik in totaal 95 ml water nodig.
Laat het heel even rusten. Rol het vervolgens uit tot een rechthoek. Bestrooi nu met alles waar je zin in hebt; sesamzaad, pompoenpitten, maanzaad, havervlokken, zonnebloempitten en wat je verder maar kunt verzinnen. Ik heb gekozen voor sesamzaad en wat pompoen- en zonnebloempitten. Gewoon omdat ik het in huis had.
Ga nu verder met uitrollen, de pitten en zaden komen nu fijn stevig in het deeg te zitten. Mocht er nu aan de zijkanten te weinig naar je zin zitten dan strooi je er vrolijk nog wat op.
De lap moet uiteindelijk zo'n 2 mm dik zijn. Snijd er rechthoekjes uit van ongeveer 5x3 cm. Groter kan, kleiner kan. Ik heb een minibakvormpje gebruikt, in het deeg gedrukt en vervolgens uitgesneden met een pizzames, je weet wel zo'n rolding.
Leg ze op een met bakpapier bekleedde bakplaat en bak ze in acht à tien minuten knapperig en goudbruin. Laat afkoelen op een rooster.
Uiteraard kun je ook dikkere crackers maken en grotere, de oventijd wordt dan wel wat langer dus houdt het goed in de gaten.
En ook fijn, ze zijn zo klaar. Heb je 's avonds vrienden over de vloer dan leg je deze crackers bestrooid met wat jij lekker vindt bij je kaasplankje, de hummus of een andere dipper. Ook als snack tussendoor niet te versmaden. Of je rolt ze net wat dikker uit en eet je ze een keer in plaats van een boterham.
Ik ben dol op crackers. Negen van de tien keer vult het natuurlijk voor geen meter. Denk maar aan de cracottes, die luchtige rechthoeken. Als je niet oppast eet je er zo een halve doos van leeg. Want wat zijn ze verrukkelijk met roomboter en kaas.
Maar in die crackers zit vaak veel te veel zout en suiker en dingen die men nodig denkt te hebben om ze houdbaar te houden tot Sint Juttemis.
Deze crackers kun je een paar dagen bewaren in een goed afgesloten doos maar ik denk dat ze dat niet halen.
Je hebt nodig voor 20-24 stuks:
100 gram tarwebloem - 150 gram volkorenmeel - 1 el honing - 1/4 tl zout - 25 gram roomboter - 95 ml water - pitjes en zaden naar keuze.
Zo maak je ze:
Verwarm de oven voor op 200 graden.
Vermeng tarwebloem en volkorenmeel met de honing, zout en in stukjes gesneden koude roomboter. Maak het met je vingertoppen kruimelig.
Voeg dan in eerste instantie 75 ml water toe en kneed het erdoor. Nu is het nog te droog. Beetje bij beetje meer water toevoegen tot je er een samenhangende bal van kunt vormen maar wel stevig aanvoelt. Zelf had ik in totaal 95 ml water nodig.
Laat het heel even rusten. Rol het vervolgens uit tot een rechthoek. Bestrooi nu met alles waar je zin in hebt; sesamzaad, pompoenpitten, maanzaad, havervlokken, zonnebloempitten en wat je verder maar kunt verzinnen. Ik heb gekozen voor sesamzaad en wat pompoen- en zonnebloempitten. Gewoon omdat ik het in huis had.
Ga nu verder met uitrollen, de pitten en zaden komen nu fijn stevig in het deeg te zitten. Mocht er nu aan de zijkanten te weinig naar je zin zitten dan strooi je er vrolijk nog wat op.
De lap moet uiteindelijk zo'n 2 mm dik zijn. Snijd er rechthoekjes uit van ongeveer 5x3 cm. Groter kan, kleiner kan. Ik heb een minibakvormpje gebruikt, in het deeg gedrukt en vervolgens uitgesneden met een pizzames, je weet wel zo'n rolding.
Leg ze op een met bakpapier bekleedde bakplaat en bak ze in acht à tien minuten knapperig en goudbruin. Laat afkoelen op een rooster.
Uiteraard kun je ook dikkere crackers maken en grotere, de oventijd wordt dan wel wat langer dus houdt het goed in de gaten.
vrijdag 10 januari 2014
Witlof met peer, spekjes en geitenkaas
Een recept uit de Allerhande van deze maand eens een keer. Ik weet niet hoe het met jullie zit maar ik kook ontzettend weinig uit dit soort bladen. Waarschijnlijk omdat mijn lijst zo lang is dat ik het overige aanbod maar als kennisgeving aanneem. Wat ook weer niet wil zeggen dat deze uitgaven in de papierbak belanden. Welnee, lekker stapelen voor ooit.
Deze maand staan er dusdanig goed uitziende recepten in dat het nog steeds op de eettafel ligt. Witlof eten wij graag en ook heel regelmatig. Mijn oog viel al snel op dit gerecht. Fijne combinatie.
Het staat rap in de oven en binnen 25 minuten zou het gaar moeten zijn. Nou dat is het dus niet, tel er nog maar een kwartier bij op. Julian Barnes die Wijsneus in de keuken schreef zou vast weer in een tirade zijn uitgebarsten. Ik niet want ik had al een donkerbruin vermoeden. Kijk, als de witlof eerst voorgebakken wordt in een koekenpan en daarna de oven in gaat, ja dan kan het lukken. Niet met flinke stronken rauwe witlof ook al zijn ze gehalveerd.
Maar desondanks smaakte het wel heel erg goed. Behalve geitenkaas waar de husband niet zo dol op is strooide ik er ook nog wat belegen kaas over. Ziet ie de geitenkaas niet :) Het mag blijven was zijn conclusie. Het is voldoende voor 4 personen als je er nog iets extra's bij serveert. Nu zitten er al behoorlijk wat spekjes in en wij vinden witlof zo lekker dat we dat niet doen. Aardappeltje erbij en wij schransen die schaal bijna helemaal leeg. Zo zijn wij.
Je hebt nodig:
4 stronkjes witlof - 200 gram spekblokjes - 1 koffielepel tijmblaadjes - 1 grote peer (Doyenné du Comice) - 150 gram zachte geitenkaas - 50 gram geraspte belegen kaas - 1/2 el honing - 100 ml appelsap.
Zo maak je het:
Verwarm de oven voor op 180 graden.
Bak de spekjes licht krokant in een droge koekenpan.
Snijd de onderkanten van de witlof en halveer ze in de lengte. Schil de peer, verdeel in vieren en verwijder de het klokhuis. Snijd de kwarten in dunne plakjes.
Vet een ovenschaal in. Leg de witlof met de snijkant naar beneden in de schaal. Stop de plakjes peer ertussen. Verdeel de spekblokjes erover samen met de tijm.
Geitenkaas in stukjes breken en hoppa ook erbij. Tot slot de appelsap er over gieten en afmaken met de rest van de geraspte kaas.
Bak het ongeveer veertig minuten in de oven. Af en toe even in de witlof prikken om de gaarheid te controleren. Het mag nog gerust een bite hebben
Bron van inspiratie : Allerhande januari 2014.
Deze maand staan er dusdanig goed uitziende recepten in dat het nog steeds op de eettafel ligt. Witlof eten wij graag en ook heel regelmatig. Mijn oog viel al snel op dit gerecht. Fijne combinatie.
