Posts tonen met het label Hapjes. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hapjes. Alle posts tonen

woensdag 11 maart 2015

Over Salmagundi en Noorse vissalade

Wekelijks gaan er vele kookboeken door mijn handen en ik moet eerlijk bekennen dat ik over al die nieuwe uitgaven niet altijd even enthousiast ben. Onoverzichtelijke recepten, soms ronduit slechte lay-out, afgeraffelde indruk, een verkoopprijs die niet in verhouding staat tot de inhoud. Plak er maar een bekende kop op en het verkoopt wel, dat dus. Jammer, want voor vijf of meer euro minder zijn er soms, niet altijd, veel betere alternatieven. En ja dat vertel ik dan ook.
Ook spreekt logischerwijs niet ieder onderwerp mij aan. Of voegt het voor mij niet zoveel toe, kan ik er geen inspiratie uit halen. Heb ik niet zoveel met de auteur. Maar goed, smaken verschillen en dat mag ook. Iedere doelgroep zijn of haar favorieten. Da's mooi en zo blijft er ruimte voor allerlei schrijfsels en kooksels.

Over Salmagundi van Sally Butcher ben ik wel enthousiast, was ik al enthousiast aangezien ik de Engelse uitgave al kende. Een boek vol salades uit alle windstreken en evenzovele ingrediënten
Wat zo fijn is aan een salade, er zijn geen spelregels aan verbonden bij het samenstellen. Laat je fantasie de vrije  loop of laat je leiden door de inhoud van je koelkast en voorraadkast.
De mogelijkheden zijn oneindig en het is niet zo moeilijk om iedere keer een andere salade op tafel te toveren. Mocht de inspiratie eens verdwenen zijn dan helpt dit boek je zeker weer op weg.



De hoofdstukken in het boeken kregen de titel van het belangrijkste ingrediënt, wel zo overzichtelijk.
Denk aan Rijst, Pasta & Graan, Vis, Kaas, Vlees, Kruiden & Bladgroenten en Groente. . Fruitsalades en salade als toetje ontbreken ook niet net als een hoofdstuk gewijd aan dressing en dipsauzen. Om af te sluiten met toppings, de knappertjes, de extra mondvermaakjes om het zo maar eens uit te drukken.
Voor vegetariërs wellicht niet zo geschikt maar als je het eens kunt lenen van iemand... doen want er zijn ook hele mooie vlees- en visloze recepten in te vinden. Verder kan ik jullie een ander boek van deze auteur aanbevelen; 'Veggiestan'.

Sally Butcher vertelt graag. Over haar winkel in Peckham, producten, de herkomst en inspiratiebronnen van haar recepten, de smaakcombinaties. En natuurlijk legt ze uit waar Salmagundi nu eigenlijk voor staat. Een 17e- eeuwse Engelse benaming voor een salade waar zo'n beetje alles in is verwerkt wat maar groeit, loopt, zwemt en vliegt. Onze maaltijdsalade van nu dus, daar combineren we immers ook naar hartenlust ingrediënten.

Het afgelopen weekend (wat was het zalig weer!!)  kwamen er vrienden borrelen, een mooie gelegenheid om dit boek met zijn cover vol mozaïekjes eens te testen en vrienden plus husband voor proefkonijn te laten spelen.
Vonden ze helemaal niet erg.

Vrijdag maakte ik voor ons tweetjes uit Salmagundi een dragonsalade met gepaneerde kip.  Wat is dragon toch een waanzinnig lekker kruid met zijn lichte anijssmaak. Ik gebruik het veel te weinig maar daar gaat verandering in komen.
Voor bij de borrel koos ik een bietensalade met gember, mango en munt. Husband houdt helemaal niet van munt maar riep deze frisse, zomerse  salade uit tot winnaar.
Ook maakte ik een o zo simpele maar waanzinnig lekker roomkaasmengsel met uitgebakken en verkruimelde ontbijtspek, bieslook en limoensap. Blaadjes witlof erbij, crackers mag ook, smeren maar.

Toch geef ik jullie een ander recept, Noorse vissalade met mierikswortel. Heerlijk als gezellig voorgerechtje, onderdeel van andere hapjes, een buffetje of andere feestelijkheden.
Eenvoudig om te maken en je scoort er zeker te weten punten mee! Ik heb het overigens ietsiepietsie aangepast. Met name de hoeveelheid zure room, 2 1/2 dl vond ik echt iets too much.




Voor 4 à 6 personen heb je nodig:

250 gram kabeljauwfilet of andere stevige witvis -  150 gram gerookte forel - 2 blaadjes laurier - 2 sjalotjes - paar draadjes saffraan ( stuk of 5) - 2 eieren - 2 tomaten - 1 el appelciderazijn -  4 el zure room - 1 el geraspte mierikswortel ( of naar smaak, wij houden van de pittige scherpte maar dat geldt niet voor iedereen) - 2 el fijngehakte verse dille plus een beetje voor de garnering - zout en peper - 2 ferme sappige zoetzure augurken - ijsbergsla of little gem - 2 sneetjes zuurdesembrood, stevige volkoren of wat je zelf lekker vindt.

Zo maak je het:

Week de saffraan in 2 theelepels heet water.
Kook de eieren hard.
Snipper de sjalotjes en hak de dille fijn. Dit kun je allemaal doen als de kabeljauw in zijn waterbadje ligt of af ligt te koelen.

Leg de kabeljauw in een pan, giet er net zoveel koud water op tot het onderstaat. Leg er de blaadjes laurier bij. Laat het nu tegen de kook aan komen. Blijf erbij en pas op dat het niet gaat koken.
Laat zachtjes een minuut of 5 pocheren. Zet dan het vuur uit. Laat de vis in het hete water liggen, het gaart nu nog even door. Voel voorzichtig of het gaar is. Het moet nog stevig aanvoelen.
Schep het er met een schuimspaan uit, leg de vis op een bord en laat afkoelen.
De blaadjes laurier gooi je weg.

Verdeel de kabeljauw in stukjes en doe het samen met de gesnipperde sjalotjes in een kom.
Roer een dressing van het saffraanwater, de azijn en zure room. Vermeng met de fijngehakte dille, mierikswortel, zout en peper en schep het vervolgens door de vis.
Zet het nu afgedekt een uurtje in de koelkast. Langer mag ook.

Haal de vis uit de koelkast. Snijd de forel in stukjes en schep het erdoor. Proef even of er nog wat zout en peper bij moet.
Rooster vlak voor serveren het brood en snijd in 4 à 6 blokjes, beetje afhankelijk van hoe groot je plakken brood zijn.
Pel de eieren, gebruik zo'n handige eiersnijder voor mooie plakjes of een scherp mes.
Verdeel de tomaten in plakjes.

Verdeel de sla in handige eenhaps blaadjes of maak er als je het als voorgerecht serveert kommetjes van. Leg het op een schaal of bordjes.
Eerst komt het brood, daar leg je een plakje tomaat op, dan wat vissalade. Maak het af met een plakje ei, paar plakjes augurk en tot slot nog wat dille

Bron: Sally Butcher- Salmagundi, inspirerende salades uit het Midden-Oosten en verder. 2015,
272 blz, ISBN 978 90 452 0438 3, prijs 24,95

Dit boek is in eigen bezit, geen gesponsorde toestanden dus.




maandag 9 februari 2015

Knolselderijpuree met yoghurt (mezze)

De afgelopen weken ben ik nogal in de weer geweest met een boek vol Midden-Oosterse gerechten;  'Honey & Co' van Sarit Packer en Itamar Srulovich .
Dit stel werkte respectievelijk als patissier en chef-kok bij de u welbekende Yotam Ottolenghi.
Na die leerschool sta je blijkbaar zo ijzersterk in je schoenen dat het openen van je eigen restaurant een logische volgende uitdaging lijkt. Dat restaurant in Engelands hoofdstad werd een hit.
Waarna een eigen kookboek natuurlijk ook niet uit kon blijven.

Waar ik zelf altijd erg van hou is  een kijkje achter de schermen. Hoe zijn recepten ontstaan, waar komt de inspiratie vandaan en helemaal fijn is dat in dit geval de medewerkers ook nog eens veel credits krijgen. Sarit en Itamar zijn overduidelijk blij met hun team.
Nu spreek ik ook regelmatig mensen voor wie dit geleuter zoals ze het noemen niet zo hoeft.
Gewoon een boek vol recepten, smakelijk plaatje erbij en of nu Samira. Piet of Jean zo'n gerecht heeft verzonnen doet niet ter zake.
Dat mag, gelukkig zijn er zoveel kookboeken te vinden dat er altijd wel iets naar je smaak bij zit. Net als een spijkerbroek is een kookboek per slot van rekening ook een hoogst persoonlijke zaak.
Ik houd wel van dat 'geleuter'

De recepten zijn niet al te ingewikkeld en  helder uitgewerkt. Dat je voor een aantal recepten een bladzijde om moet slaan, dankzij dat u geweetwel, kan als een nadeel worden gezien. Ingrediënten die een aantal jaren geleden voor hoofdbrekens zorgden zijn dankzij hun voormalige baas nu eenvoudig verkrijgbaar.