Het staat rap in de oven en binnen 25 minuten zou het gaar moeten zijn. Nou dat is het dus niet, tel er nog maar een kwartier bij op. Julian Barnes die Wijsneus in de keuken schreef zou vast weer in een tirade zijn uitgebarsten. Ik niet want ik had al een donkerbruin vermoeden. Kijk, als de witlof eerst voorgebakken wordt in een koekenpan en daarna de oven in gaat, ja dan kan het lukken. Niet met flinke stronken rauwe witlof ook al zijn ze gehalveerd.
Maar desondanks smaakte het wel heel erg goed. Behalve geitenkaas waar de husband niet zo dol op is strooide ik er ook nog wat belegen kaas over. Ziet ie de geitenkaas niet :) Het mag blijven was zijn conclusie. Het is voldoende voor 4 personen als je er nog iets extra's bij serveert. Nu zitten er al behoorlijk wat spekjes in en wij vinden witlof zo lekker dat we dat niet doen. Aardappeltje erbij en wij schransen die schaal bijna helemaal leeg. Zo zijn wij.
Je hebt nodig:
4 stronkjes witlof - 200 gram spekblokjes - 1 koffielepel tijmblaadjes - 1 grote peer (Doyenné du Comice) - 150 gram zachte geitenkaas - 50 gram geraspte belegen kaas - 1/2 el honing - 100 ml appelsap.
Zo maak je het:
Verwarm de oven voor op 180 graden.
Bak de spekjes licht krokant in een droge koekenpan.
Snijd de onderkanten van de witlof en halveer ze in de lengte. Schil de peer, verdeel in vieren en verwijder de het klokhuis. Snijd de kwarten in dunne plakjes.
Vet een ovenschaal in. Leg de witlof met de snijkant naar beneden in de schaal. Stop de plakjes peer ertussen. Verdeel de spekblokjes erover samen met de tijm.
Geitenkaas in stukjes breken en hoppa ook erbij. Tot slot de appelsap er over gieten en afmaken met de rest van de geraspte kaas.
Bak het ongeveer veertig minuten in de oven. Af en toe even in de witlof prikken om de gaarheid te controleren. Het mag nog gerust een bite hebben
Bron van inspiratie : Allerhande januari 2014.
dinsdag 10 december 2013
Achterlijk simpele cranberrycompote
Goede Jamie Oliver titel he? Maar ik kan er niks anders van maken want het is echt zo.Binnen twintig minuten ben je klaar en heb je een overheerlijk bakje frisse niet al te zoete cranberrycompote. Al zou je dat misschien niet denken door de suiker maar cranberries zijn zuur, heel erg zuur! Vooruit je moet het nog even af laten koelen. Alhoewel ik het warm ook ontzettend lekker vind. Voordat het pannetje wordt afgespoeld schraap ik de restjes eruit, zonde om met het water te laten verdwijnen.
In het ouderlijk huis serveerde mijn moeder met Kerst regelmatig een halve peer, ja uit blik, gevuld met zelf gemaakte cranberrycompote. Voor bij het konijn die in mijn eerste levensjaren afkomstig was van opa wat ik toen niet wist al vond ik het op een gegeven moment wel raar dat die beesten iedere keer net na de feestdagen weggelopen waren. Weggelopen richting braadpan ja.
De compote kun je in de koelkast best wel een tijdje bewaren mits goed afgesloten. Waar eet je het bij? Waar niet? In de yoghurt, op je boterham, bij wat oude kaas, bij wild natuurlijk, roer wat door de jus, cranberrybrood, cranberrycake, appel of perentaart met cranberry, over ijs, op de panna cotta of in een chocoladetulband die as we speak staat af te koelen. Maar aangezien ik geen koekenbakker eersteklas ben doe ik daar verder nog geen uitspraken over en al helemaal niet of het straks op dit blog valt te bewonderen.
Deze versie is alcoholvrij dus ook de kinderen kunnen er heerlijk van snoepen.
Je hebt nodig:
Zakje cranberries van 340 gram - 150 ml vers geperst sinaasappelsap - 100 ml water - 165 gram suiker
Spoel de cranberries af in een zeef, vis de minder mooie exemplaren eruit. Mik alle ingrediënten in een pannetje, breng aan de kook en laat zachtjes koken. De berries gaan nu ploppen. Blijf er wel even bij, het kan behoorlijk naar de rand toe borrelen.
Laat een kwartiertje zachtjes pruttelen. Roer regelmatig.
Meer valt er niet over te vertellen. Vuur uit en af laten koelen.
Voor een minder kindvriendelijke versie vervang je een deel van het sinaasappelsap door rode port, dan krijg je de categorie 'Hoe maak ik een baksteen lekker' Een hele fijne categorie overigens.
In het ouderlijk huis serveerde mijn moeder met Kerst regelmatig een halve peer, ja uit blik, gevuld met zelf gemaakte cranberrycompote. Voor bij het konijn die in mijn eerste levensjaren afkomstig was van opa wat ik toen niet wist al vond ik het op een gegeven moment wel raar dat die beesten iedere keer net na de feestdagen weggelopen waren. Weggelopen richting braadpan ja.
De compote kun je in de koelkast best wel een tijdje bewaren mits goed afgesloten. Waar eet je het bij? Waar niet? In de yoghurt, op je boterham, bij wat oude kaas, bij wild natuurlijk, roer wat door de jus, cranberrybrood, cranberrycake, appel of perentaart met cranberry, over ijs, op de panna cotta of in een chocoladetulband die as we speak staat af te koelen. Maar aangezien ik geen koekenbakker eersteklas ben doe ik daar verder nog geen uitspraken over en al helemaal niet of het straks op dit blog valt te bewonderen.
Deze versie is alcoholvrij dus ook de kinderen kunnen er heerlijk van snoepen.
Je hebt nodig:
Zakje cranberries van 340 gram - 150 ml vers geperst sinaasappelsap - 100 ml water - 165 gram suiker
Spoel de cranberries af in een zeef, vis de minder mooie exemplaren eruit. Mik alle ingrediënten in een pannetje, breng aan de kook en laat zachtjes koken. De berries gaan nu ploppen. Blijf er wel even bij, het kan behoorlijk naar de rand toe borrelen.
Laat een kwartiertje zachtjes pruttelen. Roer regelmatig.
Meer valt er niet over te vertellen. Vuur uit en af laten koelen.
Voor een minder kindvriendelijke versie vervang je een deel van het sinaasappelsap door rode port, dan krijg je de categorie 'Hoe maak ik een baksteen lekker' Een hele fijne categorie overigens.
Labels:
Bijgerecht,
fruit,
Kerst,
panna cotta,
Recept,
Zoet
vrijdag 6 december 2013
Kruidige Stoofpeertjes in Port zoals ik ze altijd maak
December, drukke feestmaand met winkelstress en ellenlange lijstjes, rijen voor de kassa en bij de lokale middenstand. Voeten warm stampend bij de kramen op de markt. Koortsig bladeren in kookboeken en magazines. Wanneer halen we de kerstboom? Niet te lang wachten, tegenwoordig verschijnen de eerste exemplaren al op de dag nadat de goede Sint weer is uitgevaren en voor je het weet grijp je achter het net of keer je huiswaarts met een zielig exemplaar. Zo één die niemand wil.
Over versiering hoeven we niet te denken, wij doen niet aan trends. Getooid met zilveren ballen en een kleine verzameling kerstmannetjes staat het straks weer te pronken in zijn oude vertrouwde hoekje. Zilver schijnt in te zijn dit jaar, boffen wij even, toch helemaal hip.
Op cadeautjesjacht, gewapend met meestal te laat ingeleverde lijstjes met soms onvindbare wensen. Omringd door kerstklanken, door Wham en Jingle Bells al dan niet vertolkt door het draaiorgel voor de HEMA. Met verstand op nul en blik op oneindig sla ik me dapper door de mensenmassa heen. Van crisis weinig te merken deze maand.
Opgelucht weer thuis, ook weer overleefd. Gordijnen dicht, kaarsjes aan, de rust in het hoofd wedergekeerd.
Kunnen we eindelijk relaxed gaan koken. Marineren, stoven, hakken en fröbelen meestal bijgestaan door zoonlief die met deze dagen het ouderlijk huis opzoekt. Voorproevers zijn altijd nodig niet waar.
Wat we ook eten met de Kerst, op moment van schrijven heb ik werkelijk nog geen flauw idee, één ding zal nooit ontbreken. Wilder Giesemannen, gestoofd in port met sinaasappel, citroenschil, kaneel en kruidnagel.
Als bijgerecht of als onderdeel van het dessert. Het maakt ze hier niet uit, als ze maar op tafel komen.
Een mooie gelegenheid om het recept te delen. Maak ze een dag van tevoren, de smaken trekken er dan nog beter in.
Ik gebruik:
8 Wilder Gieseman peren - 350 ml rode port (Ruby) - 100 ml water - 1 onbespoten sinaasappel - stuk sinaasappelschil van ongeveer 15 cm - 1 citroenschil van ongeveer 10 cm van een uiteraard onbespoten exemplaar - 2 kaneelstokjes (Ceylon) - 6 kruidnagels - 2 el suiker
Zo maak je ze:
Schil de peertjes maar laat het steeltje er aan zitten. Zet ze tegen elkaar aan in een pan. Probeer de sinaasappel en citroen zo dun mogelijk te schillen met zo min mogelijk wit, dat is nogal bitter. Pers de sinaasappel uit.
Meng de port met het water en sap. Giet dat bij de peren. De helft van de sinaasappel- en citroenschil erbij, de rest wordt niet gebruikt.
Kruidnagels erin, samen met de kaneelstokjes en suiker. Zachtjes aan de kook brengen, vervolgens je hittebron zo laag mogelijk zetten en de peertjes net zo lang laten stoven tot ze gaar zijn. Zet er als het mogelijk is een plaatje onder.
Kijk eens naar die kleur, is het niet prachtig!
Laat de peertjes afkoelen in het vocht. Vis ze er daarna uit, zeef het stoofvocht en kook het vervolgens in tot de gewenste dikte. De smaken versterken zich en het wordt uiteraard zoeter en krachtiger.
We hebben nog wel eens wat over, dat is geen ramp, ze worden de volgende dag opgesnoept maar je kunt er ook andere dingen mee doen. Wat? Dat vertel ik de komende weken.
Over versiering hoeven we niet te denken, wij doen niet aan trends. Getooid met zilveren ballen en een kleine verzameling kerstmannetjes staat het straks weer te pronken in zijn oude vertrouwde hoekje. Zilver schijnt in te zijn dit jaar, boffen wij even, toch helemaal hip.
Op cadeautjesjacht, gewapend met meestal te laat ingeleverde lijstjes met soms onvindbare wensen. Omringd door kerstklanken, door Wham en Jingle Bells al dan niet vertolkt door het draaiorgel voor de HEMA. Met verstand op nul en blik op oneindig sla ik me dapper door de mensenmassa heen. Van crisis weinig te merken deze maand.
Opgelucht weer thuis, ook weer overleefd. Gordijnen dicht, kaarsjes aan, de rust in het hoofd wedergekeerd.
Kunnen we eindelijk relaxed gaan koken. Marineren, stoven, hakken en fröbelen meestal bijgestaan door zoonlief die met deze dagen het ouderlijk huis opzoekt. Voorproevers zijn altijd nodig niet waar.
Wat we ook eten met de Kerst, op moment van schrijven heb ik werkelijk nog geen flauw idee, één ding zal nooit ontbreken. Wilder Giesemannen, gestoofd in port met sinaasappel, citroenschil, kaneel en kruidnagel.
Als bijgerecht of als onderdeel van het dessert. Het maakt ze hier niet uit, als ze maar op tafel komen.
Een mooie gelegenheid om het recept te delen. Maak ze een dag van tevoren, de smaken trekken er dan nog beter in.
Ik gebruik:
8 Wilder Gieseman peren - 350 ml rode port (Ruby) - 100 ml water - 1 onbespoten sinaasappel - stuk sinaasappelschil van ongeveer 15 cm - 1 citroenschil van ongeveer 10 cm van een uiteraard onbespoten exemplaar - 2 kaneelstokjes (Ceylon) - 6 kruidnagels - 2 el suiker
Zo maak je ze:
Schil de peertjes maar laat het steeltje er aan zitten. Zet ze tegen elkaar aan in een pan. Probeer de sinaasappel en citroen zo dun mogelijk te schillen met zo min mogelijk wit, dat is nogal bitter. Pers de sinaasappel uit.
Meng de port met het water en sap. Giet dat bij de peren. De helft van de sinaasappel- en citroenschil erbij, de rest wordt niet gebruikt.
Kruidnagels erin, samen met de kaneelstokjes en suiker. Zachtjes aan de kook brengen, vervolgens je hittebron zo laag mogelijk zetten en de peertjes net zo lang laten stoven tot ze gaar zijn. Zet er als het mogelijk is een plaatje onder.
Kijk eens naar die kleur, is het niet prachtig!
Laat de peertjes afkoelen in het vocht. Vis ze er daarna uit, zeef het stoofvocht en kook het vervolgens in tot de gewenste dikte. De smaken versterken zich en het wordt uiteraard zoeter en krachtiger.
We hebben nog wel eens wat over, dat is geen ramp, ze worden de volgende dag opgesnoept maar je kunt er ook andere dingen mee doen. Wat? Dat vertel ik de komende weken.
Labels:
Bijgerecht,
Dessert,
Feest,
fruit,
Kerst,
Peer,
Recept,
stoofperen,
Vegetarisch
maandag 2 december 2013
Op de Poolse toer met Salatka Jarzynowa
Niet alleen de gezinsleden van Huize Eetlust houden van smakelijke maaltijden, ook de diverse vrienden en familieleden. Daarom hebben wij een aantal gezellige eetclubjes. Zo wandelen we in één van de weken na Kerstmis met vier vriendenstellen om vervolgens aan de dis te schuiven, kokkerellen we weer met twee andere stellen, hebben en organiseren etentjes met nog weer anderen om eens fijn bij te praten en maken een culinair reisje om de wereld met acht neven en nichten.
Afgelopen vrijdag was het weer zover, Polen stond op de kaart. Het is iedere keer weer spannend waar we nu belanden. De hoge hoed brengt uitkomst. Na afloop schrijft iedereen een land op, vouwt het papiertje zorgvuldig op en mikt het in een bakje. Ethiopië, Griekenland, Cuba, Duitsland, Albanië, België om eens wat te noemen, we zijn er geweest.
Vervolgens worden de gangen verdeeld, vijf stellen betekent een koud en warm voorgerecht, soep, hoofdgerecht en uiteraard een dessert. Ik mocht aan de gang met een koud voorgerecht.