Van salades tot brood, drankjes, vis, vlees, zoetigheden,pickles, granen, peulvruchten en handige tips. Je vindt het allemaal. De ingelegde bietjes zijn zalig kan ik je melden, De wintertabouleh met knolselderij ( handig aangezien je van zo'n knol altijd overhoudt!) en winterwortel weer eens wat anders.
Voor veel gerechten hoef je niet urenlang in de keuken rond te hangen maar er zitten er tussen met een flinke ingrediëntenlijst en aardig wat bereidingstijd. Maak die dus niet als je binnen een uur aan de dis wil schuiven.
Maak wel onderstaande knolselderijpuree met yoghurt, simpel, snel klaar en verrukkelijk! Ook weer eens wat anders als de eeuwige hummus waar ik overigens wel erg dol op ben.
Het aardse van de knolselderij krijgt een frisse oppepper van de yoghurt en eerlijk gezegd kan ik er van blijven eten.



Je hebt nodig:

500 gram knolselderij - 4 teentjes knoflook - 3 à 4 el Griekse of Turkse yoghurt - 2 takjes tijm - 1 tl zeezout - 10 gram boter - 1 el olijfolie -  staafmixer.

Schil de knolselderij, snijd in even dikke plakken en vervolgens in blokjes.
Haal de knoflook uit hun jasjes.
Zet een pan op hoog vuur met een 1 eetlepel olijfolie. Mik knolselderij, knoflooktenen, zout en tijm erin en bak het een minuut of vijf tot de blokjes licht beginnen te kleuren. Schep regelmatig om.
Zet het vuur lager, leg een deksel op de pan en laat de blokjes in een minuut of tien gaar worden. Zodra je er met een vork gemakkelijk doorheen prikt is het goed.
Schud alles in een kom en vis de takjes tijm eruit. Die mogen weg.

In dezelfde pan laat je nu de boter smelten tot het bruin is. Niet zwart, dat noemen we verbrand en is niet lekker. Bruine boter oftewel beurre noisette heeft een licht nootachtige smaak..
Deze boter giet je over de knolselderij. Om te beginnen drie lepels yoghurt erbij. Zet nu de staafmixer erop en maak er een grove puree van. Het is lekker als er nog wat structuur inzit.
Eventueel nog extra yoghurt toevoegen.
Op smaak brengen met zout en peper. Wat chilivlokken erover voor extra pit is ook een aanrader maar niet noodzakelijk.

Serveer op kamertemperatuur met crackers, turks brood, plat brood en bijvoorbeeld lavash.
Lavash is een super simpel platbrood, eigenlijk meer een cracker, uit hetzelfde boek.
Dat recept krijg je later deze week.

Wat je over hebt, bewaar je in een afgesloten bakje in de koelkast. Zo kun je er nog een dag of drie van genieten.




Bron recept: Honey&Co, Sarit Packer en Itamar Srulovich, 2013, Kosmos, hardcover, 303 blz, prijs 24,99

Dit boek is in eigen bezit en derhalve is deze post niet gesponsored



maandag 10 november 2014

Mini mozzarella met dukkah

Over een paar weken hebben we weer wat te vieren in huize Eetlust. Dus gaat ondergetekende alvast op zoek naar wat hapjes. Om uren in de keuken te staan vind ik zoals je weet geen enkel probleem maar het is ook fijn, handig en praktisch als sommige recepten minder tijdrovend zijn. Ook ben ik voorstander van het 'zelf doen'. Indien mogelijk natuurlijk, kan de gasten moeilijk al hun eigen hapjes laten bereiden,
Dit is er zo één. Uit de nieuwe aanwinst Tasty Express, ik schreef er gisteren over.
Het is zo eenvoudig en simpel, binnen 10 minuten ben je klaar.

Dukkah is een Egyptisch specerijenmengsel. De smaak is verrassend en iedereen heeft zo zijn eigen favoriet. Deze bestaat uit pistachenoten, korianderzaad, komijn, chilivlokken, sesamzaad en een beetje zout. Vaak zitten er ook gedroogde en geroosterde kikkererwten in en in plaats van pistachenoten amandelen.  Je roostert het, vijzelt het grof en vervolgens lekker dippen met brood en olijfolie.
Een ideaal recept om naar hartenlust mee te variëren.

Sneh Roy bedacht een variant met kleine bolletjes mozzarella. Goed idee om die toch wel vlak smakende mini mozzarellaatjes een boost te geven. En weer eens een leuke variant op de eeuwige prikkers caprese.




Je hebt nodig :

65 gram ongezouten pistachenoten - 2 el korianderzaad - 2 el sesamzaad - 1 el komijnpoeder - 1/4 tl zout - 1 verkruimeld gedroogd pepertje met of zonder zaad of 1/4 tl chilivlokken - extra vergine olijfolie - 20 à 30 bolletjes mini mozzarella- wat zwarte peper voor de mozzarella

Zo maak je het:

Verwarm een koekenpan licht voor. Het mag vooral niet te heet worden want dan verbrandt het sesamzaad, ook wordt het mengsel bitter.
Mik alle ingrediënten behalve olijfolie en mozzarella in de pan en rooster het ongeveer 5 à 8 minuten. Schep regelmatig om en snuif die zalige geur op.

Hevel het over in een vijzel of keukenmachine en maal het grof. Als je een vijzel gebruikt kun je het mengsel het beste in twee porties verdelen. Ook afhankelijk van de grootte van je vijzel natuurlijk. Die van mij is niet overdreven groot daarom doe ik het in twee gedeeltes.

Laat de bolletjes mozzarella goed uitlekken. Maal er een klein beetje zwarte peper over. Steek ze aan prikkers en schik ze aan een kant op een schaal. Strooi aan de andere kant dukkah en zet er een schaaltje met  olijfolie op. Doop de bolletjes in de olijfolie en rol het door de dukkah. Steek in je mond en verbaas je er over wat er gebeurt.

Bron recept : Sneh Roy - Tasty Express

donderdag 18 september 2014

Pimp your own salad party

Er was er één jarig hoera hoera, dat kon je wel zien dat was ik!
Ja ja dames en heren, sinds eergisteren mag ik er weer een jaar bij optellen. Van het stijgen der jaren heb ik vooralsnog geen last. Het scheelt ook best wel dat ik de jongste van de vriendenschaar ben. Dit typ ik met een grijns. Zo overschrijd ik altijd als laatste mijlpalen en het scheelt enorm als je anderen hebt zien worstelen met het feit dat ze dertig werden of veertig en die erg hoge drempel van vijftig.
Natuurlijk roepen ze daarna heel hard dat het geen enkele pijn doet. Ja houd je maar groot.
En tegen de tijd dat ik 'erbij hoor' zien sommigen alweer een nieuwe grens opdoemen. Het maakt het voor mij zoooo gemakkelijk.

Het leven moet je vieren en dat doen wij graag. Liefst met veel mensen voor extra feestvreugde.
Maar goed, net terug van vakantie, terecht komend in een aardige chaotische week, inderdaad welkom thuis, is het ook fijn om het even klein te houden.
En dat deden we. Of er nu 10 man zit of 30, er moet toch wat op tafel komen. Mijn hersens kreunden en kraakten en ineens wist ik het.
'Pimp your own salad'. Mot het nou weer in het Engels? Nou ja, zo kwam het in me op, spreek het gewoon lekker op z'n Amerikaans uit en de goegemeente verdringt zich rond je tafel.



Een handig thema waar je al je fantasie op los kunt laten.
Vier basissalades maakte ik:

  • Pasta met citroen, zure room, bieslook, olijfolie, flink wat zwarte peper en wat zout. Paar handjes gescheurde rucola erdoor voor extra kleur, anders is het zo'n bleke boel.
  • Bulgur met komkommer, tomaat, rozijntjes, citroen en peterselie. Een scheut olijfolie niet te vergeten. Uiteraard weer zwarte peper en wat zout. Als je hier regelmatig rondsnuffelt weet je dat dit mijn couscoussalade is alleen deze keer met bulgur. 
  • Een grote bak met verschillende slasoorten met geraspte wortel erdoor en wat tomaatjes.
  • Een salade van gepofte biet met tijm en beetje knoflook. Deze zal ik binnenkort nog eens maken en het recept aan jullie geven. Gepofte biet is meer dan verrukkelijk. Vol en zoet, het heeft daarna maar weinig meer nodig.




Op een  dienblad en op tafel zette ik:
Een pot met gedroogde tomaatjes en feta. Hier kun je lezen hoe je dat kunt maken.
Een potje met zelfgemaakte pesto.
Geroosterde paprika's met kappertjes.
Geroosterde pittenmix en ongezouten noten
Tomatentapenade
Hummus
Stukjes artisjokkenbodem
Blokjes gerookte kip.
Uitgebakken spekjes
Garnalen gebakken in wat olie met citroen en peterselie plus een ietsiepietsie knoflook.
Kaasplankje want behalve op je stokbrood kan het ook prima door de salade plus een lekker stukje Parmezaan.
Tuinkers
Olijfolie en twee simpele dressings
En nog wat kippetjes uit de oven plus een home made flammekueche. Deze laatste ging al eerder rond zodat ze niet op een houtje hoefden te bijten.

Zoonlief maakte croutons en  zalige rillettes van gerookte makreel. Croutons om te strooien en rillettes om op je broodje te smeren.

Nadat we alles een plekje hadden gegeven kon iedereen los gaan. Maar niet voordat ik had geroepen : 'Come on folks, it's pimp your oooown salad time!"
Pastasalade met extra geraspte parmezaan, spekjes en kip? Je doet je best maar. Ah ook nog een lepel pesto. Van mij mag het.
Garnalen over bulgur plus wat gedroogde tomaatjes. Geen garnalen maar noten. Pastasalade met blauwe kaas, noten en extra 'gewone' sla.
Het lijkt een enorme berg aan voedsel maar ik kan jullie vertellen dat het gros soldaat was gemaakt.

Hopelijk heb ik jullie hiermee op een ideetje gebracht!




donderdag 22 mei 2014

Bladerdeegpakketje met kip, champignons en kruidenkaas

Restjes opmaak week. En wat is het dan ook nog  handig als er bladerdeeg in de vriezer ligt. Je maakt er een baksteen lekker mee.
In plaats van een hartige taart maar eens wat pakketjes. Altijd goed met een bakje sla toch? In de koelkast vond ik nog een bakje kruidenkaas. Ongetwijfeld een keer gekocht voor zoonlief die in vroegere tijden meehielp aan het vergroten van de winst van kruidenkaasfabrikanten.
Tegenwoordig minder, getuige een onaangebroken bakje.
Het maaltje voor de avond was op deze manier fluks bij elkaar gescharreld. Wat over is gaat gewoon de vriezer in. Eten we wel een keer op als lunch of hapje tussendoor.

Of vriezen het niet in en  geven het aan een stel bouwvakkers die op moment van schrijven bezig zijn met het renoveren van ons plat dak boven keuken en bijkeuken.. Een klus die nu echt moet gebeuren en waar we al zeker een jaar tegenaan hikken.
Maar wat mot dat mot. Kunnen we er daarna weer jaaaaaren tegen!


Als hoofdmaaltijd zijn 2 pakketjes per persoon voldoende. Althans voor ons!

Voor 6 pakketjes heb je nodig:

6 plakjes bladerdeeg - scheutje olijfolie -175 gram kipfilet - 175 gram champignons - 1/2 rode paprika - 1 ui - peper en zout - bakje kruidenkaas van 150 gram - spriets citroensap - paar takjes peterselie - 1 eidooier.

Zo maak je het:

Laat bladerdeeg ontdooien.

Verwarm de oven voor op 200 graden.

Snijd de kipfilet in piepkleine stukjes. Doe hetzelfde met de champignons, ui en paprika.
Bestrooi de kip met zout en peper.
Verhit een klein scheutje olijfolie in een koekenpan. Bak hierin de stukjes kip samen met de ui, paprika en champignons tot de kip gaar is.
Roer de kruidenkaas erdoor en laat smelten. Geef het een frisse spriets citroensap.
Knip peterselie fijn en roer het erdoor.
Even proeven en eventueel verder op smaak brengen met zout en peper.

Leg een flinke eetlepel van het kipmengsel in het midden van een plakje bladerdeeg. Vouw de punten naar elkaar toe en draai ze vast.
Knijp de naadjes dicht. Leg ze op een bakplaat. met bakpapier.Klop een eidooier los en bestrijk hiermee de pakketjes.

Bak ze in de voorverwarmde oven een minuut of 15. In ieder geval tot ze bruin en knapperig zijn.

Erbij een  frisse groene salade of één met meer kleur.

maandag 12 mei 2014

Courgetterolletjes met zoete ui, ricotta en geitenkaas

Moederdag. Geen moeders meer om te bezoeken, het blijft apart. Uit voorbij komende berichten zag ik hoe mensen er mee worstelen. Hoe deze jaarlijks terugkerende dag, hoe nobel destijds ook bedoeld, ook verdriet veroorzaakt, wonden open rijt.
Moeders die hun kind door omstandigheden niet meer zien, hun enige kind hebben verloren. Mannen en vrouwen die net als ik geen moeder en/of schoonmoeder meer hebben.
Vrouwen die dolgraag moeder willen zijn maar het nooit worden.
Vragen van verkopers als 'Heb jij al wat voor je moeder gekocht' snijdt bij sommigen dwars door de ziel. Laten we daar ook eens bij stilstaan. En denk even aan al die mensen terwijl je je moeder een extra dikke pakkerd geeft, je kinderen nog warmer omsluit.
Ook straks in juni als het vaderdag is.

Dit gezegd hebbende over naar de orde van de dag. Onze gemaakte plannen vielen in het water, gaan die sluizen daarboven ooit nog dicht? Totaal geen weer om erop uit te trekken. Verwarming weer aan en binnen aankeutelen.
Hapjes maken voor 's avonds als dochter komt eten. Geen zoon dit jaar, die heeft de longen uit zijn lijf gerend op de jaarlijkse Batavierenrace, een unieke estafetteloop van Nijmegen naar Enschede over een lengte van zo'n 175  kilometer. Het bestaat al sinds 1973. Na de finish barst er een enorm groot feest los op de campus van de Universiteit Twente. Het leuke is dat zoon hiermee in de voetsporen van zijn vader is getreden die ooit ook deelnam. Als ze elkaar weer spreken hebben ze vast het nodige uit te wisselen denk ik zo.

Deze courgetterolletjes  met zoete ui, ricotta en geitenkaas zijn eenvoudig te maken maar je moet wel een dunschiller hebben of goede kaasschaaf om plakken te snijden. Zijn ze te dik dan rolt dat niet gemakkelijk op. Of rolt niet op. Een fris hapje. lichtzoet door honing met als tegenwicht mijn trouwe vriend limoen.



Voor 12 à 14 stuks (wel afhankelijk van de grootte van de courgette natuurlijk)  heb je nodig:

1 courgette - 1 eetlepel olijfolie - 1/2 el limoensap - 1/8 tl gedroogde tijm - peper en zout - 2 niet al te grote rode uien - 1 witte ui - 1/2 el honing - 2 kleine takjes (citroen)tijm - 75 gram zachte geitenkaas (Bettine Blanc of iets dergelijks) - 3 el ricotta

Zo maak je het:

Trek de uien hun jas uit en snipper ze. Het hoeft niet overdreven fijn. Verwarm een klein scheutje olijfolie en smoor de ui op de allerlaagste stand van je fornuis. Zet er indien mogelijk een plaatje onder. Bestrooi met wat zout en peper. Tijm erbij, honing erbij.  Goed roeren en minimaal een half uur stoven. Drie kwartier is nog beter. Schep regelmatig door en voeg een klein scheutje water toe als het te droog wordt. Het mag niet aanbakken.
Laat afkoelen

Verwijder kop en kont van de courgette. Schaaf het in heel dunne plakken . Als ze iets breken is het echt niet zo erg.
Klop even een  marinade van de olijfolie, limoensap, tijm, een tikkeltje zout en een flinke draai peper.
Leg de plakken courgette hierin en laat een kwartier tot half uur staan.

Verhit een grillpan en grill de plakken courgette kort aan iedere kant. Zodra 1 kant grillstrepen heeft, draai je het om. Ga zo door tot alle plakken klaar zijn.

Verkruimel in een kom de geitenkaas en vermeng het met de ricotta. Schep de ui erdoor. Breng verder op smaak met nog wat zout en peper en een klein beetje honing.

Leg een plak courgette op een plank, een theelepeltje mengsel aan een uiteinde en rol op. Leg op een schaaltje en ga door tot ze allemaal gerold zijn.
Spriets er nu wat limoensap over met tot slot wat druppels olijfolie. Prikkertjes niet vergeten en happen maar.


dinsdag 8 april 2014

Chicken Sweet Onion Salade zelf maken

Of het ook elders verkocht wordt weet ik eigenlijk niet, het zal best,  maar bij de Jumbo verkopen ze bakjes salade 'Chicken Sweet Onion' . De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat die helemaal niet verkeerd smaken. Redelijk goed gevuld ook. Iedereen hier vindt het smakelijk op een toastje. Het probleem met zulke bakjes is, je vult er net een holle kies mee. Geen probleem als er nog andere hapjes op tafel staan maar zo solo is het niet veel.
Dus gaan we  het zelf maar eens maken. Meer kip, minder saus.Mijn variant die volgens mij bijna net zo smaakt als het origineel. Alleen dan zonder conserveringsmiddelen, kleurstoffen en andere ongein. Om het slank te houden geen mayo maar Griekse yoghurt.In het origineel is de kip gepocheerd of gestoomd, iets in die geest. Ik doe het net weer iets anders.

Het is echt heel eenvoudig te maken. Kijk maar.



Je hebt nodig:

350 gram kippendijvlees of kipfilet - 1 grote rode ui - 1/2 el olijfolie - 1 tl kerrie madras - 1 el gembersiroop - 1 el honing - peper en zout - 3 el Griekse yoghurt.

Zo maak je het:

De ui halveren en in dunne plakjes snijden. Verwarm een klein beetje olijfolie, niet te heet, doe de ui erin en laat het rustig tien minuten garen. Voeg dan 1 eetlepel honing toe, paar korrels zout, een draai zwarte peper, eventueel paar tijmblaadjes en meng het door elkaar. Op laag vuur, zet er eventueel een plaatje onder, nog 10 à 15 minuten laten sudderen tot de ui helemaal zacht is. Hevel het over in een bakje en laat afkoelen.

Snijd de kip in stukjes. Het kippendijvlees is vaak al fijngesneden, halveer de grotere stukjes nog even. Bestrooi met wat zout en peper.
Verhit een scheutje olijfolie en bak de stukjes kip even snel rondom aan. Bestrooi met de kerrie. Schenk de gembersiroop erbij. Schep alles goed door elkaar en laat even sudderen. Voeg dan een klein scheutje water toe. Laat een kwartiertje pruttelen tot het vocht bijna verdampt is en de kipstukjes een glanzend laagje hebben gekregen en lekker mals zijn.
Eventueel nog extra water toevoegen als het te snel gaat.  Laat afkoelen.