Polen associeer je al snel met bieten, kool in alle soorten en maten, augurken, mierikswortel, worst, haring en wodka. Medeblogger Paul Oosten van Geur van Maillard heeft nauwe banden met Polen aangezien zijn echtgenote daaruit afkomstig is. Mooie gelegenheid voor wat prangende vragen met betrekking tot mijn opdracht. Fijne suggesties rolden binnen waarvan ik er een aantal helaas meteen kon skippen. Dat krijg je wanneer je met tien mensen aan tafel zit, de één lust dat niet, de ander is daar allergisch voor, weer een ander vindt dit niet te pruimen. En daar probeer je toch wel een beetje rekening mee te houden niet waar.
Uiteindelijk is het Salatka Jarzynowa geworden, een beetje veilige keuze maar wel één waarvan ik zeker wist dat het bij iedereen in goede aarde zou vallen. Het recept vond ik op één van de Poolse sites en werkelijk jongens Google Translate heeft me weer hilarische uren bezorgd. Als je een keer uit je humeur bent is dit een echte aanrader, binnen tien minuten zit je breeduit te grijnzen.
Je kunt deze salade vergelijken met onze huzarensalade maar dan grover en zonder vlees, wel met veel ei. Dat is me ook duidelijk geworden, in Polen zijn ze gek op eieren. Als ik het goed heb begrepen worden de groenten in deze salade eerst gebruikt om een groentebouillon mee te maken. Dat riep bij mij een papperige associatie op en heb het dus aangepast naar eigen inzicht oftewel beetgaar koken.
Eén ding is zeker, ik ga het vaker maken. Ideaal als onderdeel van een buffet en heerlijk tijdens zwoele zomerdagen.
De hoeveelheid is voldoende voor 12 à 14 personen als voorgerechtje en zeker genoeg voor minimaal zes als hoofdmaaltijd.
Ik heb gebruikt:
4 grote vastkokende aardappelen - 5 eieren - 1 grote ui - 6 waspenen - 1/2 knolselderij - 350 gram diepvries doperwten - 8 grote augurken - 5 el mayonaise - anderhalve el Dijonmosterd - 6 takjes dille - peper en zout
Zo maak je het:
Kook de aardappelen in hun schil gaar. Spoel ze af met koud water, laat verder afkoelen, ontdoe ze vervolgens van hun jasje en snijd in kleine blokjes.
De eieren hard koken, pellen en klein snijden.
De knolselderij in niet al te dikke plakken verdelen, schillen en ook deze mogen in blokjes. Je kookt ze beetgaar, doe in een vergiet, laat er wat koud water overheen stromen om doorgaren te voorkomen en laat ze uitlekken.
De wortels schrappen en in zijn geheel eveneens beetgaar koken. Snijd ze dan in de lengte, halveer nog een keer in de lengte en maak er kleine blokjes van.
Erwtjes even snel koken, ze zijn zo gaar. Af laten koelen in een zeef of vergiet.
Ui heel fijn snipperen en de augurken in de welbekende kleine blokjes.
Vermeng de mayo met de dijonmosterd. Voor een slankere variant kun je een deel van de mayo ook vervangen door yoghurt.
Hussel alle ingrediënten voorzichtig door elkaar in een grote kom. Hak of knip de dille en meng dat er ook door. Breng op smaak met zout en peper en laat de smaken minstens zes uur intrekken.
Geef er roggebrood bij. Voor wat meer kleur vond ik het wel aardig om de salade op te dienen in een rode koolblad.
Wat aten we verder?
De Poolse benamingen moet ik jullie even schuldig blijven maar zal eens kijken of ik ze kan achterhalen. Neven en nichten als jullie dit lezen.....
Als warm voorgerecht kregen we verrukkelijke gevulde eitjes uit de oven. De eieren waren eerst hard gekookt, vervolgens met een scherp mes in de lengte gehalveerd waarna het ei uit de schaal werd gehaald en vermengd met diverse kruiden. De schalen weer vullen, aftoppen met kleine croutons en kaas, daarna de oven in. Heerlijk, heerlijk en meteen een geweldig idee voor Pasen.
Mijn schoonzusje en zwager maakten een soep met augurkennat als basis en noedels. Fris. lichtzuur, tevens een fijne soepje voor in de zomer. Ik ga nog even achter het recept aan, dit moeten jullie echt eens proberen al kun je je bij augurkensoep misschien niet zoveel voorstellen.
Het hoofdgerecht was een heerlijke stoof van zuurkool met poolse worst, spek, varkensvlees, tomatenpuree, karwijzaad, jeneverbessen, paprikapoeder en alles wat ik niet heb kunnen traceren met aardappelpuree. Oftewel Bigos, een jachtschotel. Iedere streek heeft zijn eigen variant. De moeite waard om vaker te maken.
En tot slot een frisse, niet al te zoete appeltaart met kruimeldeeg op Poolse wijze. Fijne afsluiter.
De volgende keer gaan we naar Zwitserland. Locatie: Huize Eetlust wat betekent dat het hoofdgerecht eind maart mijn pakkie an is. Raclette riepen ze al, kaasfondue riep dochter. Kaasfondue voor tien.... ik zie het niet voor me en volgens mij heeft Zwitserland veel meer te bieden.Weet het wel zeker trouwens.
De culinaire avonturen van dit illustere gezelschap kun je overigens volgen onder de tag NNOC (Neven Nichten Op Culireis) Onze rondreis startte al voor ik begon met dit blog dus helaas missen er wat tripjes.
Afgelopen vrijdag was het weer zover, Polen stond op de kaart. Het is iedere keer weer spannend waar we nu belanden. De hoge hoed brengt uitkomst. Na afloop schrijft iedereen een land op, vouwt het papiertje zorgvuldig op en mikt het in een bakje. Ethiopië, Griekenland, Cuba, Duitsland, Albanië, België om eens wat te noemen, we zijn er geweest.
Vervolgens worden de gangen verdeeld, vijf stellen betekent een koud en warm voorgerecht, soep, hoofdgerecht en uiteraard een dessert. Ik mocht aan de gang met een koud voorgerecht.
Polen associeer je al snel met bieten, kool in alle soorten en maten, augurken, mierikswortel, worst, haring en wodka. Medeblogger Paul Oosten van Geur van Maillard heeft nauwe banden met Polen aangezien zijn echtgenote daaruit afkomstig is. Mooie gelegenheid voor wat prangende vragen met betrekking tot mijn opdracht. Fijne suggesties rolden binnen waarvan ik er een aantal helaas meteen kon skippen. Dat krijg je wanneer je met tien mensen aan tafel zit, de één lust dat niet, de ander is daar allergisch voor, weer een ander vindt dit niet te pruimen. En daar probeer je toch wel een beetje rekening mee te houden niet waar.
Uiteindelijk is het Salatka Jarzynowa geworden, een beetje veilige keuze maar wel één waarvan ik zeker wist dat het bij iedereen in goede aarde zou vallen. Het recept vond ik op één van de Poolse sites en werkelijk jongens Google Translate heeft me weer hilarische uren bezorgd. Als je een keer uit je humeur bent is dit een echte aanrader, binnen tien minuten zit je breeduit te grijnzen.
Je kunt deze salade vergelijken met onze huzarensalade maar dan grover en zonder vlees, wel met veel ei. Dat is me ook duidelijk geworden, in Polen zijn ze gek op eieren. Als ik het goed heb begrepen worden de groenten in deze salade eerst gebruikt om een groentebouillon mee te maken. Dat riep bij mij een papperige associatie op en heb het dus aangepast naar eigen inzicht oftewel beetgaar koken.
Eén ding is zeker, ik ga het vaker maken. Ideaal als onderdeel van een buffet en heerlijk tijdens zwoele zomerdagen.
De hoeveelheid is voldoende voor 12 à 14 personen als voorgerechtje en zeker genoeg voor minimaal zes als hoofdmaaltijd.