Meng de kip met de ui en yoghurt door elkaar. Proef en voeg eventueel nog een tl gembersiroop toe.

Voilà een lekkere kom vol kipsalade. Hoef je elkaar de hapjes niet uit de mond te kijken.

zondag 6 april 2014

Verstopt eitje

Nog een paar weken en dan is het alweer Pasen. Traditiegetrouw komt de familie brunchen en alhoewel het aanwezige grut inmiddels minimaal de puberleeftijd heeft bereikt is Pasen niet compleet zonder het verstoppen van eieren.
Een jaar of twaalf geleden waagde ik eens een poging het af te schaffen. Hoogst verontwaardig waren onze kinderen toen toch al zo'n 13 lentes jong. Bij Pasen hoort eieren verstoppen, period! Standvastig duo hebben wij.
Behalve die chocogevallen mogen op de brunchtafel de gekleurde hardgekookte eieren niet ontbreken maar het meest verzot is iedereen op de kleine kwarteleitjes. Fijn getekend zijn ze en lekker vol van smaak. Je hapt er zo een heel stel van weg terwijl die grote daarentegen nogal snel zwaar op de maag liggen.

Dat niet iedereen bekend is met het kwarteleitje merkte ik vorig jaar. Terwijl ik met een paar doosjes in mijn hand bij de kassa stond te wachten voelde ik een blik branden. Dat kun je zo eens hebben, je staart wat ins Blaue hinein maar je kunt je niet aan het gevoel onttrekken dat je bekeken wordt. Beetje ongemakkelijk vind ik dat meestal.
Ik besloot eens te gluren waar die blik vandaan kwam. Voor me stond een boomlange jongen, jongeman eerder,  zo'n beetje de leeftijd van mijn dochter. Vanuit zijn ooghoeken bekeek hij de doosjes. Schraapte eens zijn keel en vroeg voorzichtig: "Mevrouw, mag ik u wat vragen? ' Aangezien vragen vrij is antwoordde ik bevestigend. "Wat zijn dat voor leuke kleine eitjes? " Een twintiger die leuke kleine eitjes zegt! Ik smolt ter plekke. Nadat ik hem uitlegde dat het kwarteleitjes waren, was hij zeer benieuwd wat je er allemaal mee kon doen. Hetzelfde als met kippeneieren dus, bakken, pocheren, koken.... Hij staarde nog eens gebiologeerd naar de eitjes om vervolgens te zeggen : "Goh, die ga ik ook kopen. Leuk voor Pasen."

Speciaal voor deze ontdekker verstopte eitjes. Geen chocolade, niet in de tuin maar in gehakt. Mini scotch eggs. Ook veel beter verteerbaar trouwens als die grote.



Je hebt nodig:

250 gram hoh gehakt - 12 kwarteleitjes - 1/4 tl paprikapoeder - mespuntje knoflookpoeder - 1/8 tl gemalen venkelzaad - 1/2 ei (losgeklopt)  - peper en zout - 2 el paneermeel.

Zo maak je ze:

Kook de kwarteleitjes in 3 minuten hard. Spoel ze af en laat afkoelen. Pel ze vervolgens en zet apart tot gebruik.
Vermeng het gehakt goed met de overige ingrediënten. Maak bolletjes ter grootte van een walnoot.
Druk het gehakt plat op de palm van je hand. Leg er een eitje op en vouw het goed dicht. Rol heen en weer zodat ze goed ingepakt zijn. Maak er voorzichtig een eivorm van.
Rol ze door de paneermeel en bak in wat boter in 10 - 15 minuten rondom bruin en gaar op matig vuur. Regelmatig draaien.

Zowel koud als warm lekker. Ok, het is even een gepriegel met dat klein spul maar de beloning is verraste gezichten. Ook wat waard!





maandag 10 februari 2014

Crackers bakken

Ook al ben je niet zo'n bakker dit kan iedereen! Geen gedoe met rijzen en kneden kan gewoon met de hand. Voor deze crackers trek ik de keukenmachine in elk geval niet uit de kast.
En ook fijn, ze zijn zo klaar. Heb je 's avonds vrienden over de vloer dan leg je deze crackers bestrooid met wat jij lekker vindt bij je kaasplankje, de hummus of een andere dipper. Ook als snack tussendoor niet te versmaden. Of je rolt ze net wat dikker uit en eet je ze een keer in plaats van een boterham.
Ik ben dol op crackers. Negen van de tien keer vult het natuurlijk voor geen meter. Denk maar aan de cracottes, die luchtige rechthoeken. Als je niet oppast eet je er zo een halve doos van leeg. Want wat zijn ze verrukkelijk met roomboter en kaas.
Maar in die crackers zit vaak veel te veel zout en suiker en dingen die men nodig denkt te hebben om ze houdbaar te houden tot Sint Juttemis.
Deze crackers kun je een paar dagen bewaren in een goed afgesloten doos  maar ik denk dat ze dat niet halen.



Je hebt nodig voor 20-24 stuks:

100 gram tarwebloem - 150 gram volkorenmeel - 1 el honing - 1/4 tl zout - 25 gram roomboter - 95 ml water - pitjes en zaden naar keuze.

Zo maak je ze:

Verwarm de oven voor op 200 graden.

Vermeng tarwebloem en volkorenmeel met de honing, zout en in stukjes gesneden koude roomboter.  Maak het met je vingertoppen kruimelig.
Voeg dan in eerste instantie 75 ml water toe en kneed het erdoor. Nu is het nog te droog. Beetje bij beetje meer water toevoegen tot je er een samenhangende bal van kunt vormen maar wel stevig aanvoelt. Zelf had ik in totaal 95 ml water nodig.

Laat het heel even rusten. Rol het vervolgens uit tot een rechthoek. Bestrooi nu met alles waar je zin in hebt; sesamzaad, pompoenpitten, maanzaad, havervlokken, zonnebloempitten en wat je verder maar kunt verzinnen. Ik heb gekozen voor sesamzaad en wat pompoen- en zonnebloempitten. Gewoon omdat ik het in huis had.

Ga nu verder met uitrollen, de pitten en zaden komen nu fijn stevig in het deeg te zitten. Mocht er nu aan de zijkanten te weinig naar je zin zitten dan strooi je er vrolijk nog wat op.
De lap moet uiteindelijk zo'n 2 mm dik zijn. Snijd er rechthoekjes uit van ongeveer 5x3 cm. Groter kan, kleiner kan. Ik heb een minibakvormpje gebruikt, in het deeg gedrukt en vervolgens uitgesneden met een pizzames, je weet wel zo'n rolding.

Leg ze op een met bakpapier bekleedde bakplaat en bak ze in acht à tien minuten knapperig en goudbruin. Laat afkoelen op een rooster.

Uiteraard kun je ook dikkere crackers maken en grotere, de oventijd wordt dan wel wat langer dus houdt het goed in de gaten.

woensdag 15 januari 2014

Cha Bo, Vietnamese kebab in slabladeren met pittige vissaus

Vorig jaar rond deze tijd lag er sneeuw. Ik zag het gisteravond op het nieuws. Het verbaasde me niet, onze zoon is namelijk volgende week jarig en de laatste jaren is het op zijn geboortedag regelmatig wit. Een aantal dagen geleden leek het erop dat het scenario zich ging herhalen. Hij stuurde me al een link van de weersvoorspelling met de woorden "Mijn verjaardag komt dichterbij, dus ook sneeuw en vorst".  Niets zo onvoorspelbaar als het weer, inmiddels lijkt het erop dat hij de dans ontspringt.

In januari richten de gedachten zich ook al voorzichtig richting zomer, de vakantie. Waarheen? Wat te doen? Gaan we weer richting ons geliefde Frankrijk of nemen we een andere afslag? Het lijstje met wensen is lang. Azië bijvoorbeeld, het trekt al jaren en toch ook weer niet. Misschien zijn we minder avontuurlijk ingesteld dan we willen. Iedere keer wanneer ik een reportage zie over Vietnam roep ik heel hard "Daar wil ik heen". Het is nog steeds niet gebeurd maar wellicht komt het nog. Als we daadwerkelijk besluiten eens die andere afslag te pakken. Onze lieve vrienden M. en M. zijn van plan dit jaar daar rond te trekken, althans dat vernam ik vorige week. Plannen kunnen ook weer wijzigen niet waar. Om alvast in de stemming te komen hier een recept voor Vietnamese kebab. Kleine gehaktballetjes met sla, pinda's, lenteui en meer plus een pittige vissaus om de boel in te dopen.
Ook maken als je niet naar Vietnam gaat.



De hoeveelheid is voldoende voor 4 personen als hoofdmaaltijd, voor 6 als lunch en voor nog meer mensen als snack. Onder de laatste categorie valt het ook eigenlijk.

Je hebt nodig voor de kebabs:

500 gram rundergehakt - 2 sjalotjes - 3 el ongezouten pinda's - 2 tl gemalen sereh (citroengras) - 1 rode peper - 2 el vissaus - 2 el romige kokosmelk - 2 tl pittige kerrie ( zelf heb ik Pakistaanse gebruikt, de pittigste die ik in huis heb maar andere soorten volstaan ook) - 2 tl suiker

Rooster de pinda's in een droge koekenpan tot ze licht verkleuren. Maal ze vervolgens fijn in je keukenmachine of gebruik een vijzel. Dat laatste gaat overigens heel goed.
Snipper de sjalotjes.
Vermeng het gehakt met alle ingrediënten, kneed goed en vorm vervolgens kleine gehaktballetjes. Ongeveer de grootte van een walnoot. Plat ze vervolgens iets af. Zet koel weg tot gebruik.  Maak ze gerust een paar uur van tevoren, zo trekken de smaken goed in.

Verhit een koeken- of grillpan en bak de kebabs bruin en gaar.

Er hoort zoals gezegd een pittige vissaus bij en werkelijk die zet je smaakpapillen op zijn kop. Proef maar.

Je roert 5 eetlepels vissaus met 3 eetlepels azijn, 2 eetlepels limoensap, even zoveel eetlepels suiker goed door elkaar samen met een in ringetjes gesneden rode peper. Of 2, met of zonder zaadjes, het is maar hoe pittig je aangelegd bent.

Zo die is ook klaar.

Verder zet je nog op tafel:

Bladeren van 2 kroppen sla - bakjes met wat taugé, in ringetjes gesneden bosui, dunne plakjes komkommer, 3 el geroosterde en grof gehakte pinda's ,gebakken uitjes, paar partjes limoen en tot slot een bakje met muntblaadjes en koriander of peterselie als je zoals ik niet van verse koriander houdt.

Pak een slablad, leg er een kebab in of twee, beetje afhankelijk van hoe groot het blad is. Beleg met wat verschillende soorten 'strooisel', rol op en doop in de vissaus. Je kunt de saus er ook op lepelen en dan oprollen. Steek in je mond. Proef en ontdek een nieuwe wereld.

Bron: Madhur Jaffrey - Currybijbel.  Over dit boek schreef ik eerder en wel hier.

woensdag 1 januari 2014

Pompoenhummus met geroosterde pitten

De eerste post van het nieuwe jaar begin ik natuurlijk met... gelukkig nieuwjaar en dat  2014 maar een mooi jaar mag worden!

Ik kan wel zeggen dat Oud en Nieuw in huize Eetlust een geslaagd festijn was. Wat hebben we gelachen zeg, een dolle boel hier. Hou ouder hoe gekker, het spreekwoord lijkt best wel te kloppen :)
De 'zooi' is inmiddels opgeruimd. Ben dan toch wel heel blij met de vaatwasser hoor. Een jaar of twee geleden begaf de oude het en ik kan je zeggen dat je dan 's ochtends na een feestje niet schaterlachend in de keuken staat. Er zijn mensen die 's nachts nog vrolijk in de weer gaan met afwasborstel en sop... het zal duidelijk zijn ik behoor niet tot die categorie.
Vanochtend uitladen, weer inladen en hoppa heb je even tijd voor andere dingen. Goed wakker worden bijvoorbeeld.
Straks gaan we ons maar eens ontfermen over wat restjes zoals deze pompoenhummus. Een leuke variatie op de welbekende met kikkererwten. Die zitten hier ook in, samen met geroosterde pompoen en rode peper. Licht pittig maar niet overdreven.
De geroosterde pitten en zaden en vervolgens met wat zeezout bestrooid geven er een lekkere crunch aan.




Ok, op de foto nog niet bestrooid met zaadjes en pitjes. Heb het gemaakt voor het feestgedruis losbarstte. Als ik het strooisel 's middags al toegevoegd had, was het 's avonds echt niet meer knapperig. vandaar dus :)

Je hebt nodig:

1 hoikkado pompoen (flespompoen kan ook) - 1 blikje kikkererwten - 1 rode peper - 1 tl ketoembar - beetje citroensap -zout en peper - 2 el gemengde pitten en zaden - olijfolie

Zo maak je het:

Verwarm de oven voor op 200 graden.

Maak de pompoen schoon en verdeel in blokjes van min of meer gelijke grootte.Halveer de rode peper, verwijder de zaadjes en snij de peper in stukjes.
Vermeng met de pompoenblokjes plus een scheutje olijfolie, beetje zout en peper.
Schuif in de oven en rooster tot de blokjes gaar zijn. Afhankelijk van de grootte duurt dat 20 tot 30 minuten.

Rooster in een droge koekenpan de pitten en zaden. Blijf er wel bij. Hevel over in een bakje en bestrooi met een beetje zeezout. Zet apart tot gebruik.

Zodra de pompoen gaar is, laat je het afkoelen.
Vervolgens pureer je het samen met de uitgelekte kikkererwten en genoeg olijfolie om er een smeuïg geheel van te maken. Breng op smaak met ketoembar, zout , peper en citroensap.
Schep in een schaaltje en strooi de pitten en zaden er overheen.


donderdag 19 december 2013

Hapje van paarse aardappel met bietenpuree en zure haring

Husband stak met collegae zijn benen onder andermans tafel en wel bij Radio Royaal in Eindhoven op Strijp S. Daar struinde ik een aantal weken ook rond tijdens de Dutch Design Week. Wij aten bij het Ketelhuis, een sfeervolle locatie waar je prima kunt eten voor een eveneens prima prijs. Radio Royaal stapten we wel even binnen vanwege zijn geweldige  industriële interieur en zette het meteen op mijn lijstje voor een volgende keer.


Echtgenoot was me dus voor. Terwijl ik eenzaam aan de pasta zat verorberde hij een wildmenu, verschil moet er zijn. Hij vertelde me over paarse aardappeltjes waarbij ik in eerste instantie aan truffelaardappeltjes dacht.
Een paar dagen later tijdens mijn rondje boodschappen bij die gele supermarkt spotte ik een bakje met daarin Vittelotte Noire aardappeltjes. Dat zag er behoorlijk paars uit, zouden het die zijn geweest? Hupsakee in het mandje. De man des huizes bekeek 's avonds mijn vondst en constateerde dat ze het best eens konden zijn.
Een kleurig aardappeltje voor een vrolijk hapje met gemarineerde biet en zure haring. Die haring doet me altijd aan mijn in 2012 overleden schoonmoeder denken, potjes sleepten we mee voor haar in die laatste maanden. Veel eten deed ze niet meer maar een 'herrinkske' at ze nog met smaak. Ik denk dat ze dit hapje wel had gewaardeerd.



Je hebt nodig:

1 rode biet - 100 ml azijn - 2 à 3 el suiker - peper en zout - 1/2 à 1 koffielepel mierikswortel - 2 eetlepels room -  potje zure haring - bakje Vittelotte Noire aardappeltjes ( als je die niet kunt krijgen pak je gewoon een ander aardappeltje, wel een vastkoker)

Zo maak je het:

Kook de biet gaar, dit duurt afhankelijk van de grootte een half uur tot veertig minuten. Spoel de biet af onder koud water, verwijder zijn jasje en snijd in plakken en vervolgens in kleine blokjes.
Verwarm in een pannetje azijn met suiker, wat peper en zout. Roeren tot de suiker is opgelost. Proef even of je de smaak goed vindt. De een is wat zoeter aangelegd dan een ander.
Leg de blokjes biet hier in, roer om en zet je hittebron uit. Laat de biet een uurtje marineren.

Je kunt natuurlijk ook voorgekookte biet kopen, eerlijk gezegd heb ik dat nog nooit gedaan dus geen flauw idee hoe die smaken. Een potje kan ook als alternatief dienen. Die bietjes hoef je dan niet meer te marineren dat is al voor je gedaan.

Kook een stuk of 10 aardappeltjes in de schil tot ze gaar zijn. Spoel af onder koud water.

Giet de bietjes af en hevel over in een kom. Pureer het met de staafmixer of prak het samen met mierikswortel naar smaak, room en wat zout en peper. Wij houden erg van de pittige mierikswortel en zijn er dus niet al te zuinig mee. Maar pas wel op het mag natuurlijk niet overheersen en de verschillen tussen de diverse merken geraspte mierikswortel zijn enorm.

Schil de aardappeltjes. Je kunt ze of in dikke plakken snijden of halveren. Verdeel er wat bietenpuree over en garneer met een stukje zure haring. Prikker erin en klaar.

Kleurrijker kun je het bijna niet hebben!




dinsdag 17 december 2013

Glaasje met geroosterde paprika en geitenkaas-basilicumcrème

Heerlijk dat getutsel en gefrutsel in je keuken op een gewone zondag waarbij het wel even duurde voor ik helemaal op gang kwam. De dag begon loom met koffie, nog wat zaterdagkrant, even onder de douche en ach doe nog maar een bakkie leut. Eerste culinaire activiteit van de dag, oven aanzetten en een biet in een pannetje met water mikken en op het vuur zetten.
Van ochtendhumeur heb ik geen last, zodra de ogen open zijn ben ik negen van de tien keer ook echt wakker maar na een feestje in onze hoofdstad ter ere van een nieuwe Sara in ons midden liep het toch net wat stroever zoals u zult begrijpen. Hee, ik ben ook geen twintig meer!
Terwijl het water met biet lustig begon te borrelen, de oven op temperatuur kwam, halveerde ik twee rode paprika's en daarmee begon een dagje keukengefröbel. Moeder was wakker.



Voor 4 glaasjes heb je nodig:

2 rode paprika's - 125 gram zachte geitenkaas (Bettine Blanc of iets dergelijks) - 50 ml room - 2 el gehakte basilicumblaadjes - peper - zout - 2 el olijfolie -  2 el extra vergine olijfolie om te marineren - 1 tl witte basterdsuiker - 1 teentje knoflook - 3 kleine takjes tijm - spriets limoensap - 1 el water

Zo maak je het:

Verwarm de oven voor op 200 graden.