Ik heb gebruikt:
4 grote vastkokende aardappelen - 5 eieren - 1 grote ui - 6 waspenen - 1/2 knolselderij - 350 gram diepvries doperwten - 8 grote augurken - 5 el mayonaise - anderhalve el Dijonmosterd - 6 takjes dille - peper en zout
Zo maak je het:
Kook de aardappelen in hun schil gaar. Spoel ze af met koud water, laat verder afkoelen, ontdoe ze vervolgens van hun jasje en snijd in kleine blokjes.
De eieren hard koken, pellen en klein snijden.
De knolselderij in niet al te dikke plakken verdelen, schillen en ook deze mogen in blokjes. Je kookt ze beetgaar, doe in een vergiet, laat er wat koud water overheen stromen om doorgaren te voorkomen en laat ze uitlekken.
De wortels schrappen en in zijn geheel eveneens beetgaar koken. Snijd ze dan in de lengte, halveer nog een keer in de lengte en maak er kleine blokjes van.
Erwtjes even snel koken, ze zijn zo gaar. Af laten koelen in een zeef of vergiet.
Ui heel fijn snipperen en de augurken in de welbekende kleine blokjes.
Vermeng de mayo met de dijonmosterd. Voor een slankere variant kun je een deel van de mayo ook vervangen door yoghurt.
Hussel alle ingrediënten voorzichtig door elkaar in een grote kom. Hak of knip de dille en meng dat er ook door. Breng op smaak met zout en peper en laat de smaken minstens zes uur intrekken.
Geef er roggebrood bij. Voor wat meer kleur vond ik het wel aardig om de salade op te dienen in een rode koolblad.
Wat aten we verder?
De Poolse benamingen moet ik jullie even schuldig blijven maar zal eens kijken of ik ze kan achterhalen. Neven en nichten als jullie dit lezen.....
Als warm voorgerecht kregen we verrukkelijke gevulde eitjes uit de oven. De eieren waren eerst hard gekookt, vervolgens met een scherp mes in de lengte gehalveerd waarna het ei uit de schaal werd gehaald en vermengd met diverse kruiden. De schalen weer vullen, aftoppen met kleine croutons en kaas, daarna de oven in. Heerlijk, heerlijk en meteen een geweldig idee voor Pasen.
Mijn schoonzusje en zwager maakten een soep met augurkennat als basis en noedels. Fris. lichtzuur, tevens een fijne soepje voor in de zomer. Ik ga nog even achter het recept aan, dit moeten jullie echt eens proberen al kun je je bij augurkensoep misschien niet zoveel voorstellen.
Het hoofdgerecht was een heerlijke stoof van zuurkool met poolse worst, spek, varkensvlees, tomatenpuree, karwijzaad, jeneverbessen, paprikapoeder en alles wat ik niet heb kunnen traceren met aardappelpuree. Oftewel Bigos, een jachtschotel. Iedere streek heeft zijn eigen variant. De moeite waard om vaker te maken.
En tot slot een frisse, niet al te zoete appeltaart met kruimeldeeg op Poolse wijze. Fijne afsluiter.
De volgende keer gaan we naar Zwitserland. Locatie: Huize Eetlust wat betekent dat het hoofdgerecht eind maart mijn pakkie an is. Raclette riepen ze al, kaasfondue riep dochter. Kaasfondue voor tien.... ik zie het niet voor me en volgens mij heeft Zwitserland veel meer te bieden.Weet het wel zeker trouwens.
De culinaire avonturen van dit illustere gezelschap kun je overigens volgen onder de tag NNOC (Neven Nichten Op Culireis) Onze rondreis startte al voor ik begon met dit blog dus helaas missen er wat tripjes.
Labels:
aardappel,
BBQ,
Bijgerecht,
Buffet,
ei,
groente,
Lunch,
NNOC,
Recept,
Salade,
Vegetarisch,
Wereldkeuken
donderdag 28 november 2013
Spinazie met appel en walnoten uit de wok
De blaadjes zijn zo'n beetje allemaal gevallen. Wat gaat dat toch ineens rap. Het gros heb ik inmiddels bij elkaar geharkt voor enkele reis stort. Maar er komt nog een reisje bij denk ik, we wonen in een groene buurt dus er dwarrelt nogal wat de tuin in wat zeker niet van 'onze' bomen is dat weet ik zeker. En ik maar vegen en harken. Het laatste restje mag tussen de planten en struiken, mocht het gaan vriezen dan zijn ze tenminste voorzien van een lekker warm dekentje. Houden wij ook van, gaan ook geen kou zitten lijden als het niet hoeft.
Maar goed, het is een kale boel. Halen we het groen fijn naar binnen en op ons bord.
Met spinazie bijvoorbeeld. We eten het regelmatig, ouderwets met een eitje, in een hartige taart, door een curry of de pasta. Dit is weer eens een andere variant Razendsnel wokken met wat ui en appel, afmaken met geroosterde walnoten voor een kleine crunch.
Je hebt mensen die verwijderen alle steeltjes van de blaadjes spinazie. Dat doe ik niet hoor, die steeltjes zijn prima te eten en voor je een zak spinazie hebt ontsteeld heb ik een hele maaltijd op tafel staan. Laat er maar lekker aan zitten.
Voor 2 personen heb je nodig:
500 gram spinazie - 1 ui - 1 appel - klein handje walnoten - chilivlokken - peper en zout - scheutje olijfolie
Breek de walnoten in stukjes, hoeft allemaal niet zo pietepeuterig en rooster ze in een voorverwarmde wok of koekenpan zonder olie of boter. Wel erbij blijven, het kan snel gaan en op verbrandde noten zit niemand te wachten.
Hevel ze over in een bakje.
Snipper de ui, schil de appel, verdeel in vieren en haal het klokhuis eruit. Snijd de partjes appel in blokjes.
Verhit een wok of grote koekenpan. Giet er dan pas een scheutje olijfolie in.
Spinazie samen met de ui erin en husselen maar tot de spinazie geslonken is. Op het laatst de appel nog even mee roerbakken. Breng op smaak met peper, zout en gemalen chilivlokken.Verdeel de spinazie over twee borden en strooi er de geroosterde walnoten over.
Past prima in de afdeling AGV (aardappels groente vlees) of als aanvulling op je vegamaaltijd.
Maar goed, het is een kale boel. Halen we het groen fijn naar binnen en op ons bord.
Met spinazie bijvoorbeeld. We eten het regelmatig, ouderwets met een eitje, in een hartige taart, door een curry of de pasta. Dit is weer eens een andere variant Razendsnel wokken met wat ui en appel, afmaken met geroosterde walnoten voor een kleine crunch.
Je hebt mensen die verwijderen alle steeltjes van de blaadjes spinazie. Dat doe ik niet hoor, die steeltjes zijn prima te eten en voor je een zak spinazie hebt ontsteeld heb ik een hele maaltijd op tafel staan. Laat er maar lekker aan zitten.
Voor 2 personen heb je nodig:
500 gram spinazie - 1 ui - 1 appel - klein handje walnoten - chilivlokken - peper en zout - scheutje olijfolie
Breek de walnoten in stukjes, hoeft allemaal niet zo pietepeuterig en rooster ze in een voorverwarmde wok of koekenpan zonder olie of boter. Wel erbij blijven, het kan snel gaan en op verbrandde noten zit niemand te wachten.
Hevel ze over in een bakje.