Halveer de paprika's en verwijder de zaadlijsten. Leg ze in een ovenschaal en besprenkel met 2 el olijfolie, strooi er wat zout over en hussel het even om. Schuif in de oven en bak ze ongeveer 40 minuten. In ieder geval tot het velletje zwart begint te worden en de paprika helemaal zacht is.
Haal ze eruit, doe over in een andere kom en dek af met plasticfolie. Je kunt ook een afsluitbaar bakje gebruiken.

Maak een marinade van de extra vergine olijfolie, suiker, water, een snufje zout en wat limoensap met fijngesneden knoflook. De takjes tijm mogen er in hun geheel bij.

Zodra de paprika's afgekoeld zijn trek je de velletjes eraf. Snijd de paprika's in stukjes en vermeng met de marinade. Zet minimaal twee uur in de koelkast, het liefst nog langer, een nacht is helemaal perfect.

Voor de creme vermeng je de geitenkaas met de room en basilicum. Zet er even de staafmixer op. Proeven, wellicht wat peper erbij. Misschien nog een beetje room maar pas op het moet geen saus worden.

Schep wat paprika in een klein glaasje, beetje crème erop, paprika en tot slot nog wat crème. Steek er een stukje geroosterd brood in en een blaadje basilicum.

Een heerlijk fris hapje om de avond te beginnen.


maandag 16 december 2013

Coquilles met venkel-sinaasappelpuree

Het is weer die tijd van het jaar. Verzinnen van wat nieuwe hapjes. Nu doe ik dat wel vaker maar zo rond Kerst doen we altijd een testdagje. Sommige creaties sneuvelen of behoeven aanpassing, anderen mogen meteen blijven. Husband speelt voor proefkonijn. Een geducht proefkonijn want deze meneer is niet van alle producten en ingrediënten op deze aardbol gecharmeerd. En daar houd je dan rekening mee niet waar. Althans zo veel mogelijk.
Deze coquilles met een pureetje van venkel, sinaasappel en witte wijn mogen op de menukaart van Huize Eetlust. En als hij het zegt dan doen we dat. Nu zijn coquilles ware verwennerijtjes, kleine cadeautjes mits goed bereid. Niet te lang bakken anders worden ze taai en o jee dat is zo zonde!
De allerlekkerste aten we in Normandië waar vrienden van ons wonen. 's Ochtends gaat hij ze halen op een half uurtje rijden van hun huis, 's middags liggen ze op ons bord. Verser kun je ze bijna niet hebben. In één woord verrukkelijk!




Je kunt het serveren als voorgerechtje, voldoende voor 4 personen, maar ook als amuse. Dan kun je uiteraard meerdere mensen van een hapje voorzien.

Je hebt nodig:

12 coquilles ( ik kocht ze al ontdaan van de schelp) - 1 venkel - 1 banaansjalotje - 1 sinaasappel - 1/2 glas droge witte wijn - 1 steranijs - 75 ml room - zout en peper - boter - scheutje olijfolie

Zo maak je het:

Snijd onder - en bovenkant van de venkel plus eventueel het buitenste deel. Beetje afhankelijk van hoe het eruit ziet. Vervolgens in kleine stukjes verdelen.
Snipper de sjalot.
Verhit in een klein pannetje 25 gram roomboter en smoor hierin de sjalot tot het glazig begint te zien.
Voeg de venkel en steranijs toe en bak een paar minuten zachtjes mee. Nu de wijn erbij plus het sap van een halve sinaasappel
Dekseltje erop en zachtjes laten stoven tot de venkel gaar en zacht is. Eventueel wat water toevoegen indien het vocht teveel verdampt.
Steranijs eruit halen, die mag weg.
Giet de room erbij plus nog een extra spriets sinaasappelsap en zet de staafmixer erop.
Zelf vind ik een beetje structuur erin lekker, het hoeft wat mij betreft geen Olvarit te worden
Breng verder op smaak met wat gemalen peper en een beetje zout.

Dep de coquilles goed droog en bestrooi ze met wat zout en peper. Verhit een koekenpan met een scheutje olijfolie met wat roomboter op hoog vuur. Leg de coquilles erin en bak ze één hooguit anderhalve minuut per kant. Ze moeten stevig aanvoelen maar nog wel meegeven dan zijn ze perfect

Leg op ieder bordje drie hoopjes venkelpuree, drapeer er een coquille op. Strooi er een heel klein beetje sinaasappelrasp over en wat venkelgroen.

Dit zelfde kun je natuurlijk ook doen op een amuselepel dan met 1 dotje venkelpuree en 1 coquille.

zaterdag 7 december 2013

Amuselepel met crème van blauwaderkaas, stoofpeer en roggebroodkruim

Tijd voor lekkere hapjes! Daar hoeft het trouwens geen december voor te zijn. Gisteren gaf ik jullie het recept voor mijn stoofpeertjes.  Als je nu een peertje meer stooft dan daadwerkelijk nodig kun je ook meteen dit hapje maken. Zoet, zout, romig en met wat aardse roggebrood.  Hapt zo heerlijk weg.En het is ook nog eens een werkje van niks, zo gepiept.
In plaats van een blauwaderkaas kun je ook feta gebruiken, een Nederlandse zachte geitenkaas of andere romige kaas maar het liefst wel met wat pit voor het contrast tussen de smaken.
De peer is namelijk behoorlijk zoet en overheerst anders volledig de kaas, dat zou jammer zijn.

Oorspronkelijk wilde ik een panna cotta met blauwe kaas maken plus roggebrood en peer, heb ik ook gedaan en de smaak was goed maar ik kreeg het niet helemaal zoals ik voor ogen had.  Ik blijf fröbelen en hoop het recept op een goede dag te kunnen delen.

Zelf ben ik gek op blauwschimmelkazen, op alle kazen eigenlijk wel. Behalve op wortelkaas, kennen jullie dat?  Ooit zag ik het liggen bij mijn favoriete kaasboer en aangezien een mens toch zo'n beetje alles geproefd moet hebben in zijn leven nam ik een stukje mee. Wat een flauwe hap. Dat was eens maar nooit weer. Gelukkig zijn er ontelbare andere heerlijkheden.



Je hebt nodig voor 8 lepels:

100 gram blauwe kaas zoals roquefort, Brabants blauw, Bleu d'Auvergne, Blue Stilton, Fourme d'Ambert. Kazen uit de categorie pittig. - 4 el slagroom - 1 stoofpeertje met wat stoofvocht- 1/4 plakje Fries roggebrood - spuitzak

Van tevoren kun je al doen:

Kaas prakken en vermeng het met zoveel room dat het een smeuïge massa wordt. Zet afgedekt weg tot gebruik.
Verdeel de peer in kleine stukjes. Zet afgedekt weg tot gebruik
Verkruimel het roggebrood.Gewoon met je vingers of anders met een mes, we gaan voor zo'n kleine hoeveelheid geen apparaten laten draaien.

Vlak voor serveren:
Spuit een toefje crème op de lepel, verdeel er wat roggebrood over, paar stukjes peer en een paar druppels stoofperensiroop.Dat is het vocht van de stoofperen wat je ingekookt hebt. Zie het recept van de stoofpeertjes.



Voilà, een kind kan de was doen.

maandag 25 november 2013

Champignonragout in een handomdraai

Vrijdag kwam één van de vriendinnen lunchen. Nou ja lunchen, het liep al tegen half drie 's middags. Aangezien we elkaar al een tijdje niet gesproken hadden vonden we een vervroegde vrimibo, vrijdagmiddagborrel en niet de naam van een drankje zoals vriendin in eerste instantie dacht,  wel kunnen. Het is per slot van rekening maar één keer per week weekend niet waar.
Iets warms smaakt altijd goed zeker nu het kouder wordt. Wat te denken van een ouderwets pasteitje. Je hoeft er niet uren voor in de keuken te staan, al helemaal niet als je paddenstoelen gebruikt en gewoon een bouillonblokje gebruikt om het snel op smaak te brengen.
Een pasteitje hoort voor mij echt bij vroeger. Bij Kerstavond, Oud en Nieuw, af en toe op de zaterdagavond als mijn ouders geen zin hadden om te koken. Ja dan kwam het gewoon uit een blikje.
Eerst het kleine dekseltje ophappen, dan voorzichtig een  stukje uit het bakje snijden, je mond branden aan de gloeiend hete ragout. Categorie comfort food pur sang.



De bakjes maakte ik heel eenvoudig met kant en klaar bladerdeeg en een muffinplaat. Zo eentje voor 6 cakejes. Eigenlijk vind ik dat zo'n plaat in geen één keuken mag ontbreken want ze zijn zo ongelofelijk handig. Je kunt er kleine zoete of hartige broodjes in maken, eieren in een bakje, mini hartige taartjes, deegbakjes om naderhand te vullen met wat lekkers en natuurlijk muffins. En bladerdeegbakjes! Alleen niet erin maar erop.
Je draait simpelweg de plaat om, vet de uitstulpingen licht in en vouwt er de bladerdeeg die je een klein beetje bijsnijdt omheen. Inprikken en 10 minuutjes bakken in een oven van 200 graden. Voilà , rustieke bladerdeegbakjes. Je kunt ze van tevoren maken en voor gebruik even warmen in een oven van 150 graden.