Snipper de ui, schil de appel, verdeel in vieren en haal het klokhuis eruit. Snijd de partjes appel in blokjes.
Verhit een wok of grote koekenpan. Giet er dan pas een scheutje olijfolie in.
Spinazie samen met de ui erin en husselen maar tot de spinazie geslonken is. Op het laatst de appel nog even mee roerbakken. Breng op smaak met peper, zout en gemalen chilivlokken.Verdeel de spinazie over twee borden en strooi er de geroosterde walnoten over.
Past prima in de afdeling AGV (aardappels groente vlees) of als aanvulling op je vegamaaltijd.
Labels:
Bijgerecht,
fruit,
groente,
Koken voor 2,
Noten,
Recept,
Vegetarisch
maandag 4 november 2013
Homemade Tortilla's
Weet je dat je tortilla's heel gemakkelijk zelf kunt maken? Die suggestie heb ik al meerdere malen te horen gekregen. Zeker naar aanleiding van mijn post 'Zomerse wraps'. En iedere keer antwoordde ik braaf dat ik dat inderdaad wist, dat ook regelmatig doe maar het voor mij ideale recept nog niet had gevonden. Tortilla's die zacht blijven, die moest ik hebben. Die, ook al staan ze twee uur op je tafel met hapjes, nog steeds te rollen zijn.
Over deze ben ik erg tevreden. En durf ik het aan ze met jullie te delen. Heb ik tevens bewezen dat ik ze heus ook wel eens zelf maak :)
Je hebt nodig:
250 gram bloem - 140 ml lauw water - 1 koffielepel bakpoeder - 120 ml zonnebloemolie - 1/2 koffielepel zout.
Zo maak je ze:
Vermeng alle ingrediënten met elkaar en kneed tot een soepel deeg. Het zal een beetje plakkerig blijven maar dat is ook de bedoeling.
Wikkel het in plasticfolie en laat 45 minuten rusten.
Verdeel het deeg vervolgens in 8 of meer stukken.
Strooi wat bloem op je werkblad en rol ze heel dun uit
Verhit een koekenpan met dikke bodem tot het goed heet is.
Leg een tortilla in de droge pan. Je ziet meteen bubbels omhoog komen. Bak 30 seconden, draai om, bak nog eens 10 à 15 seconden. Leg ze op een bord waar je een theedoek op legt. Vouw de doek erover en ga zo door met bakken tot het deeg op is.
We aten ze bij dit stoofpotje met kip.
Over deze ben ik erg tevreden. En durf ik het aan ze met jullie te delen. Heb ik tevens bewezen dat ik ze heus ook wel eens zelf maak :)
Je hebt nodig:
250 gram bloem - 140 ml lauw water - 1 koffielepel bakpoeder - 120 ml zonnebloemolie - 1/2 koffielepel zout.
Zo maak je ze:
Vermeng alle ingrediënten met elkaar en kneed tot een soepel deeg. Het zal een beetje plakkerig blijven maar dat is ook de bedoeling.
Wikkel het in plasticfolie en laat 45 minuten rusten.
Verdeel het deeg vervolgens in 8 of meer stukken.
Strooi wat bloem op je werkblad en rol ze heel dun uit
Verhit een koekenpan met dikke bodem tot het goed heet is.
Leg een tortilla in de droge pan. Je ziet meteen bubbels omhoog komen. Bak 30 seconden, draai om, bak nog eens 10 à 15 seconden. Leg ze op een bord waar je een theedoek op legt. Vouw de doek erover en ga zo door met bakken tot het deeg op is.
We aten ze bij dit stoofpotje met kip.
dinsdag 20 augustus 2013
Simpele salade met kikkererwten
Op de een of andere manier wil het maar niet vlotten met die kikkererwt. Waar bruine bonen, kapucijners of de witte al dan niet regelmatig bij velen op tafel staat, de kikkererwt krijgt maar bedroevend weinig aandacht. Dat vind ik jammer.
Daarom nu een hele simpele salade met deze knapperige jongens die echt wat toevoegen aan smaak en structuur in je mond. Veel fratsen heb je er niet bij nodig, gewoon een goede olijfolie, liefst een beetje groen en grassig, een plens citroensap en wat kruiderijen.
Voor een wat uitgebreidere versie voeg je simpelweg een beetje feta toe, oude kaas is ook zeer smakelijk. Een olijfje, wat kappertjes. Denk eens aan ansjovis of een mooie droge ham. Gedroogde abrikozen, cranberries. Afijn, je ziet maar.
Waar het mij vandaag om gaat; koop toch eens wat vaker die kikkererwten, niemand wil een muurbloempje zijn.
Je hebt nodig:
! blikje kikkererwten van 450 gram - 1 rode ui - 1 tomaat - gemengde sla - 1/2 citroen - 3 el olijfolie - 1/2 teentje knoflook -peper en zout - gemalen chilivlokken - verse kruiden als bieslook, oregano, basilicum, citroentijm, pimpernel (Deze heb ik zelf in de kruidentuin staan en daarom in deze salade gebruikt). Gebruik gerust peterselie of koriander.
Laat de kikkererwten uitlekken. Snij de ui in dunne ringen en halveer het weer. De tomaat in stukjes.
Maak een dressing van de olijfolie, het sap van ongeveer een halve citroen ( even proeven of je het niet te zuur vindt, dat verschilt natuurlijk per persoon), een uitgeperst half teentje knof,wat zout, peper en gemalen chilivlokken.
Meng de sla, kikkererwten, ui en tomaat met de dressing.
Was de kruiden, droog met wat keukenpapier en knip de bieslook over de salade heen. Trek de blaadjes van de oregano en citroentijm, strooi het erover. Basilicumblaadjes kun je het beste scheuren.
Voeg vervolgens toe wat je lekker vindt of eet het zo op zoals wij deden.
Zin in meer kikkererwten? Probeer dan de kikkererwten in tomatensaus eens!
Daarom nu een hele simpele salade met deze knapperige jongens die echt wat toevoegen aan smaak en structuur in je mond. Veel fratsen heb je er niet bij nodig, gewoon een goede olijfolie, liefst een beetje groen en grassig, een plens citroensap en wat kruiderijen.
Voor een wat uitgebreidere versie voeg je simpelweg een beetje feta toe, oude kaas is ook zeer smakelijk. Een olijfje, wat kappertjes. Denk eens aan ansjovis of een mooie droge ham. Gedroogde abrikozen, cranberries. Afijn, je ziet maar.
Waar het mij vandaag om gaat; koop toch eens wat vaker die kikkererwten, niemand wil een muurbloempje zijn.
Je hebt nodig:
! blikje kikkererwten van 450 gram - 1 rode ui - 1 tomaat - gemengde sla - 1/2 citroen - 3 el olijfolie - 1/2 teentje knoflook -peper en zout - gemalen chilivlokken - verse kruiden als bieslook, oregano, basilicum, citroentijm, pimpernel (Deze heb ik zelf in de kruidentuin staan en daarom in deze salade gebruikt). Gebruik gerust peterselie of koriander.
Laat de kikkererwten uitlekken. Snij de ui in dunne ringen en halveer het weer. De tomaat in stukjes.
Maak een dressing van de olijfolie, het sap van ongeveer een halve citroen ( even proeven of je het niet te zuur vindt, dat verschilt natuurlijk per persoon), een uitgeperst half teentje knof,wat zout, peper en gemalen chilivlokken.
Meng de sla, kikkererwten, ui en tomaat met de dressing.
Was de kruiden, droog met wat keukenpapier en knip de bieslook over de salade heen. Trek de blaadjes van de oregano en citroentijm, strooi het erover. Basilicumblaadjes kun je het beste scheuren.
Voeg vervolgens toe wat je lekker vindt of eet het zo op zoals wij deden.
Zin in meer kikkererwten? Probeer dan de kikkererwten in tomatensaus eens!
Labels:
Bijgerecht,
Citroen,
Olie,
Peulvruchten,
Recept,
Salade,
Tomaat,
Vegetarisch
vrijdag 19 juli 2013
Salsa van wilde perzik en avocado
Ineens lagen ze daar, gezellig naast de aardbeien, gewoon bij mijn super. Wilde perziken. Ook bekend als wilde bosperzik, peches plattes, Paraquayos en de mooiste vind ik toch wel Spaanse kraag.
Van perziken zegt men dat ze oorspronkelijk uit China komen maar hebben via Perzië hun weg naar Europa gevonden, vandaar de naam perzik.
Deze steenvrucht groeit echter ook in Paraguay, alleen is dat de soort waar ik het vandaag over heb.
Een platte, met wit vruchtvlees. Heel sappig en smaakvol. Door Spaanse en Portugese ontdekkingsreizigers mee naar Europa genomen en zie... ook rond de Middellandse Zee bleken ze het prima naar hun zin te hebben.
Intussen keek ik naar de perziken. Mijn ervaring met perziken uit supers is niet altijd even positief, zelden eigenlijk. Harde knoepers. Of zacht zodat je hart een sprongetje maakt maar bij de eerste hap er geen sap langs je kin druipt en de meligheid de boventoon voert. Exit perzik.
Dus laat ik ze liggen en koop ze op de markt, ook niet altijd een garantie voor succes overigens. De allerlekkerste aten we ooit in Zuid-Frankrijk. Bij de stadspoort van Aigues-Mortes, een vestingstadje in de Camargue, stond een stalletje met uitsluitend perziken. De meest sappige en zoete ooit. Je at ze door een beetje krom te gaan staan anders droop het sap over je kleren. Heerlijk!
Terug naar de wilde perzik. Ik stond erbij en keek ernaar. En nam ze mee. Bleek dat even een aangename verrassing te zijn. Niks geen melige toestanden, maar een verrukkelijke zoete perzik. Na er een aantal verschalkt te hebben, stopte ik er wat in een salade en maakte ik deze salsa. In het gezelschap van een romige avocado met een pittige kick van rode peper en rode ui, een verfrissende tomaat en komkommer, ze vonden elkaar maar wat aardig en wij ook!
Denk bij salsa nu niet meteen aan saus. Het is een bijgerechtje, een fijngesneden mengseltje.
Past prima bij gegrild vlees, maar denk ook eens aan bruschetta, als vulling voor een wrap of eet het zo op als salade.
Deze hoeveelheid is als bijgerechtje voldoende voor 3 personen.
Je hebt nodig:
3 wilde perziken - 1 avocado - 1 kleine rode ui - 1 tomaat - 1/2 rode peper - 1/4 komkommer -sap van een halve limoen - peper en zout
Zo maak je het:
Ontvel de perziken, ontdoe ze van hun pitten en snij in kleine blokjes. Halveer de avocado, schep het vruchtvlees eruit en snij ook in kleine stukjes.
Verwijder zaadlijsten van rode peper en komkommer. En snij ook deze twee fijn, samen met de tomaat en rode ui. Hussel in een kom, knijp de limoen er bovenuit. Bestrooi met zout en peper. Omscheppen en koel wegzetten tot gebruik.
Avocado verkleurt snel zoals jullie weten, het limoensap houdt het wel even tegen maar geen uren.
Kun je nu geen wilde perziken krijgen, gewoon vervangen door de meer gangbare gele of witte perzik. Maar daar waren jullie vast ook al zelf opgekomen!
Van perziken zegt men dat ze oorspronkelijk uit China komen maar hebben via Perzië hun weg naar Europa gevonden, vandaar de naam perzik.
Deze steenvrucht groeit echter ook in Paraguay, alleen is dat de soort waar ik het vandaag over heb.
Een platte, met wit vruchtvlees. Heel sappig en smaakvol. Door Spaanse en Portugese ontdekkingsreizigers mee naar Europa genomen en zie... ook rond de Middellandse Zee bleken ze het prima naar hun zin te hebben.
Intussen keek ik naar de perziken. Mijn ervaring met perziken uit supers is niet altijd even positief, zelden eigenlijk. Harde knoepers. Of zacht zodat je hart een sprongetje maakt maar bij de eerste hap er geen sap langs je kin druipt en de meligheid de boventoon voert. Exit perzik.
Dus laat ik ze liggen en koop ze op de markt, ook niet altijd een garantie voor succes overigens. De allerlekkerste aten we ooit in Zuid-Frankrijk. Bij de stadspoort van Aigues-Mortes, een vestingstadje in de Camargue, stond een stalletje met uitsluitend perziken. De meest sappige en zoete ooit. Je at ze door een beetje krom te gaan staan anders droop het sap over je kleren. Heerlijk!
Terug naar de wilde perzik. Ik stond erbij en keek ernaar. En nam ze mee. Bleek dat even een aangename verrassing te zijn. Niks geen melige toestanden, maar een verrukkelijke zoete perzik. Na er een aantal verschalkt te hebben, stopte ik er wat in een salade en maakte ik deze salsa. In het gezelschap van een romige avocado met een pittige kick van rode peper en rode ui, een verfrissende tomaat en komkommer, ze vonden elkaar maar wat aardig en wij ook!
Denk bij salsa nu niet meteen aan saus. Het is een bijgerechtje, een fijngesneden mengseltje.
Past prima bij gegrild vlees, maar denk ook eens aan bruschetta, als vulling voor een wrap of eet het zo op als salade.
Deze hoeveelheid is als bijgerechtje voldoende voor 3 personen.
Je hebt nodig:
3 wilde perziken - 1 avocado - 1 kleine rode ui - 1 tomaat - 1/2 rode peper - 1/4 komkommer -sap van een halve limoen - peper en zout
Zo maak je het:
Ontvel de perziken, ontdoe ze van hun pitten en snij in kleine blokjes. Halveer de avocado, schep het vruchtvlees eruit en snij ook in kleine stukjes.
Verwijder zaadlijsten van rode peper en komkommer. En snij ook deze twee fijn, samen met de tomaat en rode ui. Hussel in een kom, knijp de limoen er bovenuit. Bestrooi met zout en peper. Omscheppen en koel wegzetten tot gebruik.
Avocado verkleurt snel zoals jullie weten, het limoensap houdt het wel even tegen maar geen uren.
Kun je nu geen wilde perziken krijgen, gewoon vervangen door de meer gangbare gele of witte perzik. Maar daar waren jullie vast ook al zelf opgekomen!
Labels:
Avocado,
BBQ,
Bijgerecht,
fruit,
Recept,
Salade,
Vegetarisch
vrijdag 28 juni 2013
Zacht gestoofde sjalotjes met honing en balsamico
Sjalotjes, je hebt ze in vele soorten en maten, van klein tot het formaat halve ui, langwerpig, in verschillende kleuren. De smaak is vaak wat minder overheersend dan die van uien, het jankgehalte tijdens het schoonmaken daarentegen vaak weer een stuk hoger.
Als je een sjalotje van zijn velletje ontdoet zie je dat er al twee of meerdere segmenten zitten, dat komt doordat de sjalot tijdens zijn ontwikkeling scheuten vormt. De plant van een ui vormt één bol.