Je hebt nodig voor 4 personen:

350 gram champignons of een mix, zelf gebruikte ik ook oesterzwammen - 1 niet te grote ui - 1 teentje knoflook - 1/2 glas droge witte wijn - scheutje olijfolie - peper en zout - paar takjes peterselie - 25 gram boter - 25 gram bloem - 200 ml melk - 1 groentenbouillonblokje - 4 pasteibakjes, voor de rustieke versie zie hierboven.

Zo maak je het:

Veeg de paddenstoelen eventueel schoon en snijd ze in plakjes. Snipper de ui en knoflook.
Verhit wat olijfolie in een koekenpan. Fruit de ui tot het glazig is, voeg dan de champignons toe. Bak tot ze beginnen te kleuren. Knoflook erbij en eveneens even meebakken. Door knof later toe te voegen voorkom je dat het aanbrandt en bitter wordt.
Blus af met de witte wijn. Maal er flink wat peper over en bestrooi met een klein beetje zout. Even laten sudderen.

Voor de ragout smelt je de boter. Roer er de bloem door en laat drie minuten zachtjes garen, zo voorkom je een meelsmaak.
Voeg nu scheutje voor scheutje de melk toe, gebruik een garde om te roeren zo voorkom je klontjes.
Verkruimel het bouillonblokje erboven. Voeg zoveel melk toe tot je de dikte hebt die je wenst. Het mag best wat dik zijn aangezien het champignonmengsel er nog doorheen moet en dat bevat ook vocht.
Zoals gezegd schep je de champignons erdoor plus fijngeknipte peterselie. Proeven en eventueel nog wat peper en zout toevoegen. Op laag vuur goed heet laten worden.

Bakjes uit de oven nemen, vullen met de ragout, wat peterselie erop voor de kleur en het heerlijke jaren zestig gevoel. Laat het u smaken!

donderdag 21 november 2013

Appel uit de oven met brie, walnoten, cranberries en honing

Berichten van sneeuw bereikten me gisteren, zo maar hier in ons eigen landje. En het oosten van Frankrijk zag er angstaanjagend uit met schuivende auto's op glibberige wegen.  Grijze lucht, grauw licht. Slechts één ding kan ik dan denken; 'Blijf alsjeblieft nog heel lang weg'. Het idee van gladheid doet me al verlammen. Vroeger te vaak onderuit geschoven vrees ik. Bont en blauw soms zoals die ene keer dat ik 's ochtends vroeg met mijn fiets naar buiten stapte om op weg naar school te gaan. Er lag een grindpad voor ons huis. Tas achterop, een flinke afzet om op gang te komen voor een fietstochtje van zo'n 25 minuten en flats daar lag ik. En dat was niet de eerste keer op dat verraderlijke paadje.
Ben er voorzichtig van geworden, misschien wel iets te maar het zij zo.

Maar even iets lekker warms, beetje zoet, beetje hartig om de beelden definitief te verdrijven.



Per persoon heb je nodig:

1 appel (jonagold of iets dergelijks) - 50 gram rijpe brie of Munster of een blauwe kaas, in ieder geval iets met wat pit.- paar walnoten - wat gedroogde cranberries - 1 koffielepel honing. Ook lekker: rozemarijn, tijm.

Snijd het kapje van de appel en verwijder met een scherp mes het klokhuis. Zorg ervoor dat je niet door de bodem gaat. Haal nog wat appel aan de zijkanten weg. Snijd dat klein en stop er wat van in de appel.
Brie in plakjes snijden en eveneens in de appel stoppen. Walnoten breken en samen met de cranberries op de brie leggen. Beetje aandrukken en de honing erover gieten.

De appel is vrij zoet, gebruik dan ook zoals ik hierboven al vermeld een kaas met karakter anders vallen de smaken helemaal tegen elkaar weg en proef je alleen appel. Dat is zonde.
Je kunt de cranberries ook in de appel stoppen. Ze worden vrij snel wat donker in de oven maar ik vind dat persoonlijk niet zo erg :)

Bak het 20 minuten in een oven van 200 graden. Lepel het daarna lekker uit.



maandag 11 november 2013

Lezen en koken uit Greendelicious Kruiden van Natascha Boudewijn

Kruiden, we gebruiken het allemaal. Is het niet vers dan wel gedroogd. Ze geven je maaltijd net dat tikkeltje extra, halen de smaak van groente op, verdiepen stoofpotten en verrijken baksels. Zonder is het maar snel een saaie boel. Veel soorten zijn heel gemakkelijk zelf te kweken. In de vaste grond of in potten. Vaak bloeien ze ook nog eens prachtig en trekken ze vlinders aan, bijen. Die twee hebben het al zo lastig, ook dat is een goede reden om met kruiden aan de slag te gaan.
Daarnaast is zelf kweken leuk en veel goedkoper. Met een zakje zaad kun je de hele familie voorzien van verse plantjes.



Natascha Boudewijn schreef eerder het boek 'Greendelicious - Puur koken met je eigen oogst' en nu is er van haar hand 'Greendelicious Kruiden - koken met kruiden uit je eigen tuin' verschenen.
Een pleidooi voor het zelf kweken, hoe kan het ook anders. Gedegen uitleg over hoe je het beste kunt zaaien, stekken en kweken met een handige verdeling over de seizoenen. Ook in de winter kun je verse kruiden oogsten, denk aan salie dus maak er gebruik van.. Ze daagt je uit om naast de o zo bekende rozemarijn, oregano, peterselie andere onbekendere soorten te proberen. Barbarakruid bijvoorbeeld, het schijnt wat weg te hebben van waterkers.
Behalve kruiden zijn ook veel bloemen eetbaar, we staan er niet altijd bij stil.  Natascha zet de goudsbloem in het zonnetje evenals de bloemen van de bergamot, dropplant en Kaapse knoflook.
Zelfs de simpelste salade fleurt er helemaal van op.
Laten we ook vooral niet vergeten dat kruiden een positief effect op je gezondheid kunnen hebben. Trek een siroopje van tijm bijvoorbeeld, het helpt bijzonder goed bij keelpijn . En de bacillen tieren welig rond momenteel!

Een mooi uitgangspunt om  je voor altijd eigen te maken is te accepteren dat je je tuin deelt met de andere bewoners. Ook jij bent als het ware een gast ook al zorg jij ervoor. Maak je niet te druk over wat opgepeuzelde plantjes, er blijft genoeg over.

Om je verder te inspireren bevat het boek recepten, vegetarische recepten wel te verstaan maar laat je daar als vleesliefhebber zeker niet door weerhouden. Limonade van de dropplant, herfstsalade van zoete en bittere kool,  witlofsoep met aardpeerchips, muntaardappeltjes uit de oven of geitenkaashapjes met bergamot, het zijn zo van die fijne extraatjes die op iedere tafel kunnen verschijnen.

Natuurlijk maakte ik een recept, twee zelfs; een taartje met schorseneren en pecannoten plus rozemarijnsaucijsjes. En die laatste deel ik met jullie. Gewoon omdat het verrukkelijk is en er weer een feestmaand aan komt waarbij de meesten zich buigen over originele hapjes en drankjes.
Saucijs? Aha hoor ik de vleeseter nu denken, dat is toch worst? Jazeker... worst van pompoen. En als er iets is waar je in deze tijd van het jaar mee om de oren geslagen wordt is het wel de pompoen.



Het recept heb ik een heel klein beetje veranderd maar dat zal geen groot nieuws zijn.

Je hebt nodig voor ongeveer 18 hapjes:

1 flespompoen - 2 sjalotjes - 1 rode peper - 1 flinke teen knoflook anders twee teentjes -1 cm gember - 3 el geraspte Parmezaanse kaas of een andere oude kaas - 1/2 el fijngeknipte rozemarijnnaaldjes - maanzaad - 6 plakjes roomboter bladerdeeg - olijfolie - 2 eierdooiers -peper en zout.

Zo maak je het:

Verwarm de oven voor op 180 graden.

Ontdooi de bladerdeeg. Je kunt ook bladerdeeg uit de koeling gebruiken, laat die in je koelkast liggen en haal het er vijf minuten voor gebruik uit.

Schil de pompoen. Een flespompoen is goed hanteerbaar, toch halveer ik het eerst, verwijder pitten en de draderige bedoening binnenin, snijd het in dikke plakken en schil ze vervolgens. Werkt prima.

Goed, de plakken snijd je in dobbelsteentjes en hussel je om met 1 eetlepel olijfolie. Spreid het uit over een met bakpapier beklede bakplaat. Schuif in de oven en bak de pompoenblokjes ongeveer een half uurtje tot ze zacht zijn. Na 20 minuten even controleren, iedere oven is anders.

Snipper de sjalotjes en snijd de rode peper in dunne ringetjes. Het zaad kun je eventueel verwijderen maar de pompoen kan het goed hebben zonder te pittig te worden.
Rozemarijn fijnhakken en de gember raspen. Verwarm in een pannetje 1 eetlepel olijfolie en bak hierin de sjalotjes tot ze glazig zijn.
Voeg gember, rode peper en rozemarijn toe. Pers de knoflook uit. Schep alles door elkaar en bak een minuut of drie mee. Zet vervolgens apart tot gebruik.

Zodra de pompoen gaar is, haal je het uit de oven. Verhoog de temperatuur van je oven naar 200 graden.

Maal de pompoen grof in je keukenmachine, met een staafmixer gaat ook prima.
Klop een eierdooier los en schep het door de pompoen. Vermeng het daarna met het sjalottenmengsel, voeg de geraspte kaas toe  en breng verder op smaak met zout en een flinke draai peper.

Verdeel 2 eetlepels van dit mengsel over de breedte van een plakje bladerdeeg. Maak er de vorm van een worstje van. Laat de randen vrij en rol het op. Zorg ervoor dat de naad naar beneden ligt.
Snijd het  met een scherp mes in drie of vier stukjes en leg het met de naad naar beneden op de bakplaat waar je een nieuw stuk bakpapier op hebt gelegd.
Ga zo door met de rest van het deeg en mengsel.

Klop een eierdooier los. Bestrijk de saucijsjes en strooi er wat maanzaad over. Ook lekker is om er samen met het maanzaad een klein beetje zeezout overheen te strooien. Niet te veel zout hoor!

Bak ze een minuut of 20 tot ze gaar en bruin zijn. Controleer regelmatig.

Dit hapje is getest door mijn eigen familie proefpanel en ze vonden het allemaal heerlijk, ook de echte vleeseters!

Voor nog meer lekkere recepten hoef je maar 1 ding te doen.
Naar de boekhandel want daar is dit boek met kleurrijke en uitnodigende foto's  te koop voor 18,75 euro.
En daarna op één van de adressen die achter in het boek vermeld worden zaad of plantjes kopen en fijn aan de slag!

Natascha Boudewijn - Greendelicious Kruiden, koken met kruiden uit je eigen tuin, 2013, Uitgever Becht, ISBN 978 902 301 392 1



vrijdag 25 oktober 2013

Risottokoekjes met paddenstoelen uit de oven

Er zijn mensen die niet van risotto houden, echt ze bestaan. Ik snap dat niet, het staat bij mij hoog in de top 10. Als er iets in de categorie comfortfood valt is het smeuïge risotto. Mijn echtgenoot denkt daar anders over helaas. Die vindt er niks aan. Dus als de man eens van huis is dan danst de risotto hier op tafel. Of lamsvlees.
Nu ben ik al niet zo'n ster in het op maat koken, risotto klaarmaken voor je eentje is al helemaal onmogelijk.
Gelukkig bestaan er arancini, risottoballetjes die je eerst een jas aantrekt en vervolgens frituurt of bakt.
Ik stopte ze in de oven en dat gaat ook uitstekend.



Mijn favoriet is eigenlijk wel met paddenstoelen en porcini oftewel eekhoorntjesbrood mag zeker niet ontbreken. Zoveel smaak als die afgeven, ik schreef het al eerder. Aangezien ik nog wat spekblokjes had liggen, heb ik die ook maar gebruikt maar meestal maak ik het helemaal vega.
Risotto maken is helemaal niet moeilijk, je moet alleen wel bij je pan blijven en een beetje geduld hebben. Dat is niet zo lastig op te brengen voor zoveel lekkers.


Ik heb gebruikt voor de risotto:

250 gram arboriorijst - 1 ui - 1 sjalotje -1 teentje knoflook - 250 gram kastanjechampignons - bakje gedroogde porcini (30 gram) - 1 takje rozemarijn - 100 gram spekblokjes - 1 glas droge witte wijn - 750 ml groente, paddenstoelen  of kippenbouillon - 2 el olijfolie - 25 gram roomboter - 75 gram geraspte Parmezaanse kaas - 2 el fijngeknipte peterselie - spriets citroensap - peper uit de molen.

Zo maak je het:

Voor het paddenstoelenmengsel week je de porcini in een bakje met heet water gedurende 10 à 15 minuten. De champignons en eventuele andere soorten veeg je indien nodig schoon en snijd je in plakjes die je weer halveert.
Giet de porcini af in een zeef en druk er wat vocht uit. Snijd vervolgens ook in kleine stukjes.
Snipper het sjalotje.
Bak in een koekenpan de spekblokjes, ze hoeven niet krokant te zijn.  Voeg sjalotje, paddenstoelen en  fijngehakte rozemarijnnaaldjes toe. Draai er peper boven en bak zachtjes gedurende een minuut of tien. Zet weg tot gebruik.

De risotto:
Snipper de ui en knoflook.
Pak een pan met dikke bodem en verhit 2 eetlepels olijfolie. Fruit hierin de ui en knoflook op niet al te hoog vuur tot de ui glazig is.
Voeg de rijst toe, schep goed door. De rijstkorrels moeten bedekt zijn met een glanzend laagje.
De wijn erbij, roeren tot het bijna verdampt is en dat is snel. Nu twee grote soeplepels bouillon in de pan scheppen, roeren tot de rijst het vocht bijna heeft opgenomen.
Wederom twee grote soeplepels bouillon en zo ga je door tot de rijst gaar is. Een kwestie van veel tusendoor proeven. In tegenstelling tot hoe wij de rijst meestal koken, deze mag absoluut niet droogkoken. Het moet vochtig zijn anders krijg je nooit een smeuïg geheel.

Goed, de rijst is gaar, nu schep je het paddenstoelenmengsel erdoor plus een klont boter. Mascarpone wordt ook wel gebruikt, ook lekker! Geraspte Parmezaan erbij, de peterselie, een goede spriets citroensap om het geheel wat op te frissen. Door elkaar scheppen en gloeiendheet opdienen met op tafel nog extra Parmezaan om er zelf overheen te raspen.

En... smaakte de risotto? Mooi, gaan we nu verder met de risottokoekjes.  Zoals gezegd, ik at in mijn eentje dus nog meer dan genoeg over voor de koekjes.



Zo maak je ze:

Verwarm de oven voor op 200 graden.
Bekleed een bakplaat met bakpapier.

Laat de risotto helemaal afkoelen. In de praktijk betekent dat de ene dag risotto eten, de andere dag de koekjes maken.
Schep een flinke eetlepel afgekoelde risotto uit de pan en vorm het tot kleine, vrij dikke  hamburgertjes
Klop 2 middelgrote eieren los met een scheutje water. Strooi op een bord bloem en op een ander bord paneermeel.
Wentel ze eerst door de bloem, dan door het ei en vervolgens door de paneermeel. Zorg ervoor dat ze aan alle kanten goed bedekt zijn, ook de zijkanten.
Leg ze op de bakplaat en laat even rusten. Nu de oven in gedurende 30 à 45 minuten tot de koekjes knapperige korstjes hebben. Halverwege een keertje omdraaien.

Verrukkelijk met citroenmayo of een tomatensaus. Maak de volgende keer dus extra risotto en ga de dag erop aan de slag met deze risottokoekjes.
Je kunt er ook balletjes van maken en in het midden een beetje vulling stoppen als dikke tomatensaus of wat kaas dan zijn het echte arancini en vervolgens frituren of bakken. Maak de ballen dan wel groter.
Natuurlijk kun je hiervoor gewoon je eigen risottorecept gebruiken . Draai ballen of maak burgertjes met die ingrediënten die jij het allerlekkerste vindt

En..ze doen het geweldig op feestjes.


dinsdag 15 oktober 2013

Pittige paddestoelenspread

Wie aan de herfst denkt, denkt vast ook aan paddestoelen. De prachtig gekleurde bladeren, wandelingen in het bos, zoeken naar beukenootjes, tamme kastanjes en wie ziet de meeste paddestoelen? Met een beetje geluk schijnt er een lekker najaarszonnetje op je bol, kun je nog op het terras genieten van een glas herfstbok of een kop hete koffie. Of uitwaaien op het strand, met je rug gekromd tegen de wind in, eens kijken wie er wint. Heerlijk! Maar af en toe giert de wind rond je huis en regent het alsof het alle regenloze dagen in wil halen. Een binnendag met een goed boek, een spelletje hier en daar, geluier en een beetje prutsen in de keuken.
Prutsen met paddestoelen natuurlijk. Een snel klaar receptje om op toastjes, stokbrood of ciabatta te smeren. Of gewoon op je al dan niet geroosterde boterham. Gebruik gewoon de paddestoelen die jij lekker vindt. Koop in ieder geval een bakje gedroogd eekhoorntjesbrood meestal te vinden onder de naam cèpes of porcini. Enorm aromatisch, je ruikt het bos. Ik gebruik ze graag.




Je hebt nodig:

300 gram gemengde paddestoelen - 1 middelgrote ui - 1 teen knofook - 1 rode peper - 25 ml droge sherry - flinke spriets citroensap - peper en zout - - scheutje olijfolie - 75 gram roomboter.

Zo maak je het:

Veeg de paddestoelen zonodig schoon. Heb je ook van die lekkere gedroogde jongens gekocht, week ze dan tien minuten in heet water en knijp vervolgens uit.
Hak alle paddestoelen in  stukjes. Snipper ui en knof eveneens fijn. Haal de zaadjes uit de rode peper voor een mildere variant. Zelf heb ik de helft van de zaadjes gebruikt. Het is ook jammer als je straks de paddestoelen niet meer proeft.

Verhit een scheutje olijfolie en bak hierin de paddestoelen, ui, knoflook en rode peper.. Blus af met de droge sherry. Laat even pruttelen. Voeg dan peper en zout naar smaak toe. Knijp er wat citroensap over. Lepeltje proeven en eventueel nog wat citroensap. Laat afkoelen tot lauw.

Hevel het over in je keukenmachine of bakje van je staafmixer. Pureer de hele boel samen met ongeveer 75 gram zachte roomboter. Schep in een gezellig potje, sluit af en zet tot gebruik in de koelkast.