Met slechts vier ingrediënten en een beetje tijd maak je deze overheerlijke sjalotjes. De jus blijft dun, al kun je het iets in laten dikken door de laatste tien minuten de deksel van de pan te halen.De volgende dag kun je ze ook koud eten of lauw. Gebruik wat van de overgebleven jus als basis voor een dressing, lekker door de sla. Of eet ze zo op. En wat te denken als bijgerechtje bij de bbq?
Wij aten ze gisteren warm met een sappig gegrilde kipfilet, we hebben nog net al onze vingers.
Dit heb je nodig voor 4 personen:
250 gram sjalotjes - klein scheutje olijfolie - 2 koffielepels honing - 2 el balsamico azijn - 200 ml kippen- of groentebouillon.
Zo maak je ze:
Maak de sjalotjes schoon en haal de segmenten los. Afhankelijk van de grootte van de sjalotjes halveer je ze nog een keer.
Verwarm een beetje olijfolie in een koekenpan en doe de sjalotjes erbij. Fruit ze een minuut of 2 op laag vuur. De honing mag erbij en schep het goed om.
Na wederom een minuut of twee, de honing begint zacht te bubbelen, giet je de azijn erbij, husselen en tot slot de bouillon erbij gieten en weer even roeren.
Nu gaat er een deksel op de pan. Stoof heel zachtjes, zeker een half uur. En het mag niet koken dus zet er eventueel een plaatje onder.
Grill in de tussentijd kipfilet, drapeer er vervolgens wat sjalotjes op en lepel de jus erover, geef de rest er apart bij. Smaakt ook uitstekend bij rosbief, biefstuk, ook een gehaktbal wordt er vast vrolijk van.
Denk er ook eens aan om het als onderdeel van allerlei lekkere hapjes te serveren, kun je fijn brood in de jus dippen.
P.S.: Na het publiceren werd ik getipt. Op de site van MergenMetz kun je een heel interessant artikel vinden over de geschiedenis en eigenschappen van de sjalot. De moeite waard om te lezen!
Als je een sjalotje van zijn velletje ontdoet zie je dat er al twee of meerdere segmenten zitten, dat komt doordat de sjalot tijdens zijn ontwikkeling scheuten vormt. De plant van een ui vormt één bol.
Met slechts vier ingrediënten en een beetje tijd maak je deze overheerlijke sjalotjes. De jus blijft dun, al kun je het iets in laten dikken door de laatste tien minuten de deksel van de pan te halen.De volgende dag kun je ze ook koud eten of lauw. Gebruik wat van de overgebleven jus als basis voor een dressing, lekker door de sla. Of eet ze zo op. En wat te denken als bijgerechtje bij de bbq?
Wij aten ze gisteren warm met een sappig gegrilde kipfilet, we hebben nog net al onze vingers.
Dit heb je nodig voor 4 personen:
250 gram sjalotjes - klein scheutje olijfolie - 2 koffielepels honing - 2 el balsamico azijn - 200 ml kippen- of groentebouillon.
Zo maak je ze:
Maak de sjalotjes schoon en haal de segmenten los. Afhankelijk van de grootte van de sjalotjes halveer je ze nog een keer.
Verwarm een beetje olijfolie in een koekenpan en doe de sjalotjes erbij. Fruit ze een minuut of 2 op laag vuur. De honing mag erbij en schep het goed om.
Na wederom een minuut of twee, de honing begint zacht te bubbelen, giet je de azijn erbij, husselen en tot slot de bouillon erbij gieten en weer even roeren.
Nu gaat er een deksel op de pan. Stoof heel zachtjes, zeker een half uur. En het mag niet koken dus zet er eventueel een plaatje onder.
Grill in de tussentijd kipfilet, drapeer er vervolgens wat sjalotjes op en lepel de jus erover, geef de rest er apart bij. Smaakt ook uitstekend bij rosbief, biefstuk, ook een gehaktbal wordt er vast vrolijk van.
Denk er ook eens aan om het als onderdeel van allerlei lekkere hapjes te serveren, kun je fijn brood in de jus dippen.
P.S.: Na het publiceren werd ik getipt. Op de site van MergenMetz kun je een heel interessant artikel vinden over de geschiedenis en eigenschappen van de sjalot. De moeite waard om te lezen!
vrijdag 21 juni 2013
Salade van radijs, appel en Deense Tilsiter Havarti
Havarti is een halfharde Deense kaas en geen Zwitserse zoals sommige mensen denken. De verwarring zit in de naam Tilsiter. De Deense is gemaakt van gepasteuriseerde magere koemelk, is halfhard en een uitgesproken smaak maar ook weer niet overheersend. Licht pikant, zoutig, iets zurigs wellicht maar dat is meer mijn beleving. Wij vinden het een verrukkelijke kaas in ieder geval.
Doet het erg goed in deze salade met de radijs en de zoete appel. Pittige radijs wilde ik opschrijven maar de radijzen die ik meestal in huis heb voldoen lang niet altijd aan die norm. Nee, dan de Franse, die langwerpige knapperige glorieuze radijsjes. wat een verschil. De volgende keer toch weer eens een zakje met zaad meenemen en hier uitproberen. Eens kijken of ze dan net zo smaken als daar.
Als bijgerecht is het voldoende voor 3 personen.
Klop een dressing van 2 el olijfolie, 1 el appelciderazijn, een klein snufje suiker en breng verder op smaak met zout en peper.
Maak een bos radijs schoon, was ze of wrijf ze schoon en snij in dunne plakjes.
Schil 1 appel, verwijder klokhuis en snij in stukjes.
Vermeng deze twee met 3 handjes gescheurde rucola en 100 gram in kleine stukjes gesneden havarti.
Dressing erdoor en even husselen.
In de tuin heb ik dit jaar paarse basilicum staan.. Hiervan heb ik een aantal blaadjes gehaald en over de salade gestrooid. Je kunt natuurlijk ook gewoon de groene gebruiken.
Meer is het niet maar wel heerlijk fris met af en toe zo'n smaakvol stukje kaas als extraatje in je mond.
Doet het erg goed in deze salade met de radijs en de zoete appel. Pittige radijs wilde ik opschrijven maar de radijzen die ik meestal in huis heb voldoen lang niet altijd aan die norm. Nee, dan de Franse, die langwerpige knapperige glorieuze radijsjes. wat een verschil. De volgende keer toch weer eens een zakje met zaad meenemen en hier uitproberen. Eens kijken of ze dan net zo smaken als daar.
Als bijgerecht is het voldoende voor 3 personen.
Klop een dressing van 2 el olijfolie, 1 el appelciderazijn, een klein snufje suiker en breng verder op smaak met zout en peper.
Maak een bos radijs schoon, was ze of wrijf ze schoon en snij in dunne plakjes.
Schil 1 appel, verwijder klokhuis en snij in stukjes.
Vermeng deze twee met 3 handjes gescheurde rucola en 100 gram in kleine stukjes gesneden havarti.
Dressing erdoor en even husselen.
In de tuin heb ik dit jaar paarse basilicum staan.. Hiervan heb ik een aantal blaadjes gehaald en over de salade gestrooid. Je kunt natuurlijk ook gewoon de groene gebruiken.
Meer is het niet maar wel heerlijk fris met af en toe zo'n smaakvol stukje kaas als extraatje in je mond.
Labels:
Bijgerecht,
groente,
Kaas,
kruiden,
Lunch,
Recept,
Vegetarisch
Abonneren op:
Posts (Atom)




